Philips Natuurkundig Laboratorium

Het Philips Natuurkundig laboratorium, meestal kort NatLab genoemd, was de in Nederland gevestigde onderzoeksafdeling van Philips, waar onderzoek werd gedaan ten behoeve van de productdivisies van de Philips organisatie.
Tijdens de grootste bloei, rond 1975, werkten er circa 2000 mensen, waarvan ongeveer 600 onderzoekers met een universitaire opleiding. Het aantal onderzoekers nam af na 1975, en na 1990 nam het steeds sneller af door grote bezuinigingen. In januari 2023 werd door een laatste bezuinigingsactie de ontmanteling van het NatLab anno 2025 volbracht.[1][2]
De onderzoekstak van Philips had ook afdelingen in Duitsland, Engeland, Verenigde Staten, India en China. Ongeveer de helft van Philips' onderzoekswerkzaamheden vond rond 1990 buiten Nederland plaats.
Het NatLab bevond zich aanvankelijk in het stadsdeel Strijp in Eindhoven en verhuisde begin jaren zestig naar Waalre. Door gemeentelijke grenscorrecties in 1972 kwam het NatLab weer in Eindhoven te liggen.[3]
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]De geschiedenis van het NatLab kent ruwweg drie perioden.
Begin (1914-1946)
[bewerken | brontekst bewerken]Het NatLab werd in 1914 opgericht op initiatief van Gerard en Anton Philips. Een belangrijke reden om onafhankelijk onderzoek te verrichten is het zelf creëren van octrooien, zodat Philips niet afhankelijk is van octrooien van derden. Zij trokken de fysicus Gilles Holst aan, die gedurende het eerste decennium samen met Ekko Oosterhuis en een handjevol assistenten de wetenschappelijke staf van het NatLab vormden. Vanaf het begin tot 1946 was Holst directeur. Holst zorgde voor een academische sfeer; onderzoekers kregen veel vrijheid en werden geregeld bijgepraat door groten uit hun vakgebied. In 1923 kwam bijvoorbeeld Albert Einstein een dagje op bezoek.[4] Daarin verschilde het NatLab van vele andere laboratoria die Philips erop na hield; het NatLab leek sterk op het AT&T Bell Laboratorium in de Verenigde Staten. Er werd behalve toegepast, industrieel, ook fundamenteel onderzoek gedaan.
Belangrijk werk werd verricht aan magnetische materialen zoals ferroxcube door dr. J.L. Snoek in de dertiger jaren.[5] Ferroxcube wordt veel gebruikt in kernen voor filterspoelen in radio en telefonie. In 1941 werd voor het eerste octrooi aangevraagd.[6]
Twee andere opvallende voorbeelden zijn de onderzoekers Balthasar van der Pol en Bernard Tellegen. De fysicus Van der Pol trad in 1922 in dienst met als opdracht een onderzoeksprogramma te starten betreffende radiotechnologie. Van der Pol heeft belangrijke bijdragen geleverd aan onderzoek naar de voortplanting van radiogolven, waaronder de invloed daarop van de kromming van het aardoppervlak, alsmede aan de theorie van elektrische schakelingen en trillingen, en wiskundige problemen die daarmee in verband staan. Van der Pol werd voor zijn werk geëerd met IRE Medal of Honor, de hoogste onderscheiding in dit vakgebied.
Elektrotechnisch ingenieur Tellegen trad in dienst bij het NatLab in 1923, en werd Van der Pols eerste medewerker. Tellegen richtte zich eerst op triodes, en vond in 1926 de pentode uit, een radiobuis die werd gebruikt in Philips' eerste radio-ontvanger. Later werd de pentode in vrijwel elke radio en elke versterker toegepast. De pentode EF50 was van groot belang voor gebruik in radar in de Tweede Wereldoorlog. Tellegen verrichtte ook baanbrekend theoretisch werk aan elektrische netwerken. Tellegen werd voor zijn werk geëerd met de AIEE Edison medaille, de hoogste onderscheiding in het elektrotechnisch vakgebied.
NatLab directeur Holst schatte begin jaren dertig het belang van televisie niet hoog in. Zelfs toen alle andere concurrenten daar rond 1933 hun onderzoek op richtten, hield hij vast aan zijn opvatting dat er vooralsnog weinig commercieel perspectief in televisie zat. Hij verwachtte namelijk meer van een huisbioscoop via projectie. Pas na een bezoek in 1936 van NatLab-ingenieurs aan de Verenigde Staten kreeg het televisie-onderzoek bij het Natlab enige vaart.[7] Op 2 oktober 1951 was de eerste landelijke uitzending.
Grote groei en bloei (1946-1972)
[bewerken | brontekst bewerken]Met het aantreden in 1946 van Holsts opvolgers, een driemanschap bestaande uit de fysicus Hendrik Casimir, die uiteindelijk de hoogst verantwoordelijk en lid van de Raad van Bestuur zou worden, de chemicus Evert Verwey en de ingenieur Herre Rinia brak de glorietijd van het NatLab aan.
Onder Frits Philips was het concern definitief bij de giganten gaan horen met ruim 350.000 werknemers in 1970. Het NatLab groeide mee tot wereldformaat. In 1955 werd een begin gemaakt met het ontwerp van de campus in Waalre. De paal van het eerste gebouw, WA, werd op 7 april 1959 door de vrouw van Herre Rinia, directeur van het NatLab, geslagen. De campus is geschikt voor drieduizend medewerkers, groter dan enige Nederlandse universiteit. Die omvang zou het NatLab overigens niet bereiken; 2400 werknemers was het hoogste aantal, inclusief de inmiddels toegevoegde buitenlandse vestigingen. Dit aantal was maar een fractie van de in totaal 400.000 Philips medewerkers wereldwijd. Het NatLab was een superuniversiteit waar de 'besten van de klas' in grote vrijheid onderzoek konden verrichten onder welhaast ideale omstandigheden (geen college geven, vrijwel onbeperkte budgetten enz.).
Er zijn vele fundamentele en commerciële bijdragen geleverd, waaronder de Plumbicon-camerabuis en de geflopte videolangspeelplaat (VLP), die in 1980 de grondslag vormde voor de uiterst populaire compact disc. Er werden ook belangrijke bijdragen gedaan aan de IC-technologie: door Else Kooi werd de LOCOS-techniek uitgevonden en Kees Hart en Arie Slob vonden begin jaren zeventig I²L (Integrated Injection Logic) uit.
Commerciële blunders werden er ook gemaakt. Fundamenteel gebruiksonderzoek van de eerste synthesizers door Dick Raaijmakers (onder de naam Kid Baltan) en Tom Dissevelt leidde tot internationaal gewaardeerde elektronische muziek en jazzmuziek, maar Philips zelf vond het gepruts en liet het onderzoek versloffen. In de 50er jaren werd bij RCA in de Verenigde Staten kleurentelevisie ontwikkeld. Het NatLab toonde weinig interesse en miste daardoor essentiële octrooien zoals RCAs schaduwmasker beeldbuis en Telefunkens PAL standaard. Als alternatief voor de gemiste schaduwmaskerbuis richtte het NatLab onderzoek zich op een één-bundel, ‘beam-indexing’, system, maar dit leidde niet tot een commerciële introductie. Kleurentelevisie werd in Nederland geïntroduceerd in 1967.
Einde (1972 tot circa 2012)
[bewerken | brontekst bewerken]
De derde periode, na het vertrek van Casimir in 1972, is een tijd van verschraling en teloorgang: er kwam een einde aan de periode van sterke economische groei. De grote inkomsten uit consumenten radio, zwart-wit tv en later kleurentelevisie begonnen op te drogen. Het geloof in de stimulerende rol van fundamenteel onderzoek verwaterde. Bedrijven konden het zich niet langer veroorloven om duur onderzoek uit te voeren zonder dat er uitzicht was op winst op korte termijn.
Ook verkeerde beslissingen van het NatLab-management zoals de ontwikkeling van de geflopte videoplaat, V2000-videorecorder en het initiële gebrek aan steun aan de ontwikkeling van de compact disc – de cd-ontwikkeling was een initiatief van de audioafdeling – deden geen goed bij de raad van bestuur van Philips. Rond 1995 ontwikkelde het NatLab op initiatief van researchdirecteur Kees Bulthuis in het diepste geheim zijn eigen technologie (projectnaam Zeus) voor een platte beeldbuis, met de bedoeling om de concurrentie te overrompelen met een superieur product. De concurrentie verkoos echter een andere techniek, lcd, en Philips kon daar in zijn eentje niet tegenop en moest het miljarden euro’s gekoste Zeus-project afblazen.[8]
Het ging steeds slechter met Philips en een bankroet dreigde eind jaren tachtig. Onder het bewind van researchdirecteur Kees Bulthuis ging het steeds sneller bergafwaarts met het langetermijnonderzoek, mede door het invoeren van een decentrale financiering. In drie jaar tijd bracht Bulthuis de uitgaven met 60 miljoen euro omlaag. Honderden NatLab-medewerkers werden ontslagen en afdelingen werden opgeheven, waaronder in 1990 de gehele wiskunde-afdeling in Brussel. Het NatLab, voorheen gebudgetteerd door de Raad van Bestuur, werd na 1989 voor twee derde betaald via contracten met productdivisies. De rol van het NatLab werd daardoor veel bescheidener: het diende slechts als kennisbron en niet meer als centrum van innovatie.
Er vond een verschuiving plaats van een individueel werkklimaat naar een sfeer waarin het collectief belangrijk gevonden wordt. Bulthuis stelde in een intern memo dat hij niet veel waarde hecht aan het winnen van individuele prijzen, zelfs als het de Nobelprijs betreft.[9] Het door nieuwsgierigheid gedreven onderzoek werd aan banden gelegd en de belangen van de productdivisies kregen prioriteit.
Dr. ir. Ad Huijser, voormalig hoogste technologiechef van Philips, stelde[10] dat het onderzoekswerk op het NatLab verder zal krimpen en naar het Verre Oosten verschuiven. Huijser verwachtte[11] dat, bij gelijkblijvend beleid, het NatLab in vijftien jaar, dus net na het 100-jarig jubileum in 2017, verdwenen zou zijn (het werd 2023). De hoogste baas van Philips Research, Ad Huijser, was toen tevens commissaris bij LG.Philips Displays (LPD), een joint venture van Philips en LG.[12] LG.Philips Displays Holding BV was direct betrokken bij een frauduleus kartel van producenten van televisies en computerbeeldschermen. Voor deelname aan dit kartel kreeg Philips in 2012 een Europese boete van 509 miljoen euro.[13]
Door de verkoop in 2006 van het bedrijfsonderdeel Semiconductors verdwenen er in dat jaar circa 350 NatLab-medewerkers, hetgeen het aantal medewerkers naar circa 600 bracht (tegen ca. 2000 mensen in 1970).
In 2000 werd op het terrein van het NatLab een begin gemaakt met de bouw van de High Tech Campus. Philips verkocht het terrein in 2012 voor 425 miljoen euro aan een groep investeerders. In totaal hebben 160 verschillende bedrijven er een vestiging, waaronder IBM, Intel, Shimano en ASML. In januari 2023 werd een grote bezuinigingsactie aangekondigd, waarmee de ontmanteling van het NatLab nu compleet is.
NatLab-medewerkers
[bewerken | brontekst bewerken]- Emile Aarts
- Ronald Aarts
- Gerard Acket
- Anton Eduard van Arkel
- Cornelis Bakker
- Carlo Beenakker
- Jan Hendrik de Boer
- Cornelius Bol
- Albert Bouwers
- Joseph Braat
- Henk Bremmer
- Henk van Bueren
- Kees Bulthuis
- Hendrik Casimir
- Jan Davidse
- Arie Duijvestijn
- Johann Fast
- Hugo Christiaan Hamaker
- Gustav Ludwig Hertz
- Frank de Jager
- Ria van Hoek-Martens
- Gilles Holst
- Ad Huijser
- Giok Djan Khoe
- Ger Klein
- Else Kooi
- Piet Kramer
- Jean-Paul Linnartz
- Bert Meijer
- Hajo Meyer
- Andries Rinse Miedema
- Evert Muijderman
- Ekko Oosterhuis
- Lou Ottens
- Frans Michel Penning
- Gerard van der Plaats
- Rudy van de Plassche
- Balthasar van der Pol
- Dirk Polder
- Klaas Posthumus
- Dick Raaijmakers
- Gerhart Rathenau
- Engbert Reerink
- Herre Rinia
- Nico Rodenburg
- Carel Scholten
- Jan Frederik Schouten
- Kees Schouhamer Immink
- Jacob Louis Snoek
- Hans Sparnaay
- Louis Stumpers
- Kees Teer
- Bernard Tellegen
- Roelof Vermeulen
- Evert Verwey
- Hendrik Jan Vink
- Peter de With
- Han Woerdman
- Johan Zaalberg van Zelst
- Aldert van der Ziel
- Jaap Zonneveld
Academische benoemingen en persoonlijke onderscheidingen
[bewerken | brontekst bewerken]Het Natlab had een grote invloed op de (technische) wetenschappen in Nederland. De lijst met benoemingen en onderscheidingen[14], samengesteld door Henk Hagenbeuk, laat de nauwe samenwerking zien tussen de Nederlandse universiteiten en Philips Research tot in de jaren 1990. De samenwerking werkte in twee richtingen: onderzoekers werden (parttime) benoemd tot hoogleraar aan de universiteiten, en omgekeerd traden afgestudeerden toe tot Philips Research.
Hoge onderscheidingen zoals de Nobelprijs zijn nooit gewonnen door NatLab-medewerkers. Onderzoekers van AT&T Bell Laboratorium in de Verenigde Staten ontvingen in totaal elf Nobelprijzen. Hoewel Teer en Sangster er wel ‘dichtbij’ geweest zijn met hun uitvinding van het emmertjesgeheugen, de voorloper van de Charge-coupled device (CCD).[15]
Hoge persoonlijke onderscheidingen zijn wel ontvangen van het Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE). De IEEE Medal of Honor (met een cashprijs van $2 miljoen) en de IEEE Edison Medal zijn in de NatLab-geschiedenis van honderd jaar beide twee maal uitgereikt. Ook lidmaatschappen van exclusieve buitenlandse geleerde genootschappen zijn verleend.
- 1976 US National Academy of Engineering (NAE), lid - Hendrik Casimir Leadership in research and development of electron tubes, solid-state devices, glass and metal products
- 2003 US National Academy of Engineering (NAE), lid - Kees Schouhamer Immink For pioneering and advancing the era of digital audio, video, and data recording
- 1970 US National Academy of Sciences (NAS), lid - Hendrik Casimir
- 1935 IEEE Medal of Honor - Balthasar van der Pol For his fundamental studies and contributions in the field of circuit theory and electromagnetic wave propagation phenomena
- 2017 IEEE Medal of Honor - Kees Schouhamer Immink For pioneering contributions to video, audio, and data recording technology, including compact disc, DVD, and Blu-ray
- 1973 IEEE Edison Medal - Bernard Tellegen For a creative career of significant achievement in electrical circuit theory, including the gyrator
- 1999 IEEE Edison Medal - Kees Schouhamer Immink For a career of creative contributions to the technologies of digital video, audio, and data recording
- 2003 Persoonlijke Emmy Award - Kees Schouhamer Immink For coding technology for optical recording formats
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Dirk van Delft en Ad Maas (2013): Philips Research - 100 jaar uitvindingen die ertoe doen
Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- Philips Nat.Lab. De eerste (en tevens laatste) 100 jaar. (Henk Hagenbeuk)
- Philips' NatLab: proeftuin van de vooruitgang, NPO, 2010
- Eureka: Uitvindingen die de wereld veranderden, Eindhovens Dagblad, 2014
- Over het ontstaan en de geschiedenis (tot 1946) van het NatLab schreef Kees Boersma een proefschrift onder de titel Inventing Structures for Industrial Research.
- Marc J. de Vries, met bijdragen van F. Kees Boersma, schreef in opdracht van Philips Research onder auspiciën van de Stichting Historie der Techniek het boek 80 years of research at the Philips Natuurkundig Laboratorium 1914-1994, Amsterdam, Pallas Publications, 2005, ISBN 9085550513
- Marc J. de Vries & F. Kees Boersma, "De veranderende rol van het Natuurkundig Laboratorium in het Philipsconcern gedurende de periode 1914-1994", NEHA Jaarboek, 2003
- TELEAC-film Wetenschap in uitvoering: film over het NatLab op YouTube (25 min.). April 2009.
- ↑ Chris Paulussen, De ontmanteling van het fameuze philips natlab is nu compleet. Geraadpleegd op 31 januari 2023.
- ↑ Peter de Waard, Het lijkt nu echt gedaan met het NatLab, Philips’ uitvinderscentrum voor Willy Wortels. Geraadpleegd op 31 januari 2023.
- ↑ De straat waaraan het terrein lag, kreeg aanvankelijk de naam Prof. Holstlaan, naar de eerste directeur Gilles Holst. Het verlengde ervan op Eindhovens gebied heette Bayeuxlaan. Na de grenswijziging heeft Eindhoven de straat langs het NatLab, tot aan de nieuwe grens met Waalre, omgedoopt tot Bayeuxlaan. Pas vele jaren later zag Eindhoven de onjuistheid hiervan in en hernoemde men het gedeelte tussen de Locatellistraat/Antoon Coolenlaan en de A67 weer tot Prof. Holstlaan. Zie ook Google Maps.
- ↑ Bakker, J, Albert Einstein in Eindhoven. Brabants Historisch Informatie Centrum (29 mei 2017). Geraadpleegd op 13 augustus 2025.
- ↑ Theo Stijntjes en Bob van Loon, Scanning Our Past From The Netherlands Early Investigations on Ferrite Magnetic Materials by J. L. Snoek and Colleagues of the Philips Research Laboratories Eindhoven (10 september 2025).
- ↑ B. Hoitzing, Succes van ferroxcube had een opmerkelijk begin.
- ↑ Marcel Metze (2004). Ze zullen weten wie ze voor zich hebben - Anton Philips 1874-1951.
- ↑ Onderzoek nieuwe generatie beeldschermen kostte tientallen miljoenen; Philips stopt met geheim Zeus-project. Gearchiveerd op 30 december 2024. Geraadpleegd op 8 september 2025.
- ↑ 100 jaar NatLab.. Geraadpleegd op 6 september 2015.
- ↑ NRC Handelsblad, 18 juni 2005
- ↑ Financieel Dagblad, 15 oktober 2002
- ↑ LG.Philips Holding BV. Geraadpleegd op 12 juli 2019.
- ↑ Gidi Pols en Jochem van Staalduine, Hoe Philips met stiekeme afspraken toch geld verdiende aan oude, bolle beeldschermen. Geraadpleegd op 12 juli 2019.
- ↑ Henk Hagenbeuk, Benoemingen en onderscheidingen. Geraadpleegd op 8 september 2025.
- ↑ M. J. van Bommel, Hoe Philips Research naast de Nobelprijs greep. Geraadpleegd op 10 september 2025.