Potvissen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Potvissen
Fossiel voorkomen: Mioceen tot heden
Potvis
Potvis
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Cetacea (Walvissen)
Onderorde:Odontoceti (Tandwalvissen)
Familie
Physeteridae
Gray, 1821
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Potvissen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De potvissen (Physeteridae) zijn een familie van tandwalvissen.

Verwantschap[bewerken | brontekst bewerken]

De enige nog levende soort, de potvis (Physeter macrocephalus), is de grootste nog levende tandwalvis (mannetjes kunnen tot vijftig ton zwaar worden) en behoort tot de grootst bekende diersoorten die ooit geleefd hebben. De familie is nauw verwant aan de dwergpotvissen (Kogiidae). Verscheidene wetenschappers beschouwen de dwergpotvissen als een onderfamilie van de Physeteridae, en de meesten plaatsen de twee families in één superfamilie, de Physeteroidea.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De potvissen hebben een behoorlijk grote kop en een vrijwel ontbrekende nek. De meloen van een volwassen mannetje beslaat ongeveer een derde van de lichaamslengte, en bevat een olieachtige substantie. De onderkaak is vrij smal, en bevat twaalf tanden. In de bovenkaak zitten geen tanden. Het spuitgat bevindt zich aan de linkerzijde op het voorhoofd. De rugvin is zeer klein.

Fossielen[bewerken | brontekst bewerken]

Potvissen bestaan al zo'n 22 miljoen jaar, en de oudste fossielen stammen uit het Vroeg-Mioceen van Argentinië.

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

Potvissen komen tegenwoordig wereldwijd voor, in alle wereldzeeën. Potvissen jagen in de diepzee, en de duiken die zij maken behoren tot de diepst bekende.

Geslachten[bewerken | brontekst bewerken]

De familie omvat de volgende geslachten: