Onzichtbare hand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De onzichtbare hand is het zelfregulerende effect van een markt waar iedereen slechts eigenbelang nastreeft, maar daarmee collectief welvaart weet te creëren.

Het idee van een onzichtbare hande komt drie maal voor in het werk van de Schotse filosoof en econoom Adam Smith. In één van de gevallen, in zijn boek The Wealth of Nations, verwijst de uitdrukking naar het effect dat het najagen van eigenbelang door kapitalisten het algemeen belang dient, doordat zij de nationale productie verhogen en zo de collectieve rijkdom van een land vergroten.[1] De andere twee keer heeft de uitdrukking andere betekenissen.

Bij latere auteurs verwijst de onzichtbare hand naar een scala aan economische effecten: het vermogen van de vrije markt om collectieve welvaart te scheppen, de vorming van prijsevenwicht op een dergelijke markt, een bredere notie van het scheppen van sociale orde door het najagen van eigenbelang, het concurrentieprincipe, het wederzijds voordeel dat besloten ligt in handel, etc.[2]

De hand van de markt[bewerken]

De onzichtbare hand uit The Wealth of Nations (1776) is een gevleugelde metafoor voor de efficiëntie van de markt geworden in klassieke en neoklassieke scholen van de economie, en meer in het algemeen voor het principe van methodologisch individualisme. De onzichtbare hand zou via eigenbelang, mededinging en marktwerking een toestand van harmonie en welvaart bewerkstelligen, wat regelmatig wordt gebruikt om het idee van laisser faire te rechtvaardigen.

Critici brengen hier de beperkingen van het model tegenin. De nadelige effecten zouden worden afgewenteld op anderen door wat E.K. Hunt en Ralph d’Arge de 'onzichtbare voet' hebben genoemd, verwijzend naar milieuschade en sociale dumping van de ongebreidelde marktwerking.

Ook Adam Smith zelf gaf al aan dat een markt snel onevenwichtig wordt doordat producenten geneigd zijn samen te spannen, en daardoor een relatieve machtspositie verkrijgen ten opzichte van de consument.[3] Hierdoor wordt de vrije marktwerking snel verstoord, en aldus wordt ook het maatschappelijk optimale prijsniveau niet bereikt, prijzen zullen te hoog zijn. De werking van de onzichtbare hand wordt dus snel gefrustreerd.

De hand die herverdeelt[bewerken]

In zijn eerdere werk The Theory of Moral Sentiments (1759) gebruikt Smith de uitdrukking onzichtbare hand ook een keer, maar nu in de context van inkomensverdeling. Hij vertelt een verhaal over rijken die meer voedsel kopen dan ze op kunnen, en dus besluiten de rest te verdelen onder de armen. (In The Wealth of Nations keert Smith zich overigens tegen dit idee en beoordeelt hij spilzuchtige rijken en hun bedienden als "onproductief".) In de handen van de neoklassieke economen wordt Smiths verhaal een een soort trickle down-theorie van herverdeling, waarin de spilzucht van de rijken voor een gelijke verdeling zorgt door de resulterende werkgelegenheid.

W.D. Grampp wijst op twee problemen met deze passage. Ten eerste is onduidelijk is waarom Smith, die toch jaren economie doceerde toen hij Moral Sentiments schreef, een zo naïef idee van inkomensverdeling zou aanhangen. Het andere probleem betreft de latere interpretatie: als de herverdeling plaatsvindt via de beloning van arbeid, dan is de werking van het effect helder genoeg om geen onzichtbare hand nodig te hebben.[2]

De hand van Jupiter[bewerken]

De derde onzichtbare hand dient in een vroeg werk van Smith over astronomie ter behandeling van een primitieve vorm van religie: een ideeënstelsel waarin de gewone gebeurtenissen regelmatige patronen vertonen, terwijl de uitzonderlijke verklaard worden als gestuurd door de onzichtbare hand van Jupiter. Sommige Smith-interpreten hebben deze onzichtbare hand aangegrepen om een ironische lezing van zijn latere werk te geven. Hiertegen valt in te brengen, dat de hand in Moral Sentiments duidelijk een positieve rol speelt en dat Smiths werken te zeer verschillen van opzet om één interpretatie af te dwingen.[2]

Noten[bewerken]

  1. (en) Adam Smith, The Wealth of Nations, Wikibooks, 1776 “[E]very individual who employs his capital in the support of domestic industry, necessarily endeavours so to direct that industry that its produce may be of the greatest possible value (...) By preferring the support of domestic to that of foreign industry, he intends only his own security; and by directing that industry in such a manner as its produce may be of the greatest value, he intends only his own gain, and he is in this, as in many other cases, led by an invisible hand to promote an end which was no part of his intention.”
  2. a b c William D. Grampp. What Did Smith Mean by the Invisible Hand?. Journal of Political Economy 108(3) (2000)
  3. (en) Adam Smith, The Wealth of Nations, Wikibooks, 1776 “People of the same trade seldom meet together, even for merriment and diversion, but the conversation ends in a conspiracy against the public, or in some contrivance to raise prices. It is impossible indeed to prevent such meetings, by any law which either could be executed, or would be consistent with liberty and justice. But though the law cannot hinder people of the same trade from sometimes assembling together, it ought to do nothing to facilitate such assemblies, much less to render them necessary.”