Passchier Borreman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Passier, Paschier of Passchier Borreman of ook met genitief-s Borremans, (in het Frans ook Pasquier) een laatgotische beeldsnijder, werkzaam in de eerste helft van de 16e eeuw.

tot 1510[bewerken]

Aangenomen wordt dat Passchier de zoon van beeldsnijder Jan Bor(re)man(s) de Oude is, en de broer van Jan Borreman(s) de Jonge, de maker van het Passieretabel van Güstrow.

Hij was een van de ambachtslieden die in 1509/10 de opdracht ontving een houten ontwerp te maken voor de koperen beelden op de afsluiting van het Baliënplein van het Brusselse Paleis op de Koudenberg, die de inspiratiebron werd voor de aanleg van het Kleine-Zavelplantsoen.[1] Borreman ontving hiervoor 8 stuivers. Hoe gering ook, dit bedrag geeft aan dat de beeldensnijder enige waardering moet hebben genoten. Voldoende om ertoe te worden genood tot een onderneming van die omvang bij te dragen. De uitvoering was toevertrouwd aan de meest vooraanstaande beeldhouwer van de toenmalige Nederlanden, Jan Borreman de Oude.

In een tijdspanne die loopt van 1509 (werk voor de Sint-Elooikapel) tot 1537, (werk voor de kerk van het Sint-Pietersgasthuis in Brussel), maakte hij een groot aantal werken, waarvan de meeste verloren zijn gegaan. In de mate waarin de waarde van zijn werk zou kunnen worden afgemeten aan de bedragen die ervoor werden neergelegd, getuigen die van zijn onderlegdheid.[2]

Op 5 november 1509 werd hem de opdracht gegeven drie poincten (versieringen) te snijden voor het retabel van de kapel van het Broederschap van Sint-Elooi. Het Sint-Pietersgasthuis verleent hem een soortgelijke opdracht in 1517/18. Hij werd belast met het snijwerk van vier versieringen voor de onderbouw van het retabel van Sint-Pieter. Hij voerde daarnaast ook herstellingswerken uit aan hetzelfde kunstwerk. Hiervoor ontving hij twee pond, vijf schelling en zes denier groot.[3]

tot 1520[bewerken]

Het bijzondere niet-gepolychromeerde retabel van Sint-Crispijn en Sint-Crispiniaan in de Sint-Waldetrudiskerk van Herentals is door Borreman getekend op twee figuren. Het is daarmee overigens ook een van de weinige overgebleven gesigneerde houtgesneden retabels uit die tijd. Het wordt om en nabij 1520 gedateerd. Het ontwerp zou door een schilder kunnen zijn geleverd. Dat een veelkleurige beschildering ontbreekt, zou te wijten kunnen zijn aan een onverantwoordelijke schoonmaak in latere tijden, geldgebrek van de opdrachtgever of de esthetische overweging dat het toch wel bijzonder fijn uitgewerkte snijwerk beter niet zou worden beschadigd.[4]

In 1522/23 maakte hij voor de kapel van het Brusselse Sint-Pietersgasthuis een retabel met het beeld van de Maagd Maria, waarvoor hem vier pond en zestien stuivers groot werd uitbetaald, naast vier stuivers drinkgeld voor zijn medewerkers. Het volgende jaar ontving hij opnieuw vier pond groot voor soortgelijk werk en vanwege het plaatsen of maken van een ander retabel voor het altaar van Sint-Paulus. In 1524/25 is hem nog twaalf stuivers groot uitbetaald voor werken uitgevoerd aan het eerste retabel, waarover geen overeenstemming was bereikt.

Het jaar 1529/30 besteedde hij aan de uitvoering van een retabel voor het Heilig Sacrament van dezelfde kerk. Hij ontving zestig Rijngulden voor dit werk dat, aan de prijs te oordelen, erg belangrijk was. Zijn medewerkers ontvingen drinkgeld ter waarde van zeven stuivers. De zandstenen voet waarop het retabel rustte was geleverd door Hendrik van Hoolaer. Philibert Beeckmans maakte het ontwerp in de loop van 1529/30. Ook Jan Tons was als schilder bij deze opdrachten voor het Sint-Pietersgasthuis betrokken.[5]

Uit de archieven kan worden opgemaakt dat Passchier in 1530/31 nog een opdracht kreeg voor twee beelden voor het altaar van de Maagd in dezelfde kapel en voor de beschildering van het beeld van een wilde, onder het retabel. Dat jaar voegde hij aan de preekstoel nog twee evangelisten toe, die er tot dan aan ontbraken, sneed hij een Heilige Catharina voor het retabel en maakte het ontwerp voor een hek rond het retabel. Dit hek werd gegoten door Gilles van den Eynde. Het woog 114 pond en de Mechelse gieter kreeg er vier pond en tien schellingen groot voor.[6]

tot 1530[bewerken]

Borreman werkte opnieuw voor het Brusselse Sint-Pietersgasthuis in 1533/34. Dat jaar vervaardigde hij een retabel voor het Sint-Paulusaltaar in de ker.

De laatste vermelding van Passchier in archiefstukken dateert van 1536/37, wanneer zijn naam opduikt in de rekeningen van het Sint-Pietersgasthuis. Hij maakte toen de beelden voor de nieuwe preekstoel, waarvoor Jan van Craynhem het timmerwerk leverde. Borreman ontving voor zijn bijdrage tien Rijngulden.

Ofschoon zijn naam daarna niet meer in de rekeningen van het Sint-Pietersgasthuis voorkomt, kan hieruit niet worden afgeleid dat hij rond die tijd zou zijn gestorven. De boekhouding maakt vanaf 1537 gewoon geen melding meer van de werkzaamheden in de kerk.

Van alle hierboven vermelde werken is geen enkele bewaard gebleven, op dat in Herentals na.[7] Borreman is soms wel op stilistische gronden het Mariaretabel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek toegeschreven.

Voetnoten[bewerken]

  1. Alex. Pinchart, Archives des Arts, des Sciences et des Lettres in Messager des sciences historiques, ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique, Vanderhaeghen, Gent, 1858, blz. 91
  2. G.J.Dodd, Notes relatives à l’histoire des arts dans les Pays-Bas in Revue d’histoire et d’archéologie, Société d'histoire et d'archéologie, The Society, 1859, blz. 425.
  3. G.J.Dodd, Notes relatives à l’histoire des arts dans les Pays-Bas in Revue d’histoire et d’archéologie, Société d'histoire et d'archéologie, The Society, 1859, blz. 425, “ij L v Sch. vi D. gr.”
  4. Ghislaine Derveaux-Van Ussel, Hans Nieuwdorp & J Steppe, Retabels in Openbaar Kunstbezit, 17e jaargang, 1979, blz. 31
  5. Alex. Pinchart, Archives des Arts, des Sciences et des Lettres in Messager des sciences historiques, ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique, Vanderhaeghen, Gent, 1858, blz. 91
  6. G.J.Dodd, Notes relatives à l’histoire des arts dans les Pays-Bas in Revue d’histoire et d’archéologie, Société d'histoire et d'archéologie, The Society, 1859, blz. 426-427
  7. G.J.Dodd, Notes relatives à l’histoire des arts dans les Pays-Bas in Revue d’histoire et d’archéologie, Société d'histoire et d'archéologie, The Society, 1859, blz. 427-428