Pieter Serrien

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pieter Serrien (Kontich, 1985) is een Belgisch historicus en auteur van boeken waarin persoonlijke getuigenissen van soldaten en burgers tijdens de twee wereldoorlogen centraal staan.

Biografie[bewerken]

Serrien werd geboren in 1985 in Antwerpen en groeide op in Kontich(-Kazerne). In 2003 startte hij met de opleiding Geschiedenis aan de KULeuven, waar hij zich specialiseerde in mondelinge geschiedenis, egodocumenten en het dagelijkse leven in conflictgebieden. Zijn licentiaatsthesis bestudeerde het leven met bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Na zijn studies begon Serrien les te geven op het Sint-Ritacollege te Kontich. In 2008 schreef hij een eerste boek in opdracht van de stad Mortsel: Tranen over Mortsel. Hierin werd het bombardement op Mortsel van 5 april 1943 beschreven. In 2009 richtte hij samen met historicus Selm Wenselaers het onderzoeksbureau Geheugen Collectief op. Dit was het eerste van zijn soort in Vlaanderen en haalde meteen het nieuws met de ontdekking dat Willy Vandersteen tijdens de oorlog onder het pseudoniem Kaproen antisemitische tekeningen maakte. Serrien leidde Geheugen Collectief nog tot 2014, waarna hij besloot zich te richten op het schrijven en het lesgeven. Zijn functie werd overgenomen door collega Aline Sax.

In de komende jaren combineerde hij lesgeven met het onderzoek en het schrijven van geschiedenisboeken. Achtereenvolgens publiceerde Pieter Serrien Oorlogsdagen (2013) over het leven onder bezetting tijdens de Eerste Wereldoorlog en Zo was onze oorlog (2014) over het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Samen met Karel Strobbe en Hans Boers schreef hij met Van onze jongens geen nieuws (2015) de geschiedenis van de Crab’s. In 2016 maakte hij de overstap naar de nieuwe uitgeverij Horizon. Datzelfde jaar volgde Elke dag angst (2016) over de V-bommenterreur. Twee jaar later verscheen Het elfde uur (2018) over de laatste 24 uur van de Eerste Wereldoorlog. In zijn recentste boek De laatste getuige (2019) tekende hij het verhaal van Louis Boeckmans, die Breendonk, Buchenwald en het werkkamp van Blankenburg, een deelkamp van Mittelbau-Dora, overleefde.

Pieter verzorgt geregeld auteurslezingen en -wandelingen. Hij wordt vaak uitgenodigd voor radio en televisie. Zo maakte hij voor het VRT-programma Publiek Geheim een docu over het zinken van de SS Leopoldsburg op 24 december 1944. In het najaar van 2018 maakte hij voor de herdenking van de wapenstilstand de VRT-podcastreeks ‘Het elfde uur’, waarin hij net zoals in zijn gelijknamige boek de laatste 24 uur van de Eerste Wereldoorlog beschrijft.[1]

Persoonlijk leven[bewerken]

Pieter woont samen met zijn vriendin en twee zoontjes in Kontich. Hij is de oudere broer van filosoof Tomas Serrien, die eind 2017 het boek KLANK uitbracht.

Bibliografie[bewerken]

  • Tranen over Mortsel. De laatste getuigen over het zwaarste bombardement ooit in België (2008), Standaard Uitgeverij
  • Tranen over Mortsel. De laatste getuigen over het zwaarste bombardement ooit in België (2e editie, 2013), Manteau
  • Oorlogsdagen. Overleven in bezet Vlaanderen 1914-1918 (2013), Manteau
  • Zo was onze oorlog. Getuigenissen over de Tweede Wereldoorlog in België (2014), Manteau
  • Van onze jongens geen nieuws. De dwaaltocht van 300.000 Belgische rekruten aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (2015), Manteau – met Karel Strobbe en Hans Boers
  • Elke dag angst. De terreur van de V-bommen op België (2016), Horizon
  • Tranen over Mortsel. De laatste getuigen over het zwaarste bombardement ooit in België (3e editie, 2018), Davidsfonds
  • Het elfde uur. 11 november 1918, de gewelddadige laatste dag van de Eerste Wereldoorlog (2018), Horizon
  • De laatste getuige. Hoe ik Breendonk en Buchenwald overleefde (2019), Horizon – met Louis Boeckmans

Externe link[bewerken]

Referenties[bewerken]