Ornithocheiroidea

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Ornithocheiroidea zijn een groep pterosauriërs behorend tot de Pterodactyloidea.

In 1891 benoemde Harry Govier Seeley impliciet een superfamilie Ornithocheiroidea door de Ornithocheiridae te benoemen; in 1901 gebruikte hij de term werkelijk en dat wordt vaak genoemd als geboortejaar van de naam; in feite echter was die al eerder gepubliceerd door Samuel Wendell Williston in 1897.

In 1994 benoemde de Amerikaanse paleontoloog Christopher Bennett een klade Ornithocheiroidea. Deze definieerde hij als: die klade van Eupterodactyloidea die de synapomorfie deelt van een middenrichel op het verhemelte en een overeenkomende middelste groeve op de mandibula. Vooraan zijn de onderkaken namelijk samengegroeid tot een symfyse (symphysis mandibulae); de richel op het verhemelte past in een groeve in die samengroeiing. Het begrip Eupterodactyloidea is echter in onbruik geraakt. Daarom, en omdat definities gebaseerd op eigenschappen in toenemende mate als problematisch werden ervaren, is ook deze definitie verlaten.

In 2003 gaf Alexander Kellner, binnen het kader van een grote kladistische analyse, een kladedefinitie: de groep bestaande uit de laatste gemeenschappelijke voorouder van Anhanguera, Pteranodon, Quetzalcoatlus en Dsungaripterus, en al zijn afstammelingen. Kellner gaf de volgende synapomorfieën, gedeelde nieuwe eigenschappen, van de groep: de basis van het achterdeel van de schedelkam bestaat uit een uitgroeisel van de wandbeenderen; het kaakgewricht ligt onder het voorste deel van de oogkas; de wervelcentra van de halswervels hebben een zijdelingse pneumatische opening.

Volgens Kellners analyse zijn de Ornithocheiroidea de zustergroep van de Nyctosauridae binnen de Dsungaripteroidea.

In hetzelfde jaar gaf David Unwin een geheel andere definitie voor de Ornithocheiroidea: de groep bestaande uit de laatste gemeenschappelijke voorouder van Pteranodon longiceps en Istiodactylus latidens, en al zijn afstammelingen. Unwin gaf als synapomorfieën: de ontwikkeling van een notarium; het ravenbeksbeen is groter dan het schouderblad; de verbindingskam voor de musculus deltoides ligt gedraaid op het opperarmbeen; het uiteinde van het opperarmbeen bij het ellebooggewricht heeft een pneumatische opening; dit uiteinde van het opperambeen heeft een driehoekige vorm; de vergroeide polsbeenderen zijn vrij langwerpig en hebben in vele details een unieke morfologie; reductie van de bovenste uiteinden van de middenhandsbeenderen; de hals van de dijbeenkop is fors en ligt in het verlengde van de schacht.

Volgens Unwins analyse zijn de Ornithocheiroidea de zustergroep van de Lophocratia binnen de Pterodactyloidea en daarmee binnen die laatste groep de meest basale deelgroep. Daarin ligt het grote onderscheid met Kellners analyse die als uitkomst had dat de Archaeopterodactyloidea de meest basale deelgroep waren; als dit onjuist blijkt te zijn, maakt dat Kellners definitie waardeloos want dan vallen de Ornithocheiroidea sensu Kellner samen met de Pterodactyloidea. Ook wat betreft de positie van de Dsungaripteridae ten opzichte van de Ornithocheiroidea verschillen beide definities sterk.

Welke eigenschappen de Ornithocheiroidea hebben, hangt af van de gebruikte definitie maar in ieder geval hadden ze hun bloeiperiode in het Krijt en bevatten ze mede gigantische vormen.

Stamboom[bewerken]

Als we Ornithocheiroidea sensu Unwin gebruiken, geeft dit kladogram naar Unwin (2003) de stamboom volgens zijn toenmalige analyse weer:[1]


Ornithocheiroidea

?Boreopterus



Istiodactylidae


Euornithocheira

Ornithocheiridae

Ornithocheirinae



Anhanguerinae




Pteranodontia

Pteranodontidae

Nyctosaurus



Pteranodontinae







Noten[bewerken]

  1. Unwin, D. M., (2003). "On the phylogeny and evolutionary history of pterosaurs." Pp. 139-190. in Buffetaut, E. & Mazin, J.-M., (eds.) (2003). Evolution and Palaeobiology of Pterosaurs. Geological Society of London, Special Publications 217, London, 1-347.