Aanslag in Utrecht op 18 maart 2019

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aanslag in Utrecht
op 18 maart 2019
Afzetting van het 24 Oktoberplein op 18 maart 2019 na de aanslag
Plaats Vlag van Nederland Utrecht, Nederland
Coördinaten 52° 5′ NB, 5° 5′ OL
Datum 18 maart 2019
Tijd Circa 10.45 uur
(lokale tijd)
Aanslagtype Beschieting
Wapen(s) Vuistvuurwapen
Doden 4
Gewonden 6 (2 zwaargewonden en 4 lichtgewonden)
Dader(s) Gökmen Tanis
Aanslag in Utrecht op 18 maart 2019 (Nederland)
Aanslag in Utrecht op 18 maart 2019

Bij een aanslag in Utrecht op 18 maart 2019 vielen in deze Nederlandse provinciehoofdstad vier doden en zes gewonden. Met een handvuurwapen werd door één persoon, Gökmen Tanis, geschoten in en rondom een tram op het 24 Oktoberplein. Hij werd later die dag aangehouden. In een eerder die dag door hem achtergelaten briefje had hij aangegeven zijn daad te hebben gepleegd omdat hij vond dat er pogingen werden ondernomen om moslims te doden, evenals dat ten onrechte geprobeerd werd om ze van hun geloof af te brengen. Op 20 maart 2020 werd hij conform de eis van het Openbaar Ministerie (OM) veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Tanis ging niet in hoger beroep, waardoor zijn vonnis onherroepelijk werd. De rechtbank vond geen bewijs voor medeplichtigen.

Aanslag[bewerken | brontekst bewerken]

Op 18 maart 2019 om 10.41 uur precies stapte één aanslagpleger op het 24 Oktoberplein in de Nederlandse provinciehoofdstad Utrecht het achterste gedeelte van een sneltram in. Vrijwel direct nadat het voertuig richting Station Utrecht Centraal vertrok, trok hij een pistool voorzien van een geluiddemper. De 37-jarige man liep vervolgens naar het voorgedeelte en richtte zijn pistool op het achterhoofd van een passagier en haalde de trekker over. Het vuurwapen haperde echter. Daarop liep hij richting achterzijde, met het pistool in zijn hand. Ongeveer halverwege richtte de man zijn vuurwapen op een andere passagier, haalde de trekker over, maar er kwam opnieuw geen kogel uit de loop. Vervolgens liep hij een klein stukje naar voren en schoot op een derde passagier, die verschrikt opkeek en naar haar borst greep. De schutter schoot opnieuw op de vorige passagier, die ter bescherming haar tas voor zich hield, maar toch door een kogel getroffen werd. Dit alles speelde zich binnen ruim twintig seconden af.[1]

Er ontstond paniek in de tram. Vier passagiers renden naar de voorzijde. Zij keken angstig om zich heen en duwden, klopten en ramden op de toegangsdeuren. Kort daarna kwam ook een vijfde passagier naar voren. Nadat de schutter de vrouw met de tas beschoten had, richtte hij zijn vuurwapen op een volgende passagier, die hierop wegdook. De aanslagpleger liep vervolgens naar voren waar de passagiers nog steeds probeerden om de tramdeuren open te krijgen. Daar aangekomen, schoot de man tweemaal op een passagier, die de kogels met de tas opving die hij ter bescherming tussen hem en de schutter had gehouden. Hij maakte zich vervolgens klein en ging gehurkt tegen de toegangsdeur zitten. Op dat moment stopte de tram (de man die zich kleingemaakt had, had eerder aan de noodrem getrokken). De schutter draaide zich om en schoot twee keer op weer een andere passagier. In het voorbijgaan schoot hij nogmaals op de passagier die eerder naar haar borst had gegrepen en deze vrouw viel na het schot van haar stoel op de vloer. Diverse passagiers wisten vanuit het middengedeelte de tram te verlaten. Een vrouw die de tram verliet, kwam bij haar sprong uit de tram ten val. Toen ze opkrabbelde, werd ze vanuit de tram in haar rug geschoten en bleef op het wegdek liggen. De passagiers voorin wisten een ruit uit een toegangsdeur te schoppen en de tram te verlaten. De man die met zijn tas twee kogels opving, verliet als laatste de tram. Hij werd vanuit de tram beschoten en daarbij dodelijk geraakt.[2] Het slachtoffer bleek van achteren dwars door zijn romp te zijn geschoten. Direct na de beschietingen in en vanuit de tram verliet de schutter het voertuig via de ingetrapte ruit. Al het voorgaande speelde zich af in een tijdsbestek van twee minuten en negen seconden. De schutter riep daarbij meerdere malen "Allah Akbar".

In versnelde pas en al schietend begaf de aanslagpleger zich buiten de tram in de richting van een groepje mensen dat de in de rug geschoten vrouw te hulp kwam. Daarbij riep hij opnieuw "Allah Akbar". Het groepje mensen rende weg, de vrouw achterlatend. Een van de helpers verborg zich achter een geparkeerde auto. De schutter richtte zijn pistool in zijn richting, maar schoot niet. Vervolgens liep de schutter door, richtte en loste één schot dat een auto raakte. De aanslagpleger liep verder door richting de auto's van twee personen die zich nog in hun voertuig bevonden en voor een verkeerslicht aan het wachten waren. Afwisselend richtte hij zijn wapen op deze personen, om vervolgens één ervan twee keer te beschieten, die daarbij zwaargewond raakte.[3]

De schutter kaapte vervolgens een rode Renault Clio en reed weg in de richting van de Pijperlaan.[3] De bestuurder van deze gestolen auto stond eveneens voor een verkeerslicht te wachten en was kort tevoren op dringend advies van een voorbijganger uit de auto gestapt en weggerend, de autosleutels in de verder lege auto achterlatend. Voorbij de bushalte op de Pijperlaan minderde de schutter vaart, om vanuit de auto in de richting van de aldaar bevindende personen te schieten. De schutter miste echter doel en reed vervolgens door.[3] Daarmee kwam de aanslag aan zijn eind. De beschietingen vonden plaats op de kruising van het 24 Oktoberplein aan de noordzijde van de Utrechtse wijk Kanaleneiland.

Veiligheidsmaatregelen[bewerken | brontekst bewerken]

Om 10.42 uur kwam de eerste melding bij de politie binnen over een beschieting op het 24 Oktoberplein.[4] Direct daarna kwamen de hulpdiensten in actie. Er werden veertien ambulances ingezet en drie traumahelikopters.[4] Binnen vijf minuten was een eerste politie-eenheid ter plaatse. Ook het Rapid Response Team (RRT) en het Quick Reaction Force (QRF) van de Dienst Speciale Interventies (DSI) zijn na de 112 alarmering ter plaatse gegaan. Om 10.59 uur was de eerste DSI-eenheid ter plaatse. Om 11.00 uur kwam de eerste officiële melding van de schietpartij binnen bij het Nationaal Crisiscentrum.[5] Om 11.03 uur kwalificeert de politie, intern, dat het om een CTER-incident (Contra Terrorisme, Extremisme en Radicalisering) gaat.[6] Om 11.11 uur werd in Utrecht opgeschaald naar GRIP 1 en om 11.27 uur naar GRIP 2. In het Universitair Medisch Centrum Utrecht werd om 11.32 uur de calamiteitenafdeling opengesteld voor de behandeling van eventuele extra gewonden. Om 11.45 uur werd in Den Haag besloten de nationale crisisorganisatie te activeren. Om 12.14 uur geeft de eenheidsleiding van de politie in Utrecht, intern, de staat van politiealarm af, om de schutter of schutters zo snel mogelijk op te sporen en de mogelijke vervolgdreiging te doen stoppen. Universitair Medisch Centrum Utrecht, waarvan de calamiteitenafdeling werd opengesteld om 11.32 uur.

Pieter-Jaap Aalbersberg, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, verhoogde om 12.15 uur (bekendmaking om 12.28 uur) het terreurdreigingsniveau voor de veiligheidsregio Utrecht naar schaal 5, het hoogste niveau.[4] Het was de eerste keer dat dit gedaan werd in Nederland.[7] Voor de rest van Nederland gold dreigingsniveau 4.[8] De verhoging naar dreigingsniveau 5 werd ingesteld gezien de ernst van de schietpartij en omdat het onduidelijk was om hoeveel daders het ging en een vervolgaanslag niet kon worden uitgesloten.[4]

Vervolgens kregen alle inwoners van de stad Utrecht het advies om binnen te blijven. Het openbaar bus- en tramverkeer in de stad Utrecht werd stilgelegd; de bussen maakten hun route wel nog af.[9][10] Ook werden alle moskeeën gesloten en werden sporttrainingen afgelast, evenals alle rijexamens. Scholen hielden de deuren dicht, leerlingen werden binnengehouden en de Universiteit Utrecht sloot de toegang tot al haar gebouwen. Veel winkels en bedrijven sloten op eigen initiatief en al snel was het centrum nagenoeg uitgestorven. Het Rode Kruis stelde ikbenveilig.nl open voor bezorgde burgers.[11] Toen de informatie werd bevestigd dat er alleen op het 24 Oktoberplein was geschoten en de politie zich richtte op één verdachte, werd het advies om binnen te blijven ingetrokken en kwam het leven in Utrecht weer op gang.[12] Om 18.43 uur, na de aanhouding van de verdachte, werd het dreigingsniveau voor de provincie Utrecht weer teruggebracht naar niveau 4.

De politie was zichtbaar aanwezig op treinstations in onder meer Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zelf. In heel Nederland werden moskeeën en synagoges extra beveiligd.[13][14][15][16][17] De Koninklijke Marechaussee was verhoogd aanwezig op het Binnenhof in Den Haag, Schiphol en andere luchthavens werden ook extra beveiligd.

Op het moment van het voorval waren duizenden politieagenten en andere werknemers nog onderweg naar het Malieveld in Den Haag en naar Amsterdam om te staken en te demonstreren voor verbetering van het pensioenstelsel. Direct na het bekend worden van de mogelijke aanslag in Utrecht werden de acties opgeschort. De agenten gingen snel retour naar het eigen inzetgebied of ter ondersteuning naar Utrecht.[18][19] De Duitse politie verhoogde de veiligheidsmaatregelen aan de Duits-Nederlandse grens.[20]

Arrestaties[bewerken | brontekst bewerken]

Van bewakingsbeelden uit de tram werd een still gemaakt van de aanslagpleger, die rondgestuurd werd naar tal van politiemensen. Al snel werd hij herkend als de 37-jarige Gökmen Tanis van Turkse afkomst, die vaker met de politie in aanraking was geweest. De gestolen vluchtauto werd rond 13.40 uur met draaiende motor verlaten aangetroffen aan de Tichelaarslaan in Utrecht. In het voertuig werd een handgeschreven tekst aangetroffen. Daarop stond: "Ik doe dit voor mijn geloof jullie maken moslims dood en willen jullie ons geloof van ons afpaken maar gaat niet lukken. ALLAH is groot."[21] Omstreeks 14.20 uur werd er door de politie een urgent opsporingsbericht uitgebracht. Zowel de identiteit, de still en dat de man bekend was bij de politie werden hierin vermeld.[22]

De politie deed op veertien plaatsen een inval,[23] maar het gebruik van mobiel internetbankieren bracht de politie uiteindelijk naar de locatie van de verdachte.[24] Gezien de ernst van de situatie had de politie besloten om zijn bankaccount te monitoren. De man bleek met een andere telefoon dan de zijne via internet geld te hebben overgemaakt. De politie wist daarop de telefoon uit te peilen en de eigenaar te achterhalen.[24] Om 18.18 uur werd de voortvluchtige verdachte aangehouden door de Dienst Speciale Interventies (DSI) in de woning van de eigenaar van de telefoon aan de Oudenoord in Utrecht.

Op de dag van de aanslag werden ook twee mannen aangehouden voor verhoor. Ze werden gearresteerd omdat een speurhond een geurspoor rook dat van de door de politie teruggevonden Renault Clio naar een woning liep, waar op dat moment in elk geval een van de twee mannen verbleef. Later werd ook zijn broer aangehouden. De dag na de aanslag werd nog een andere man, uit Utrecht, door de DSI gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij het incident.[25] Bij hem thuis werd de vermoedelijke schutter eerder aangehouden. Op 19 maart werden de eerste twee mannen vrijgelaten. Dit gebeurde pas uren nadat burgemeester Van Zanen op Radio 1 zei dat dat dit al gedaan was.[26] Het OM liet weten dat ze niet meer verdacht werden van enige betrokkenheid.[25] Op 22 maart werd ook de derde man vrijgelaten en gaf het OM aan dat ook deze persoon geen verdachte meer was.[27]

Doden en gewonden[bewerken | brontekst bewerken]

In eerste instantie kwamen drie mensen om het leven, een 19-jarige vrouw uit Vianen en twee mannen van 28 en 49 jaar uit Utrecht. Daarnaast raakten drie mensen zwaargewond; een 20-jarige vrouw uit Utrecht en een 21-jarige vrouw uit Nieuwegein, evenals een 74-jarige man die tweemaal in een stilstaande auto beschoten werd. In de hectiek die direct na het schieten ontstond raakten minstens nog vier mensen lichtgewond doordat zij bijvoorbeeld ten val kwamen.[28] Vijf van de zeven gewonden werden overgebracht naar het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Zeker twee gewonden werden ter plekke behandeld. Tien dagen later overleed de 74-jarige zwaargewonde, waarmee het dodental op vier kwam te staan.[29][30]

Dader[bewerken | brontekst bewerken]

Motief[bewerken | brontekst bewerken]

De politie zei op de dag van het incident een terroristisch motief niet uit te sluiten,[31][32][33][34] maar hield ook de mogelijkheid van een conflict in de relationele sfeer open. Zo gaf een van de getuigen aan dat hij de indruk had dat de aanval zich op één vrouw richtte en dat anderen door kogels werden geraakt omdat die de vrouw probeerden te helpen. Volgens de getuige werden de omstanders onder vuur genomen.[20] Het OM verklaarde de volgende dag dat er niets was gebleken van enige relatie tussen de dader en zijn slachtoffers, die volgens het OM geheel willekeurig door hem uitgekozen leken.[35] Onder meer het in de vluchtauto gevonden briefje en de aard van het feit gaven volgens het OM aanleiding ernstig rekening te houden met een terroristisch motief, doch andere motieven werden niet uitgesloten.[28][36]

Drie dagen na het gebeuren gaf het OM aan dat Tanis voorlopig van drie strafbare feiten werd verdacht: meervoudige moord c.q. doodslag met een terroristisch oogmerk, poging daartoe en bedreiging met een terroristisch oogmerk. Verder werd onderzocht of hij handelde vanuit enkel een terroristisch motief, of dat zijn handelen voortkwam vanuit persoonlijke problematiek in combinatie met een geradicaliseerd gedachtegoed. De verdachte heeft bekend dat hij alleen handelde.

Achtergrond van de dader[bewerken | brontekst bewerken]

Gökmen Tanis was reeds diverse malen veroordeeld voor meerdere delicten. Hij was onder meer verdachte in een lopende zedenzaak, waarbij hij in afwachting van het vonnis voorlopig in vrijheid was gesteld sinds 1 maart 2019. In deze laatste zaak was reeds bepaald dat er onderzoek verricht moest worden naar zijn persoonlijkheid, iets waar hij tot dan toe niet aan had meegewerkt.[37] Na de gebeurtenissen op 18 maart bepaalde de rechter-commissaris dat het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) de opdracht kreeg voor een onderzoek naar de persoonlijkheid van de verdachte.

Op 22 maart gaf het OM aan dat Tanis bij de rechter-commissaris alle hem verweten strafbare feiten bekend had. Ook verklaarde hij alleen te hebben gehandeld.[27]

Reacties op de aanslag[bewerken | brontekst bewerken]

Binnenland[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingscampagnes van bijna alle landelijke politieke partijen voor de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart werden op 18 maart voor de rest van de dag stopgezet. Alleen het Forum voor Democratie (FvD) zette zijn campagne voort. Het EenVandaag-Erasmusdebat in Rotterdam dat op de dag van de beschieting gehouden zou worden en rechtstreeks op de landelijke televisie zou worden uitgezonden, werd vanwege het schietincident afgelast. Zes landelijke partijen hadden hun medewerking aan dit debat toegezegd.[38]

Minister-president Mark Rutte en minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus gaven op de dag van de beschieting twee keer in het openbaar een verklaring af aan de verzamelde pers. In zijn eerste reactie zei Rutte: "Een daad van terreur is een aanval op onze beschaving. Op onze tolerante en open samenleving. Mocht dit inderdaad een terreurdaad blijken, dan past daarop maar een antwoord en dat antwoord luidt dat onze rechtsstaat, onze democratie sterker zijn dan fanatisme en geweld. We zullen niet wijken voor onverdraagzaamheid, nooit."[8]

De dag na de aanslag werd op last van Rutte op Nederlandse overheidsgebouwen de nationale vlag halfstok gehangen.[39] De koninklijke standaard, die dagelijks op de paleizen van het Koninklijk Huis wordt gehesen als de Koning in het land is, werd die dag voorzien van een zwarte wimpel als teken van rouw.

Op 19 maart werden in de Tweede Kamer de slachtoffers herdacht, gelijktijdig met de reeds geplande herdenking van de aanslag in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, waarbij op 15 maart vijftig mensen om het leven waren gekomen. Geert Wilders, de fractievoorzitter in de Tweede Kamer voor de oppositiepartij PVV, verlangde dat de Tweede Kamer nog dezelfde dag een debat over de aanslag zou houden. Wilders hield Grapperhaus verantwoordelijk voor het op 1 maart opheffen van de voorlopige hechtenis van de hoofdverdachte en kondigde alvast aan tijdens het debat een motie van wantrouwen tegen hem te willen indienen. Hoewel de andere partijen aangaven ook voorstander te zijn van een debat, kreeg Wilders onvoldoende steun om het debat op dezelfde dag te laten plaatsvinden, ofwel vooraf aan de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart. Alleen de oppositiepartij FvD steunde Wilders' voorstel voor een debat op dezelfde dag.[40]

Rutte en Grapperhaus brachten op 19 maart een bezoek aan het hoofdkantoor van de politie in Utrecht. Ook legden ze bloemen bij de herdenkingsplek op het 24 Oktoberplein.[41]

Een buurvrouw van het dodelijke slachtoffer uit Vianen startte een crowdfunding om de kosten te dragen voor de uitvaart van de jonge vrouw. Na enkele uren was het doel (3500 euro) al ruimschoots bereikt en de actie werd zo'n groot succes dat in samenwerking met Slachtofferhulp Nederland een stichting werd opgezet om alle slachtoffers en hun nabestaanden te ondersteunen.[42][43] Op 20 maart was er meer dan 100.000 euro opgehaald.[43][44]

Naar schatting van de gemeente Utrecht liepen zo'n 16.000 mensen op 22 maart in Utrecht mee in een stille tocht, georganiseerd door twee bekenden van het slachtoffer uit Vianen. Ruim één miljoen mensen zagen via het NOS Journaal rechtstreekse tv-beelden van het begin van deze tocht.[45] De aanwezigen wandelden van het Jaarbeursplein naar het 24 Oktoberplein. Ter afsluiting legden de deelnemers rode en witte bloemen nabij de tramhalte op de locatie van het incident. De bloemen symboliseerden de rood-witte vlag van de stad Utrecht. Tot de deelnemers behoorden Rutte, Grapperhaus, Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib en de burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Burgemeester Jan van Zanen van Utrecht liep voorop. Tijdens de stille tocht reden er in de gemeente Utrecht geen trams.[46]

Zo'n tweehonderd bezoekers van de moskee Sayidina Ibrahim op Kanaleneiland hielden eerder die dag een eigen stille tocht.[47] In de Utrechtse wijk Transwijk liepen bewoners en ondernemers op 22 maart van het 5 Meiplein naar de herdenkingsplek op het 24 Oktoberplein. Dezelfde dag vertrok vanuit Hooggraven een stille tocht met louter scooters naar eveneens het 24 Oktoberplein.

Internationaal[bewerken | brontekst bewerken]

Vanuit het buitenland was Angela Merkel de eerste regeringsleider die solidariteit toonde met 'de mensen in Utrecht'. Ook Emmanuel Macron, Mike Pompeo en Recep Erdogan reageerden publiekelijk op het incident. Deze laatste (het medeleven was 'ongeacht de identiteit van de dader (...) en zijn motivatie') kondigde vanwege zijn Turkse afkomst namens Turkije een onderzoek aan naar de motieven van hoofdverdachte Tanis.[48]

Strafzaak[bewerken | brontekst bewerken]

Op 1 juli 2019 vond een eerste pro-formazitting plaats in de rechtszaak,[49] waarin de verdachte aangaf onvrede te hebben met de Nederlandse maatschappij. Hij weigerde zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat en bleef weg op de volgende zitting in september. Op 28 november verplichtte de rechter hem de tegen hem gevoerde strafzaak in persoon bij te wonen.[50] Op 3 december dat jaar kreeg hij ongewild een advocaat toegewezen, omdat hij zelf volgens de rechtbank zijn eigen belangen onvoldoende kon behartigen.[51][52] De verdachte weigerde overleg met zijn advocaat.[53]

Op 2 maart 2020 begon de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak in enkelvoudige aanleg. De verdachte werd aangeklaagd voor moord op vier personen, poging tot moord op drie mensen en bedreiging van zeventien andere personen. Het OM was van mening dat de man handelde met een terroristisch oogmerk.[54] Tijdens de eerste zitting bespuugde hij de hem toegewezen advocaat en werd daarop uit de rechtszaal verwijderd.

Uit het persoonlijkheidsonderzoek van het Pieter Baan Centrum werd volgens het OM geconcludeerd dat de verdachte een persoonlijkheidsstoornis zou hebben, zwakbegaafd zou zijn en daardoor tijdens zijn daad verminderd toerekeningsvatbaar zou zijn geweest. Bij het bepalen van de strafeis werd dit afgezet tegen de ernst van de verdachte feiten. Ook meegewogen werd de consequent respectloze proceshouding van de verdachte die volgens het OM het leed voor nabestaanden en slachtoffers vergroot heeft. Het OM voerde aan dat bij iemand die willens en wetens onschuldige mensen vermoordt, verwondt en bedreigt, vergelding voorop diende te staan. De officieren van justitie verweten de verdachte een totale afwezigheid van berouw, waardoor de kans op recidive aanzienlijk werd geacht.[54]

Volgens het OM kwam uit het psychologisch onderzoek naar voren dat de verdachte niet zo zeer handelde "uit een innerlijke geloofsovertuiging, maar meer vanuit een met zijn persoonlijkheidsstoornis en zwakbegaafdheid samenhangende frustratie over zijn eigen tekortkomingen en mislukkingen in het leven".[54] Naar de mening van de officieren van justitie bood de radicalisering hem "een nieuwe identiteit waarmee hij probeerde grip op zijn leven te krijgen".[54] Ze verweten hem dat "het veiligheidsgevoel van veel Nederlanders door de aanslag fundamenteel is aangetast".[54]

Dit alles afwegende kwamen de officieren van justitie tot de conclusie dat alleen een eis tot levenslange gevangenisstraf passend was. Tevens werd gevraagd om toekenning van financiële schadevergoedingen aan slachtoffers, nabestaanden en familieleden ter waarde van enkele duizenden tot 302.215 euro per benadeelde.

Op 6 maart, aan het begin van de vierde en laatste zittingsdag en een dag nadat tegen hem een levenslange gevangenisstraf was geëist, spuugde de verdachte richting de rechters. Hij miste net zijn doel. Na het incident werd hij opnieuw uit de zaal verwijderd. Toen hij zich in een afgezonderde ruimte bevond en door de voorzitter van de rechtbank gevraagd werd om een reactie op de strafeis, antwoordde hij met: "Ik pis op jullie allemaal, hoerenkinderen", evenals met: "Doe de groeten aan jouw moeder". De verdachte wenste geen gebruik te maken van zijn recht om als laatste het woord te voeren.[55]

Op 20 maart 2020 werd hij conform de eis veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en het betalen aan meerdere slachtoffers van een financiële schadevergoeding. De hoogst toegekende vergoeding bedroeg 186.183 euro aan één benadeelde, waarbij zij werd doorverwezen naar de burgerrechter voor andere financiële vorderingen. Tanis, noch zijn advocaat (die hierover overlegde met de deken) ging in hoger beroep, waardoor het vonnis onherroepelijk werd.[53]

Zie de categorie 2019 Utrecht shooting van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.