Raad van Brabant

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Paleis der Natie, zetel van de Raad van Brabant vanaf 1783; heden zetel van het Federaal Parlement van België

De Raad van Brabant was het hoogste rechtscollege in het hertogdom Brabant. Gerechtelijke taken werden door de hertogen toegewezen aan een Curia of Raad. In 1430 (29 december) hervormde Filips de Goede zijn Camere tot een uitsluitend rechtsprekend college. De naam Raad van Brabant ontstond geleidelijk. Hij is niet te verwarren met de eerdere Raad van Kortenberg.

Vanaf 1576 trad de griffier van de Raad van Brabant ook op als griffier van de Staten-Generaal van de Nederlanden in Brussel.

Tijdens de Nederlandse opstand richtte de naar Den Haag overgebrachte Staten-Generaal op 26 september 1591 een eigen Raad van Brabant op voor het bestuur van het deel van het hertogdom onder Staatse controle.[1] Als deze laatste de "Staatse" Raad van Brabant (in Den Haag) genoemd werd (ook wel Raad en Leenhove van Brabant), werd de oorspronkelijke Raad meer en meer de "Soevereine" Raad van Brabant (in Brussel) genoemd.[2]

De Staatse Raad van Brabant fungeerde voornamelijk voor zaken in hoger beroep. Door het Leenhof van Brabant werden beleningen geregistreerd, voornamelijk van leengoederen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. In 1795 werd de Raad ontbonden en vervangen door het Hof van Justitie te 's-Hertogenbosch.

Het archief van de (Soevereine) Raad van Brabant wordt beheerd op het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Het archief van de Staatse Raad en Leenhof van Brabant wordt beheerd op het Brabants Historisch Informatie Centrum in 's-Hertogenbosch. In het archief van de Raad zitten grote reeksen criminele en civiele vonnissen en criminele en civiele procesdossiers. De leenboeken bevatten lijsten en akten betreffende lenen van de hertog van Brabant en uit latere periodes.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]