Resolutie 641 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 641
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 30 augustus 1989
Nr. vergadering 2883
Code S/RES/641
Stemming
voor
14
onth.
1
tegen
0
Onderwerp Israëlisch-Palestijns conflict
Beslissing Oproep aan Israël om de deportatie van Palestijnse burgers te stoppen.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1989
Permanente leden
Niet-permanente leden
Vlag van Algerije Algerije · Vlag van Brazilië (1968-1992) Brazilië · Vlag van Canada Canada · Vlag van Colombia Colombia · Vlag van Ethiopië Ethiopië · Vlag van Finland Finland · Vlag van Maleisië Maleisië · Vlag van Nepal Nepal · Vlag van Senegal Senegal · Vlag van Joegoslavië (1943-1992) Joegoslavië

Resolutie 641 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 30 augustus 1989 aangenomen. Veertien leden van de Raad stemden voor de resolutie. De Verenigde Staten onthielden zich. De Veiligheidsraad riep Israël opnieuw op geen Palestijnen meer te deporteren uit de bezette gebieden.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Door Israël bezette gebieden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog bezette Israël verschillende stukken grondgebied van zijn tegenstanders, waarvan het een deel annexeerde. Rond de jaarwisseling van 1988 brak geweld uit in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Israël greep in met harde maatregelen. Eén daarvan was deportatie naar Zuidelijk Libanon. Dergelijke straf is echter in strijd met de internationale wet en de Vierde Geneefse Conventie in het bijzonder.[1]

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

De Veiligheidsraad:

  • Herinnert aan de resoluties 607, 608 en 636.
  • Op de hoogte gebracht dat Israël op 29 juni weer vijf Palestijnen deporteerde.
  • Erg bezorgd over de situatie in de bezette Palestijnse Gebieden.
  • Herinnert aan de Vierde Geneefse Conventie; de artikelen °47 en °49 in het bijzonder.
  1. Betreurt het verderzetten van de deportatie van Palestijnse burgers.
  2. Roept Israël op de gedeporteerden te laten terugkeren en af te zien van verdere deportaties.
  3. Bevestigt dat de Vierde Geneefse Conventie van toepassing is op de bezette gebieden.
  4. Besluit de situatie op te volgen.

Verwante resoluties[bewerken | brontekst bewerken]