Naar inhoud springen

Periode van de Zestien Koninkrijken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Periode van de Zestien Koninkrijken
Periode van de Zestien Koninkrijken
blauwe gedeelte is het grondgebied van de Zestien Koninkrijken tezamen
Naam (taalvarianten)
Vereenvoudigd 十六国 (五胡十六国)
Traditioneel 十六國 (五胡十六國)
Pinyin Shíliù Guó (Wǔ Hú Shíliù Guó)
Wade-Giles Shih-liu-kuo (Wu-hu Shih-liu-kuo)
Jyutping (Standaardkantonees) sap6 luk6 gwok3 (ng5 wu4 sap6 luk6 gwok3)
Zhuyin ㄕˊ ㄌ一ㄡˋ ㄍㄨㄛˊ (ㄨˇ ㄏㄨˊ ㄕˊ ㄌ一ㄡˋ ㄍㄨㄛˊ)
Standaardkantonees Sap Lok Kwôk (Mm Wòe Sap Lok Kwôk)
HK-romanisatie (Standaardkantonees) Sup Luk Kwok (Ng Wu Sup Luk Kwok)
Dapenghua Sáp Lók Kwôk (Mm Wòe Sáp Lók Kwôk)
Andere benamingen Zestien Staten,
Chaos in China door de vijf volkeren uit het noorden en uit het westen
Geschiedenis van China
Geschiedenis van China
Geschiedenis van China
de traditioneel als legitiem beschouwde dynastieën zijn vet gedrukt
Chinese
Prehistorie
Mythische Tijd
Xia-dynastie
Shang-dynastie
Zhou-dynastie
Westelijke Zhou
Oostelijke Zhou
Lente en Herfst
Strijdende Staten
Qin-dynastie
Han-dynastie
Westelijke Han
Xin-dynastie
Oostelijke Han
Drie Koninkrijken
Shu
Wu
Wei
Jin
Westelijke Jin
Oostelijke Jin
Zestien Koninkrijken
Zuidelijke en Noordelijke Dynastieën
Sui-dynastie
Tang-dynastie
Wu Zhou
 
Liao
Vijf Dynastieën Tien Koninkrijken
Noordelijke Song Song-dynastie
Jin Westelijke Xia Zuidelijke Song
Yuan-dynastie
Ming-dynastie
Qing-dynastie
Republiek China
Volksrepubliek China Republiek China (Taiwan)
Portaal  Portaalicoon  China
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Zestien Koninkrijken of Zestien Staten (volledig: de Zestien Koninkrijken van de vijf volkeren uit het noorden en het westen) is in de traditionele Chinese historiografie de naam voor Noord-China gedurende de periode 304-439. Toen was dat gebied verdeeld in een aantal staten die (merendeels) waren gesticht door niet-Chinese ruiternomaden. Zij waren verwant aan de huidige Mongolen, Tibetanen en Turkse volkeren. In de officiële dynastieke geschiedenis werd deze periode niet apart beschreven, maar volgde op de Jin-dynastie (265-420) direct de periode van de Zuidelijke en de Noordelijke Dynastieën (420-589).

De term 'Zestien Koninkrijken' werd voor het eerst gebruikt door Cui Hong († 525) in zijn Lente- en herfstannalen van de Zestien Koninkrijken. De gebieden werden in de traditionele Chinese geschiedschrijving aangeduid als 'staten' (guo, 國) en niet als 'dynastieën' (chao, 朝), omdat ze als niet-legitiem werden beschouwd en formeel als vazalstaten van de Jin werden gezien. In de Chinese historiografie werden de heersers dan ook steeds aangeduid met hun persoonsnamen en niet met hun postume naam of hun tempelnaam. Uiteraard zagen de heersers van de staten zelf zich wel als legitiem.

In de traditionele Chinese geschiedschrijving werd de periode van de Zestien Staten in negatieve termen beschreven en werd het wangedrag van de heersers benadrukt. Zo werd duidelijk gemaakt dat zij het Hemels Mandaat niet hadden ontvangen en zich dus niet konden gedragen als een 'Zoon des Hemels' ('Tianzi', 天子). Hun machtsovername was een onwettige usurpatie. Dit negatieve beeld blijkt ook uit een andere benaming voor de periode van de Zestien Koninkrijken, Chaos in China door de vijf volkeren uit het noorden en het westen ('Wu Hu luan Hua', 五胡亂華). Met die vijf volkeren ('Wu Hu') werden bedoeld de uit het noorden afkomstige Xiongnu, Jie (羯) en Xianbei en de uit het zuidwesten afkomstige Di (氐) en Qiang (羌). Die beide laatste volkeren waren verwant met de huidige Tibetanen. In navolging van de traditionele Chinese historiografie wordt 'Hu' nog steeds regelmatig vertaald met 'barbaren'. Dit is echter een door sinocentrisme bepaald waardeoordeel en vormt geen juiste typering van de toenmalige culturele situatie. Veel van de niet-Chinese veroveraars waren grensvolkeren die al sinds de Oostelijke Han-dynastie ten zuiden van de Chinese Muur woonden. Veel van die stammen waren dan ook, zij het in verschillende mate, 'verchineesd'.

Samenstelling

[bewerken | brontekst bewerken]

Traditioneel worden de volgende staten gerekend tot de Zestien Koninkrijken:

Behalve de zestien door Cui Hong genoemde koninkrijken hebben er in Noord-China gedurende deze periode nog andere staten bestaan. Zij zijn echter niet in de kroniek van Cui Hong opgenomen, omdat ze of kort bestonden (zoals Ran Wei) of zich nauwelijks tot staat konden ontwikkelden (zoals Westelijke Yan en Chouchi). De staat Dai (315-376) in Noord-Shanxi hoort chronologisch eveneens tot deze periode, maar werd in de officiële dynastieke geschiedenissen beschouwd als directe voorloper van de Noordelijke Wei en daarom gerekend tot de Noordelijke Dynastieën, de periode die volgde op die van de Zestien Koninkrijken.

De Chinese historicus Zhang Hequan (張鶴泉) onderscheidde 22 staten, behalve de zestien door Cui Hong genoemde staten waren dat Ran Wei, Dai, Westelijke Yan en (Zhai) Wei, terwijl Chouchi door hem werd onderverdeeld in Vroegere en Latere Chouchi. De Italiaanse sinoloog Piero Corradini (1933-2006) kwam tot 41 staten die zich tijdens de periode van de Zestien Koninkrijken zelfstandig hebben verklaard. Hij heeft daarbij (Zhai) Wei (388-392) niet meegeteld. In de tabel staat C voor de telling van Corradini en Z voor die van Zhang Hequan:

CZNaamBeginStichterStaatsvormEindeVeroverd doorOpmerkingen
16
22
Chouchi
of Qiuchi
(仇池)
296Yang Maosu
(楊茂捜)
koning530Noordelijke WeiDi, onderscheid tussen:
  • Vroegere Chouchi 前期仇池 (296-371), veroverd door Vroegere Qin
  • Latere Chouchi 後期仇池 (385-443/473), veroverd door Noordelijke Wei
2-Qiu Han
(丘漢)
303Qiu Shen
(丘沈)
keizer304Westelijke JinVolksopstand in Xiangyang, provincie Hubei
31Cheng Han
(成漢)
304Li Xiong
(李雄)
keizer347Oostelijke Jin
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Di
42Vroegere Zhao
(前趙, Qianzhao)
304Liu Yuan
(劉淵)
keizer329Latere Zhao
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Xiongnu
55Vroegere Yan
(前燕, Qianyan)
308Murong Hui
(慕容廆)
keizer370Vroegere Qin
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Xianbei
6-Mangdang Han
(芒蕩漢)
309Liu Mangdang
(劉芒蕩)
keizer309Westelijke JinOpstand in het Malangebergte (馬蘭山) in Tongchuan in Shaanxi. Liu Mangdang zou een afstammeling van de Han-dynastie zijn
7-Hu Chu
(胡楚)
312Hu Kang
(胡亢)
hertog319Westelijke JinRiep zichzelf uit tot "Hertog van Chu" en plunderde het gebied rond Jingzhou (het huidige Jingmen in Hubei
8-Xu Chu
(虛除)
316Xuchu Quanqu
(虛除權渠)
koning320Vroegere ZhaoOpstandig regime in Vroegere Zhao, noemde zich Koning van Qin (秦王), maar gaf zich later over
93Latere Zhao
(後趙, Houzhao)
319Shi Le
(石勒)
keizer351Vroegere Yan
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Jie
10-Juqu Qin
(句渠秦)
320Juqu Zhi
(句渠知)
koning320Vroegere Zhaoopstand van de Badi-stam (巴氐) binnen Vroegere Zhao, in de huidige provincie Shaanxi
117Vroegere Liang
(前涼, Qianliang)
320Zhang Mao
koning376Vroegere Qin
12-Latere Liaodong
(後遼東, Hou Liaodong)
333Murong Ren
(慕容仁)
hertog336Vroegere YanNam Liaodong in bezit tijdens zijn strijd met zijn broer Murong Huang van Vroegere Yan
13-Hou Ziguang
(侯子光)
337Hou Ziguang
(侯子光)
keizer337Latere ZhaoVerzamelde volgelingen op de Dunanberg (杜南山), het huidige Zhongnan-gebergte ten zuiden van Xi'an in Shaanxi en riep zich uit tot Da Huangdi (大黃帝, Grote Gele Keizer), werd gedood door Shi Guang (石廣) een generaal van Latere Zhao
14-Fan Ben
(范賁)
347Fan Ben
(范賁)
keizer349Oostelijke JinRiep na de val van Cheng-Han in 347 opnieuw de onafhankelijkheid uit
15-Huang Tao
(黃韜)
348Huang Tao
(黃韜)
keizer348Oostelijke JinRiep zichzelf tot de Xiaoshen-keizer (孝神皇帝) in het Linchuan district (rond het huidige Fuzhou in Jiangxi
164Ran Wei
(冉魏)
350Ran Min
(冉閔)
keizer352Vroegere YanHan-Chinezen, opvolger van Latere Zhao
17-Duan Qi
(段齊)
350Duan Kan
(段龕)
koning356Vroegere YanNam na de val van Latere Zhao het schiereiland Shandong in bezit en riep zich uit tot koning van Qi (齊王)
189Vroegere Qin
(前秦, Qianqin)
350Fu Hong
(苻洪)
keizer394Latere Qin
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Di
19-Liu Xian
(劉顯)
351Liu Xian
(劉顯)
keizer352Ran WeiVerklaarde zich na de moord op de laatste heerser van Latere Zhao tot keizer in Xiangguo (襄國), het huidige Xingtai in Hebei
20-An Guo
(安國)
352Wang Wu
(王午)
koning354Vroegere YanRiep zich na de vernietiging van Ran Wei uit tot tot koning van Anguo (安國王) in Lukou (het huidige Raoyang 饒陽) in zuidoostelijk Hebei, werd vermoord door krijgsheer Lü Hu (呂護), die zich tot koning van Anguo verklaarde
2110Westelijke Yan
(西燕, Xiyan)
384Murong Chong
(慕容沖)
keizer394Latere YanXianbei
2215Latere Qin
(後秦, Houqin)
384Yao Chang
(姚萇)
keizer417Oostelijke Jin
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Qiang
2311Latere Yan
(後燕, Houyan)
384Murong Chui
(慕容垂)
keizer436Noordelijke Yan
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Xianbei
24-Xian Yuzhao
(鮮于趙)
385Xian Yuqi
(鮮于乞)
koning385
2516Westelijke Qin
(西秦, Xiqin)
385Qifu Guoren
(乞伏國仁)
koning431Xia
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Xianbei
2618Latere Liang
(後涼, Houliang)
386Lü Guang
(呂光)
keizer403Latere Qin
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Di
278Dai
(Dai guo, 代國)
315Tuoba Yilu
(拓跋猗盧)
koning376Vroegere QinVoorloper van de Noordelijke Wei, Xianbei
28-Latere Xiongnu
(後匈奴, Hou Xiongnu)
387Kang Ning
(康寧)
koning387?
29-Liu Li
(劉黎)
389Liu Li
(劉黎)
keizer389
30-Wei Jiefei
(魏揭飛)
389Wei Jiefei
(魏揭飛)
koning389
31-Fa Chang
(法長)
390Fa Chang
(法長)
keizer390
3219Zuidelijke Liang
(南涼, Nanliang)
397Tufa Wugu
(禿髮烏孤)
koning414Westelijke Qin
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Xianbei
3320Noordelijke Liang
(北涼, Beiliang)
397Duan Ye
(段業)
koning439/460Noordelijke Wei
3412Zuidelijke Yan
(南燕, Nanyan)
398Murong De
(慕容德)
keizer410Oostelijke Jin
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Xianbei
35-Noordelijke Wei
(北魏, Beiwei)
398Tuoba Gui
(拓跋珪)
keizer534is niet veroverdXianbei
3621Westelijke Liang
(西涼, Xiliang)
400Li Gao
(李暠)
koning421Noordelijke Liang
37-Huan Chu
(桓楚)
403Huan Xuan
(桓玄)
keizer405Han-Chinezen
38-Qiao Shu
(譙蜀)
405Qiao Zong
(譙縱)
koning413Han-Chinezen
3917Xia (夏)407Helian Bobo
(赫連勃)
keizer431Tuyuhun (吐谷渾)
Noordelijke Liang
  • Een van de zestien koninkrijken
  • Xiongnu
4013Noordelijke Yan
(北燕, Beiyan)
407Gao Yun
(高雲)
keizer436Noordelijke Wei
41-Cao Hong Hanguo
(曹弘扞國)
416Cao Hong
(曹弘)
khanaat416
-14(Zhai) Wei
(翟魏)
388Zhai Liao
(翟遼)
koning392Latere YanDingling

Algemene kenmerken van de periode

[bewerken | brontekst bewerken]

Etnische vermenging

[bewerken | brontekst bewerken]

Als gevolg van de Oorlog van de Acht Prinsen (291-306), een verwoestende burgeroorlog tussen leden van het heersershuis van de Jin, trokken veel Han-Chinezen weg uit het gebied rond Luoyang, de hoofdstad. Velen trokken naar het huidige Gansu, waar een Chinese gouverneur een goed georganiseerd bestuur had gevestigd, de voorloper van Vroegere Liang. Anderen trokken naar het noordoosten, naar gebieden beheerst door de Xianbei, de voorlopers van Vroegere Yan. Een derde groep trok naar het zuidoosten, naar het gebied rond het huidige Nanking, waar een prins van de Jin-dynastie een betrekkelijke rust had weten te bewaren. Na de verovering door Vroegere Zhao van de hoofdsteden Luoyang in 311 en Chang'an in 316 volgde een tweede migratiegolf naar het zuidoosten, toen een deel van de Chinese aristocratie met de van hen afhankelijke boeren naar dat gebied vluchtte. Daar had de prins zich ondertussen uitgeroepen tot keizer en werd zo Yuan, de eerste keizer van de oostelijke Oostelijke Jin-dynastie.

Er vond ook een migratie plaats door niet-Chinese ruiternomaden. Vanaf het begin van de tweede eeuw na Chr. trokken zij van de steppen zuidwaarts en vestigden zich in de noordelijke delen van de huidige provincies Shaanxi, Shanxi en Hebei. Tijdens de periode van de Zestien Staten hebben zij zich vervolgens verspreid over geheel noord China.

Deze twee migratiestromen hebben in noord China geleid tot een etnische vermenging, waarbij de niet Chinese ruiternomaden uiteindelijk zijn opgegaan in de Han-Chinezen.

Economische gevolgen

[bewerken | brontekst bewerken]

De Noord-Chinese Vlakte was een sterk ontwikkeld landbouwgebied. Door de voortdurende oorlogen en plundertochten werden de boeren echter zwaar getroffen. Om zich te verzekeren van voldoende voedsel dwongen de diverse veroveraars de boeren zich te vestigen rond de hoofdsteden van de diverse staten. Zij moesten grote delen van hun oogst afstaan in de vorm van belasting en werden verplicht tot het verrichten van herendiensten voor de nieuwe heersersfamilies. Veel landbouwgrond kwam braak te liggen of werd als gevolg van een anti-agrarische politiek omgezet in weidegebied voor de kudden van de nomadenstammen. Dit alles had tot gevolg dat het economisch zwaartepunt zich begon te verplaatsen van noord China naar het stroomgebied van de Jangtsekiang.

Diverse oplossingen gezocht voor het probleem om behoud van eigen (nomaden)tradities te combineren met bestuur door een Chinese bureaucratie over een merendeels agrarische bevolking. Pas echt gelukt bij de Noordelijke Wei

Periodisering

[bewerken | brontekst bewerken]

Politiek uiterst verwarde periode door de elkaar in snel tempo opeenvolgende staten en door de vele wisselingen van hoofdstad. Vier periodes:

Schematisch overzicht

[bewerken | brontekst bewerken]
Jaar Liaoning Hebei
oost
Hebei
west
Shanxi
oost
Shanxi
west
Shaanxi
oost
Shaanxi
west
Gansu
oost
Gansu
midden
Gansu
west
Sichuan Jangtse-
kiang
300 Westelijke Jin-dynastie (265-316)
305          
310   Vroegere Zhao      
315   (304-329)   Cheng  
320         Han  
325         (304-  
330       347)  
335   Latere Zhao      
340   (319-351) Vroegere Liang    
345     (314-376)    
350   Ran Wei (350-352)      
355       Oostelijke
360 Vroegere Yan (337-370)     Jin-dynastie
365       (317-420)
370      
375 Vroegere Qin (351-395)  
380    
385 Latere Yan W.Yan Dao Latere   Latere Liang  
390 (384-409) (384-   Qin   (386-403)  
395   394)   (384- West Qin (385-431)  
400   Z.Yan     417)   Z.Liang   West  
405   (398-         (397-   Liang  
410   410)     Xia   414)   (400-  
415     (407-     421)  
420 Noordelijke Yan   431)   Noordelijke Liang  
425 (407-436)     (398-439) Liu Song-
430       dynastie
435     (420-479)
440 Noordelijke Wei-dynastie (386-534)  
445    

Geraadpleegde literatuur

[bewerken | brontekst bewerken]
  • (en) Barfield, Thomas J., The Perilous Frontier. Nomadic Empires and China, 221 BC to AD 1757, Cambridge (Ma)-Oxford (Blackwell Publishers) 1989, ISBN 1-55786-043-2
met name pp.85-120.
  • (en) Corradini, Piero, "The Barbarian States in North China" in: Central Asiatic Journal, Vol. 50 (2006), pp.163-232.
  • (en) Eberhard, Wolfram, A History of China, Londen (Routledge & Kegan Paul) 1977 (4e herziene druk), ISBN 0-71-008357-2
met name pp.109-168 (hoofdstuk 7, 'the Epoch of the First Division of China A.D. 220-580'). Ondanks de titel ligt nadruk op de geschiedenis van de Chinese randvolkeren. De geschiedenis van de zestien staten wordt beschreven vanuit een sociologische invalshoek.
  • (en) Graff, David Andrew, Medieval Chinese warfare, 300-900, Londen (Routledge) 2002, ISBN 9780415239554
met name pp.54-76.
  • (de) Franke, Otto, Geschichte des chinesischen Reiches. Eine Darstellung seiner Entstehung, seines Wesens und seiner Entwicklung bis zur neuesten Zeit, Walter de Gruyter: Berlijn 2001, ISBN 3-11-017034-5.
    • Band 2 Der konfuzianische Staat I. Der Aufstieg zur Weltmacht, pp.54-117 (Der Norden. Völkische Neubildungen, die 'sechszehn Staaten').
    • Band 3 Anmerkungen, Ergänzungen und Berichtigungen zu Band 1 und 2. Sach- und Namenverzeichnis, pp.241-265.
Hoewel oorspronkelijk geschreven in 1936 is dit werk nog steeds de meest gedetailleerde studie van de politieke geschiedenis van deze periode in een westerse taal. Het werk is gebaseerd op de traditionele Chinese bronnen.
  • (en) Holcombe, Charles, 'The Sixteen Kingdoms' in: Dien, Albert E. en N. Knapp (eds.), The Cambridge History of China, Vol. 2, The Six Dynasties, 220–589, Cambridge (Cambridge University Press) 2019, ISBN 9781107020771
met name pp.119-145.
  • (zh) 張鶴泉, 《魏晉南北朝史.一個分裂與融合的時代》, 臺北市 (三民書局), 2010, 427 pp., ISBN 9789571453019 (Zhang Hequan, Weijin Nanbeichao shi. Yige fenlie yu ronghe de shidai, Taibei Shi (Sanmin shuju) 2010), [Geschiedenis van de Wei-, Jin-, Zuidelijke en Noordelijke Dynastieën. Een tijdperk van verdeeldheid en integratie]
met name pp.203-204 voor een tabel van de 22 meest gebruikelijke staten