Peter Roovers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Peter Roovers
Roovers schenkt prinses Beatrix een beeld (1960)
Roovers schenkt prinses Beatrix een beeld (1960)
Persoonsgegevens
Volledige naam Petrus Hendrik Maria (Peter) Roovers
Geboren Rotterdam, 10 mei 1902
Overleden Heijen, 24 maart 1993
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) beeldhouwer
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1917 - 1982
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Petrus Hendrik Maria (Peter) Roovers (Rotterdam, 10 mei 1902 - Heijen, 24 maart 1993) was een Nederlands beeldhouwer.

Verzetsmonument (2008), Mook

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Roovers studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam, de École des Beaux Arts in Parijs en het atelier van Émile-Antoine Bourdelle, leerling van Auguste Rodin.

Hij woonde en werkte in Mook (1936-1949) en Heijen (1949-1993). In 1948 kocht hij de ruïne van het kasteel Heijen, een complex dat in de Tweede Wereldoorlog erg was beschadigd. Samen met zijn echtgenote Louise Nederveen restaureerde hij het kasteel tot het huidige 'Huys Heijen', geïnspireerd door J.M.H.F.J. baron de Weichs de Wenne (1888-1965), burgemeester van Wanssum en Meerlo en Jhr dr E.O.M. van Nispen tot Sevenaer, directeur van Monumentenzorg.

Hij werkte in brons, steen, hout, keramiek, terracotta, gips. Hij maakte 11 oorlogsmonumenten, fonteinen, religieuze kunst, decoraties aan openbare gebouwen, en aan de passagiersschepen van de Holland America Lijn , naakten en portretten. Hij kreeg veel opdrachten voor religieuze beelden en oorlogsmonumenten, vooral in Zuid-Nederland.

Verder maakte hij in opdracht van verschillende opdrachtgevers, bustes en portretten van de opeenvolgende vorstinnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix.

In 2014 verscheen het boek "Peter Roovers - Een decor voor de samenleving" van de hand van kunsthistoricus Leo Ewals.

Werk[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele van zijn sculpturen in de openbare ruimte zijn:

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]