Naar inhoud springen

Scheldekaaien

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een stukje van de Scheldekaaien, gezien vanaf Linkeroever.

De Scheldekaaien zijn de kades langs de rechteroever van de Schelde in de Belgische stad Antwerpen. De kaaien zijn ongeveer 7,5 kilometer lang en een belangrijke verkeersader in de stad. De straatnaam, steeds eindigend op "-kaai", verandert om de paar 100 meter. Op en langs de kaaien zijn talloze historische gebouwen, waaronder Het Steen, het Loodswezen en de Zuidstatie, gevestigd. Typisch aan de Scheldekaaien is de Blauwe Steen die de grens met de rivier vormt.

Vroege ontwikkeling

[bewerken | brontekst bewerken]
Een reconstructie van het vermoedelijk uitzicht van Antwerpen eind dertiende eeuw (onbekend, 19de eeuw)

De geschiedenis van menselijke bewoning langs de Antwerpse Scheldeoever gaat terug tot de Gallo-Romeinse periode, toen Antwerpen fungeerde als schakel tussen de handel op land en water. De Schelde was toen aanzienlijk smaller, en met een beperktere getijdenwerking. Mogelijk waren er in die periode twee Romeinse nederzetting op het grondgebied van het huidige Antwerpen.[1] Vanaf de vroege middeleeuwen groeide Antwerpen uit tot een kleine maar volwaardige handelsnederzetting. Het gebied werd beschermd door een aarden wal met daarrond een singel. Via steigers in de rivier konden schepen aanmeren. Een voorloper van de Sint-Walburgiskerk, gebouwd in 727, lag vlakbij de Schelde. Halverwege de tiende eeuw liet keizer Otto I de Grote op deze plek een burcht bouwen. Centraal werd een nieuwe kerk opgetrokken, opgedragen aan Walburga. De kerk werd een aantal keer gerenoveerd, tot ze in 1817 werd gesloopt. Net voor het jaar 1000 maakte de Duitse keizer Otto II van Antwerpen een markgraafschap, ter verdediging van de westelijke grens van het Heilige Roomse Rijk. Rondom de nederzetting, die zich bevond op een landtong, werd een stenen muur geplaatst. Begin dertiende eeuw werd op deze landtong onder andere Het Steen opgetrokken. Om de verbinding tussen de stad en de Schelde te behouden, werden er poorten en gaten gebouwd, waaronder de Werfpoort. Ten zuiden van de landtong stichtte Norbertus in de twaalfde eeuw de Sint-Michielsabdij. Het hiernaast liggende Sint-Michielsbastion, dat deel uitmaakte van de Spaanse omwalling, verdedigde de stad eeuwenlang. Deze omwalling werd in 1542 gebouwd in opdracht van keizer Karel V. Halverwege de negentiende eeuw nam de Brialmontomwalling de verdedigingsfunctie over, waardoor in 1860 beslist werd de Spaanse omwalling te slopen. De abdij werd iets eerder, tijdens de Belgische Revolutie in 1830, verwoest door een brand. Een stukje van het bastion is wel behouden gebleven, en blootgelegd op de Sint-Michielskaai.

De Scheldekaaien gezien in vogelvluchtperspectief vanuit het westen, in de eerste helft van de zestiende eeuw (ca. 1524-1528)
Een kaart en tekening van Antwerpen halverwege de achttiende eeuw (Matthäus Seutter, 1740)

In de late middeleeuwen onderging de Antwerpse rede grote veranderingen. Door stadsuitbreidingen evolueerde deze tot een grillige façade van stadsmuren, poorten (waaronder de Waterpoort), vlieten, torens en aanlegplaatsen voor schepen. De rede was zeer afhankelijk van de getijdenwerking, waardoor de schepen bij laagtij in de modder lagen. Ten noorden van de middeleeuwse stadskern lag de Nieuwstad, waar de vlieten schepen toegang tot de stad gaven. Onder meer de Bierwerf, Engelse kaai, Houtkaai, Hooikaai en Meekaai (naar de meekrapwortels die hier werden geleverd) stammen uit deze periode. In de zestiende eeuw was Antwerpen uitgegroeid tot een wereldstad- en haven. Onder meer religieuze en politieke onrust, de breuk met de Noordelijke Nederlanden in 1585 na het Beleg van Antwerpen en de invoering van de Scheldetol stopten die groei grotendeels.

Napoleontische ingrepen

[bewerken | brontekst bewerken]
Napoleon Bonaparte en Joséphine de Beauharnais arriveerden op 18 juli 1803 voor het eerst in Antwerpen, via de Grote Bierpoort (Mattheus Ignatius van Bree, 1803-1807)

In 1803 bezocht Napoleon Bonaparte Antwerpen. Hij herkende het economisch en militair potentieel van de stad, en begon met de bouw van twee dokken in het noorden van de stad, het huidige Bonaparte- en Willemdok, ontworpen door Nicolas Mengin. Deze werden via een sluis met de rivier verbonden, waardoor de getijdenwerking minder bepalend werd voor de havenactiviteit. Het was deze ingreep die de basis vormde van de hedendaagse Antwerpse haven, maar daar bleven zijn plannen niet bij. Onder Napoleons bewind werd de Schelde een eerste keer rechtgetrokken. De veertiende-eeuwse stadsmuren en -poorten langs de rede werden gesloopt en een aantal vlieten werden overbrugd. Hierdoor ontstond er een wandelboulevard langs de Scheldeoever, waar de burgerij kwam flaneren. Aanvankelijk ging het om niet meer dan een aarden dam die werd gestut met palen.

Een negentiende eeuws beeld van de stad, gebaseerd op de iets oudere Ferrariskaarten (Joseph de Ferraris, 1830-1880)

In 1819 werden de eerste stenen aanlegplaatsen gebouwd, waarna architect Pierre Bruno Bourla in 1837 de afzoming vervolledigde met een arduinen kaaimuur. Deze staat in Antwerpen bekend als de Blauwe Steen. De kaaien waren aanvankelijk, van noord naar zuid, de Engelse kaai, de Werfkaai, de Viskaai, de Houtkaai en de Kalk- en Meststenenkaai. De toenmalige burgemeester van Antwerpen Florent van Ertborn vernoemde later de zes kaaien die tot dan toe waren aangelegd naar enkele toonaangevende figuren. Van noord naar zuid waren dit de Tavernierkaai, die verwees naar Jean-Baptiste Tavernier, de Van Meterenkaai naar Emanuel van Meteren, de Orteliuskaai naar Abraham Ortelius, de Jordaenskaai naar Jacob Jordaens, de Van Dijckkaai naar Antoon van Dyck en de Plantinkaai naar Christoffel Plantijn. De voorlaatste werd later hernoemd naar Ernest Van Dijckkaai om verwarring met de Antoon van Dyckstraat te vermijden. Later kwam in het noorden de Rijnkaai erbij, die vanaf 1847 vernoemd werd naar de rivier de Rijn. Het eerste deel van deze kaai werd aangelegd tussen 1843 en 1844 door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, samen met de Rijnspoorweg. In de jaren 1860 werd de kaai verlengd tot zijn huidige lengte tot het Sasdok, na het slopen van de Spaanse omwalling. In het zuiden verscheen bovendien de Sint-Michielskaai, naar de verdwenen Sint-Michielsabdij. De Franse architect François Verly kwam met het idee van een eenvormig gevelfront van magazijnen en woningen langs de kaaien. Zijn plannen werden uitgevoerd tussen 1818 en 1850. Zuidelijker werd een deel van de Scheldeoever omgevormd tot een arsenaal met scheepswerven. Hier werden oorlogsschepen gebouwd, bedoeld voor de geplande aanval van Napoleon op Engeland.

Rechttrekking

[bewerken | brontekst bewerken]
De Scheldekaaien na de rechttrekking, met de aflijning van de Napoleontische kaaien aangeduid (Aloïs Scheepers, 1886)

De industriële revolutie en de opheffing van de Scheldetol lieten toe dat Antwerpen tijdens de negentiende eeuw opnieuw een periode van economische en bevolkingsgroei kende. Tegen het einde van die eeuw leidde het toenemende scheepsverkeer ertoe dat de haveninstallaties niet meer aan de noden voldeden. Omstreeks 1870 stelde men bovendien vast dat de Schelde aan het verzanden was. De oorzaak hiervan was de onregelmatige breedte van de rivier. Een door de Belgische overheid aangestelde onderzoekscommissie besliste hierop om een tweede rechttrekking van de kaaien te starten. De Schelde zou overal een breedte van 350 meter krijgen, waardoor bij laagtij de rivier nog een diepte van acht meter zou hebben. Zeeschepen konden hierdoor ook aan de Antwerpse rede aanleggen. Langs de Schelde werd een honderd meter brede strook van zo'n drieënhalve kilometer vrijgemaakt, waar een kaaimuur verscheen. De kaai bestond uit een tachtig meter brede gekasseide strook, uitgerust met kranen, treinsporen en opslagplaatsen, gescheiden van een twintig meter brede rijweg door neogotische, smeedijzeren hekken en lindebomen. Langs deze weg werden talloze nieuwe gebouwen opgetrokken, veelal pakhuizen, herbergen en handelspanden. Verspreid over de Scheldekaaien werden metalen afdaken gebouwd met Polonceau-spanten en versierde frontons. De eerste werden gebouwd in 1882. De kaaimuur werd niet op het droge gebouwd, maar in de Schelde. De fundamenten waren stalen zinkkisten van ongeveer vijfentwintig meter lang, negen meter breed en tweeënhalve meter hoog. Vanaf drijvende pontons werden ze achttien meter diep afgezonken, waarna de kaaimuur werd gemetseld en de kuipen werden opgevuld met beton. Vanaf de laagwaterlijn werd de kaaimuur bedekt met natuursteen, en bovenaan met blauwe deksteen en meerpalen.

Deze ingrepen leidden ertoe dat alle nog overblijvende vlieten werden gedempt, de landtong bij Het Steen werd afgegraven en het middeleeuwse hart van de stad, de Burchtwijk, werd met de grond gelijk gemaakt. De werken werden in 1877 aangevat, waarna op 26 juli 1885 de nieuwe Scheldekaaien, lopend van de Kattendijksluis tot aan de huidige Ledeganckkaai, werden ingehuldigd. De benamingen die in de Napoleontische periode werden gegeven bleven behouden, al kwamen er in het zuiden nog enkele nieuwe bij. Dit waren de Cockerillkaai, verwijzend naar de Cockerill Yards, de Stationskaai, naar de Antwerpse Zuidstatie, en de Ledeganckkaai, naar Karel Lodewijk Ledeganck. De Stationskaai werd later hernoemd tot de De Gerlachekaai, naar Adrien de Gerlache. Tussen 1897 en 1903 werd de havenstrook nog eens twee kilometer verlengd naar het zuiden toe. Hier verschenen de D'Herbouvillekaai, naar Charles Joseph Fortuné d'Herbouville, en de Petroleumkaai, naar Petroleum-Zuid. Douanereglementeringen leidden ertoe dat de Antwerpenaren niet langer op de kaaien, en dus bij de Schelde, konden komen. Ter compensatie werden twee wandelterrassen gebouwd, waardoor de Schelde vanuit de hoogte wel nog zichtbaar was.

Verval (en bloei)

[bewerken | brontekst bewerken]
Vogelvluchtperspectief op de kaaien, de stad en de haven begin twintigste eeuw (Hypsoskaart, 1913)
De Scheldekaaien in de jaren 1930, gekenmerkt door de vele hangars (1930)

In de twintigste eeuw zette de groei van zowel de haven als de stad zich voort. De Antwerpse metropool breidde zich steeds verder uit weg van de Schelde, terwijl de haven meer en meer noordwaarts richting de Nederlandse grens groeide. Dit werd na de Tweede Wereldoorlog onder meer door het Marshallplan ondersteund. De Antwerpse haven groeide uit tot de wereldtop van container- en petrochemische havens, maar tegelijkertijd verloren de Scheldekaaien hun functie als havengebied. De kaaien bleven uiteindelijk achter als braakland, afgesneden van de binnenstad door de negentiende-eeuwse hekken. Buurten die sterk afhankelijk waren van de havenactiviteiten, zoals het Eilandje en het Zuid, kenden hierdoor eveneens een periode van achteruitgang. Vanaf eind jaren 1970 zette de heropleving in dankzij creatieve ondernemers, nieuwe woningprojecten en herbestemming van leegstaande pakhuizen. De gevelwand langs de kaaien evolueerde tot een staalkaart van de stedelijke architectuur uit de twintigste en eenentwintigste eeuw. Het stukje land aan de overkant van de weg werd echter nog steeds grotendeels verwaarloosd, en later gebruikt als parking. In 1977 werd bovendien een waterkeringsmuur, bedoeld om Antwerpen te beschermen tegen overstromingen zoals de overstromingen van 1906, 1953 en 1976. Dit project, onderdeel van het Sigmaplan, vormde een extra barrière van zo'n 5,5 kilometer lang en 1,35 meter hoog.

Een stukje van de heraangelegde Scheldekaaien: het Park aan de Stroom op de Ledeganckkaai (2025)

Al snel na de aanleg van de kaaien eind negentiende eeuw, bleek dat de kaaimuur verzakte en verschoof richting de Schelde. Hoewel tijdelijke oplossingen voor stabilisatie zorgden, werd in 2007 door een groep experts gesteld dat de Antwerpse kaaimuur nergens nog voldeed aan de veiligheidsnormen. Vooral aan Nieuw Zuid was de situatie dramatisch. De Sinterklaasstorm van 2013 toonde aan dat ook de waterkeringsmuur lekken vertoonde. Los daarvan werd het Sigmaplan gereviseerd in 2005, en stelde dit dat de Antwerpse waterkering met negentig centimeter moest worden verhoogd, omwille van het toegenomen risico op overstromingen door de klimaatverandering en de Nederlandse Deltawerken waardoor er minder overstromingsgebieden waren en het water dus hoger kwam te staan bij springtij. Sinds 2012 zijn De Vlaamse Waterweg en de stad Antwerpen daarom bezig met de heraanleg van de Scheldekaaien. Hierbij werd het havenpatrimonium, voornamelijk de oude hangars, havenkranen en waterkeringsmuur, verwijderd of gerestaureerd. Ten zuiden en ten noorden van de kaaien gebeurde dit door de aanleg van dijken. Verder verdwenen de parkeerplaatsen op de kaaien, terwijl doorgaand verkeer wel mogelijk bleef. Een breed fietspad tussen de kaaivlakte en de kaaiweg werd (her)aangelegd, en de waterkering werd in het landschap verwerkt. Ook werd het plan voor een kaaientram geopperd, maar dit voorstel werd niet uitgewerkt. De werken zouden klaar moeten zijn rond 2030.[2]

Voor de heraanleg van het gebied werden de kaaien ingedeeld in zeven zones, met in het zuiden de Hobokense Polder als grens, en in het noorden het Noordkasteel. Van noord naar zuid zijn dit Droogdokkeneiland, Kattendijksluis & Rijnkaai, Bonapartedok & Loodswezen, Schipperskwartier & Centrum, Sint-Andries & Zuid, Nieuw Zuid en Blue Gate Antwerp. Sinds 2017, met de opening van de Belvédère op het Droogdokkeneiland, worden stelselmatig delen van de Scheldekaaien heraangelegd.

Huidige indeling

[bewerken | brontekst bewerken]
Kaart van Antwerpen, met daarop de verschillende zones en straten van de Scheldekaaien. Zones 1 t.e.m. 7: Droogdokkeneiland, Kattendijksluis & Rijnkaai, Bonapartedok & Loodswezen, Schipperskwartier & Centrum, Sint-Andries & Zuid, Nieuw Zuid en Blue Gate Antwerp.

Het meest noordelijke punt van de Scheldekaaien bevindt zich op het Droogdokkeneiland. Het gaat hier om de kaaimuren van de Royerssluis en de Kattendijksluis, waarvan die laatste in 2017 zijn omgevormd tot de Belvédère. Noordelijker ligt het Noordkasteel, dat geen kaaimuur maar een dijk heeft. Via de Kattendijkbrug wordt de Droogdokkenweg verbonden met de Rijnkaai. Die bevindt zich ruwweg tussen het Sasdok en het Bonapartedok. De Tavernierkaai loopt tot aan de Brouwersvliet, en wordt gevolgd door de Van Meterenkaai die tot de Sint-Pietersvliet reikt. Hierop volgt de Orteliuskaai, die loopt tot aan de Koolkaai, waarna het straat hernoemd wordt tot de Jordaenskaai, die loopt tot aan de Suikerrui. Op deze kaai, ter hoogte van de Suikerrui, bevindt zich het Steenplein, dat eerder bekend stond als de Vismarkt. Vervolgens is er de Ernest Van Dijckkaai, die loopt tot aan de Sint-Jansvliet, en de Plantinkaai, die loopt tot aan de Sint-Michielstraat. Hierop volgen de Sint-Michielskaai, die loopt tot aan de Scheldestraat, en de Cockerillkaai, tot aan de IJzerenpoortkaai. Daarna volgen de De Gerlachekaai, die reikt tot aan de Namenstraat, en de Ledeganckkaai, tot aan het Emile Thielenspad. In tegenstelling tot het grootste deel van de Scheldekaaien was de havenactiviteit op de Ledeganckkaai nog tot in de jaren 2010 actief, maar ondertussen bevindt er zich het Park aan de Stroom. Vervolgens is er de D'Herbouvillekaai, die loopt tot aan de Naftaweg. De meest zuidelijke van de Antwerpse Scheldekaaien is de Petroleumkaai, gelegen tussen het Oude Veer en de Solventweg, en sluit als enige niet rechtstreeks aan op zijn voorganger. De Petroleumkaai grenst in het zuiden aan de Hobokense Polder, waar de oever niet langer uit een kaaimuur maar uit een dijk bestaat.

De Antwerpse Scheldekaaien vormen een staalkaart van de architectuur vanaf eind negentiende eeuw. Tal van gebouwen zijn beschermd als monument. Een beknopt overzicht van de voornaamste gebouwen (van noord naar zuid) wordt hier gegeven.

Waagnatie, Hangar 26/27, havenkranen en Red Star Line Museum

[bewerken | brontekst bewerken]
Links de Waagnatie en rechts Hangar 26/27, met centraal de havenkranen.

Op de Rijnkaai stonden oorspronkelijk, net als op de andere kaaien, metalen afdaken. Deze werden onder meer gebruikt door de rederij Red Star Line. De drukke goederentrafiek na de Tweede Wereldoorlog vereiste echter betere infrastructuur, waardoor ze werden vervangen door constructies van beton en metselwerk. Begin eenentwintigste eeuw werden ze gerenoveerd en herbestemd tot evenementenhal of burelen. Het noordelijke gebouw staat bekend als de Waagnatie, het zuidelijke als Hangar 26/27.

Naast deze hangars staan veertien historische havenkranen opgesteld, behorend tot de collectie van het Museum aan de Stroom. De oudste stamt uit 1884, de nieuwste uit 1963.[3] De eerder genoemde Red Star Line had sinds 1872 haar gebouwen langs de Rijnkaai. De drie huidige gebouwen werden geopend in respectievelijk 1893, 1902 en 1922. In 2013 opende het Red Star Line Museum er haar deuren.[4]

Loodswezen, Margueriedok en bedieningshuis

[bewerken | brontekst bewerken]
Het Loodswezen op de Tavernierkaai.

Het voornaamste gebouw op de Tavernierkaai is het Loodswezen. Dit eclecticische gebouw werd tussen 1892 en 1894 opgetrokken naar een ontwerp van Hendrik Kennes en Ferdinand Truyman. Het gebouw bood doorheen haar geschiedenis onderdak aan verschillende zeevaart- en havendiensten. Bovenop het gebouw staat een bronzen beeld van Silvius Brabo door beeldhouwer Jules Weyns. Hiernaast ligt het Margueriedok, vernoemd naar Ludovicus Marguerie, gemeenteraadslid en de promotor van de bouw ervan. Het kleine dok werd in 1883 gegraven als schuilhaven en getijdendok.

Enkele jaren na het Loodswezen, werd in 1899 onder leiding van architect Gustave Royers een magazijn gebouwd, eveneens in eclecticische stijl met invloeden uit de neorenaissance en barok. Het oudste gebouw in dit gebied is het voormalig bedieningshuis van de Bonapartesluis, dat werd opgetrokken in 1863 naar een neoclassicistisch ontwerp van Charles Dujardin. Het werd daarna gebruikt als kantoor van de Ontvanger der Scheepvaartrechten, en later als rijkswachtkantoor.[5]

Herbosch en Scaldis Buildings

[bewerken | brontekst bewerken]

Langs de Tavernierkaai staat de Herbosch Building, een kantoorgebouw in art deco-stijl, naar een ontwerp van Louis Hamaide uit 1925. De opdrachtgever voor dit gebouw was reder Eugène Herbosch, die destijds een binnenvaartvloot van zo'n 225 schepen in zijn bezit had. In het originele ontwerp zaten gebeeldhouwde reliëfs met binnenschepen, maar die werden op vraag van Emiel Van Averbeke, de stadsbouwmeester van Antwerpen, weggelaten. Een ontwerp uit 1998 leidde tot de renovatie van het gebouw tot appartementen met een handelsruimte.[6]

De Scaldis Buildings zijn opvallende gebouwen langs de Orteliuskaai. Deze kantoorgebouwen in beaux-artsstijl zijn gebouwd naar een ontwerp van Joseph Hertogs uit 1908. In de jaren 1990 werd het gerenoveerd tot wooncomplex.[7]

Helvetia- en Natiënhuis

[bewerken | brontekst bewerken]
Links het Helvetiahuis, rechts het Natiënhuis en daarachter het Vleeshuis, langs de Jordaenskaai.

Langs de Jordaenskaai bevindt zich onder meer het Helvetiahuis, een kantoorgebouw in neogotische en neotraditionele stijl. Het staat op de hoek met de Vleeshuisstraat en is gebouwd naar een ontwerp van Joseph Hertogs uit 1904. Het gebouw staat tegen een fragment van de burchtmuur uit begin dertiende eeuw, en vlakbij het Vleeshuis. De andere hoek met de Vleeshuisstraat wordt ingenomen door het Natiënhuis, gebouwd in dezelfde periode als het Helvetiahuis en eveneens ontworpen door Hertogs. Latere uitbreidingen gebeurden naar een ontwerp van Emile Thielens.

Het eeuwenoude Steen geldt als het belangrijkste gebouw op de Scheldekaaien, en als het oudste van Antwerpen.

Het meest noemenswaardige gebouw op de Scheldekaaien is Het Steen. Op deze locatie werd omstreeks 850 een eerste vluchtburcht aangelegd als bescherming tegen de Noormannen. Begin dertiende eeuw werden Het Steen en de burchtmuur opgetrokken. Het gebouw diende begin veertiende eeuw als gevangenis, maar werd in 1446 door een door Filips de Goede ingestelde commissie als vervallen verklaard. De burchtmuur werd in 1481 deels gesloopt, en in 1883 verdween deze grotendeels tijdens het rechttrekken van de Schelde. Begin zestiende eeuw werd door keizer Karel V de opdracht gegeven om Het Steen te herbouwen. Omstreeks 1520 gebeurde dit, naar een ontwerp van Domien de Waghemakere en Rombout II Keldermans. Van het oorspronkelijke gebouw bleef de onderbouw in Doornikse steen over, met daarbovenop de nieuwe zandstenen bovenbouw. Een beeld van de Scandinavische god van de vruchtbaarheid Semini bleef bewaard, ondanks dat het werd beschadigd door Jezuïeten omstreeks 1587. In 1549 werd het gebouw door Karel V geschonken aan de stad Antwerpen. De functie als gevangenis bleef behouden tot in 1823, en ook terechtstellingen en folteringen vonden er plaats. De Spaanse Inquisitie zetelde er tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het gebouw werd een tijdlang opgeëist door de Nederlandse regering, maar in 1842 kocht de stad het gebouw terug. De kelders werden gebruikt om vis in te stockeren, de rest van het gebouw werd bewoond door verschillende gezinnen. Niet veel later kreeg het gebouw een nieuwe invulling als Oudheidkundig Museum, waardoor het in 1864 voor het eerst werd opengesteld voor het publiek. In de jaren 1880 zag Het Steen alle omliggende straten en huizen verdwijnen voor de rechttrekking van de Scheldekaaien, maar het gebouw zelf kon blijven staan. Tussen 1887 en 1890 werd het gebouw gerestaureerd, verbouwd en uitgebreid, en tussen 1953 en 1957 volgde opnieuw een verbouwing. Het Nationaal Scheepvaartmuseum nam er in die periode haar intrek tot 2008. Hierna kreeg het een nieuwe invulling als terminal voor cruiseschepen en toeristisch centrum. Een volgende renovatie werd uitgevoerd tussen 2018 en 2021.[8]

Het hiernaast liggende Steenplein bevat heel wat bomen, met centraal een kiosk in de vorm van een boot van de rederij Flandria. Deze werd gebruikt voor de ticketverkoop van deze rederij, die sinds 1922 rondvaarten op de Schelde en in de Antwerpse haven organiseerde. De kiosk is gebouwd naar een modernistisch ontwerp van Victor Blommaert uit 1948. Er is een gebeeldhouwde Romeinse god Neptunus aanwezig in het gebouw. Ondertussen nam De Waterbus deze kiosk over. Aan het Steenplein bevindt zich tevens de enige halte van deze waterbus op de Scheldekaaien. Ter hoogte van het Steenplein kent de kaaimuur een inham, waar door middel van een vlotbrug schepen kunnen aanmeren.[9]

Noorder- en Zuiderterras

[bewerken | brontekst bewerken]

Op de Jordaenskaai werd in de jaren 1880 het Noorderterras opgetrokken. Door de bouw van de afdaken op de kaaien in die periode, was de Schelde niet meer goed zichtbaar. Een oplossing zoals in Genua drong zich op, waarbij een verhoogd wandelpad alsnog de Schelde zichtbaar maakte. Het wandelterras werd gebouwd naar een idee van Frans Gittens. Bij het terras hoort bovendien een paviljoen in neogotische stijl, en sinds 1963 staat er een drie meter hoog, bronzen beeld van Lange Wapper opgesteld, naar een ontwerp van Albert Poels.

Op de Ernest Van Dijckkaai bevindt zich een tweede wandelterras, het Zuiderterras. Net als het Noorderterras werd dit in de jaren 1880 opgetrokken, om een uitkijk te geven op de Schelde over de hangars. Er staan twee hardstenen leeuwen van Alphonse Peeters uit 1887 opgesteld met schilden met daarop het Antwerpse wapen. Verder staat er ook sinds 1958 een vier meter hoog bronzen beeld van de Romeinse godin Minerva, gerealiseerd door de Italiaan Marcello Mascherini. Als deel van het wandelterras is er ook een paviljoen aanwezig. Dit was aanvankelijk in neoclassicistische stijl, maar dit brandde af in 1973. Tussen 1989 en 1991 werd een nieuw paviljoen gebouwd, naar een ontwerp van onder andere Bob Van Reeth.[10]

Hansahuis en trio

[bewerken | brontekst bewerken]
Het Hansahuis op de hoek van de Ernest Van Dijckkaai en de Suikerrui.

Langs de Ernest Van Dijckkaai, op de hoek met de Suikerrui, bevindt zich het eclectische en neobarokke Hansahuis. Het werd opgetrokken tussen 1897 en 1903, naar ontwerpen van Joseph Hertogs. Het bevat een aantal bronzen beelden door Jef Lambeaux, en bood oorspronkelijk ruimte aan twee cafés, drie winkels en een aantal kantoren. Vlak ernaast liggen overigens het Eugeen Van Mieghem Museum en Museum De Reede. Een eindje verder langs de Ernest Van Dijckkaai staat het in 1933 geopende toegangsgebouw van de Sint-Annatunnel, op de locatie van de voormalige Sint-Jansvliet en naar een ontwerp van Emiel Van Averbeke. De huidige bebouwing langs de Plantinkaai stamt grotendeels uit eind negentiende eeuw, waaronder het trio In de Pelikaan, In de Goudbloem en Dit is in d'Hoop, op de hoek met de Vlaanderenstraat, naar ontwerpen van Hendrik Krekel uit 1882.[11]

Huis van Roosmalen en anderen

[bewerken | brontekst bewerken]

Oorspronkelijk bestond de bebouwing langs de Sint-Michielskaai, en bij uitbreiding de rest van de kaaien, uit pakhuizen, herbergen en handelspanden. Zo bevindt zich op de hoek met de Arsenaalstraat een pand in neorenaissance-stijl, daterend uit 1891. Hier bevond zich destijds een tolhuis. Een tweede fase qua bebouwing vond plaats tijdens het interbellum. Tussen 1921 en 1924 investeerde de stad in sociale woningbouw, wat leidde tot een groot complex tussen de Arsenaal- en de Fortuinstraat, ontworpen door Emiel Van Averbeke. Een derde fase vond plaats eind twintigste en begin eenentwintigste eeuw, met de bouw van nieuwe woon- en kantoorcomplexen. Deze zijn zowel de oorzaak als het gevolg van de heropleving van het Zuid. Een voorbeeld hiervan is het Huis van Roosmalen van Bob Van Reeth. Op de kaai bevinden zich tegenwoordig sportvelden.[12]

Hof van Beroep, Museum van Hedendaagse kunst en Upstream

[bewerken | brontekst bewerken]
Het M HKA langs de Cockerillkaai.

Ter hoogte van de Cockerillkaai is er een inham in de kaaimuur. Dit is een overblijfsel van de Zuidersluis, die toegang gaf tot de Zuiderdokken. Deze werden in 1881 geopend, maar alweer gedempt in 1969. Tussen 1973 en 1974 werd op de locatie van de Zuidersluis een gebouw opgetrokken naar een ontwerp van Marc Appel en Jan Welslau. Hier zetelde het Hof van Beroep en Arbeidshof een tijdlang. Langs de kaai werden in het interbellum een aantal sociale appartementsblokken opgetrokken naar ontwerp van Emiel Van Averbeke, waaronder op de hoek met de Luikstraat. Een belangrijk gebouw langs de kaai is het Museum van Hedendaagse Kunst, dat sinds 1987 haar intrek heeft genomen in een omgebouwd pakhuis, naar een ontwerp van Michel Grandsard. De komst van dit museum gaf een belangrijke impuls aan de heropleving van de buurt. Ingesloten tussen twee delen van het museum staat Upstream, een gebouw naar een ontwerp van Christine Conix uit 1995.[13] De Cockerillkaai was in 2023 de duurste woonstraat van Antwerpen.[14]

Belgica langs de De Gerlachekaai.

Kunstenaarswoning Jozef Peeters en Belgica

[bewerken | brontekst bewerken]

De De Gerlachekaai verscheen in de jaren 1870 en 1880. Van de bebouwing uit die periode bleef niets bewaard. Onder meer sociale appartementsblokken van Emiel Van Averbeke namen hun plaats in. In een van deze gebouwen woonde kunstenaar Jozef Peeters sinds 1924. Op dit adres was eveneens de redactie van het avant-garde tijdschrift Het Overzicht gevestigd, en waren kunstenaars als Paul van Ostaijen, E. du Perron en Michel Seuphor kind aan huis. Een ander noemenswaardig gebouw langs deze kaai is het in 1990 gebouwde Belgica, het hoofdkwartier van de Compagnie Maritime Belge, naar een ontwerp van Michel Jaspers.[15]

Het goederenstation van de Antwerpse Zuidstatie langs de Ledeganckkaai.

Goederenstation Zuidstatie

[bewerken | brontekst bewerken]

Het oudste gebouw langs de Ledeganckkaai is het neoclassicistische voormalige goederenstation van de verdwenen Antwerpse Zuidstatie. Dit werd gebouwd in 1901 naar een ontwerp van Franz Seulen. Hierin bevindt zich tegenwoordig de hoofdzetel van Bank J. Van Breda en Co. De andere stationsgebouwen werden gesloopt voor de aanleg van de nabijgelegen Kennedytunnel. Op de kaai opende in 2025 het Park aan de Stroom.[16]

Industriële overblijfselen

[bewerken | brontekst bewerken]
De pier aan de Petroleumkaai.

Op de D'Herbouvillekaai staat een elektrische draaitorenkraan uit 1907, de eerste elektrische kraan die in de stad werd gebruikt. Meer zuidelijk wordt de kaai vooral gekenmerkt door industrie behorend tot het bedrijventerrein Blue Gate Antwerp. Dit is de huidige benaming voor het tussen 1900 en 1902 opgerichte Petroleum-Zuid, waarvoor deze kaai diende als voornaamste toegangsweg.[17] De Petroleumkaai bevat een pier voor het aanmeren van petroleumtankers, die begin jaren 1900 werd aangelegd. De plannen hiervoor waren van de hand van Gustave Royers. Het noordelijke deel van de Petroleumkaai heeft een verharde kade, het zuidelijke deel niet en heeft een dijk. Naast de pier, zijn er ook een houten aanlegsteiger uit 1934 en een vlottend ponton uit 1947 bewaard gebleven. De kaai wordt gekenmerkt door bovengrondse pijpleidingen. Op de kaai ter hoogte van de pier is Kuwait Petroleum International gevestigd, veelal in gebouwen uit de beginjaren van het bedrijventerrein. Ook Gulf Oil en British Petroleum hadden ooit vestigingen in deze buurt.[18]

Een atoombunker op de Sint-Michielskaai.

Tijdens de Koude Oorlog, omstreeks 1954 en 1955, werden minstens vijftien atoombunkers in en onder de kaaivlakte aangelegd, waarvan diverse types bewaard zijn gebleven, met ruimte voor 6, 26 of 72 personen.

Werken die deel uitmaken van een gebouw, zoals het beeld van Brabo door Jules Weyns op het Loodswezen, Semini in Het Steen of de twee leeuwen verwerkt in het Zuiderterras, zijn niet in deze lijst opgenomen. Langsheen de Scheldekaaien stond aanvankelijk sinds 1991 een gedicht van Herman J. Claeys geschilderd op de waterkeringsmuur. Dit werd herwerkt door Peter Holvoet-Hanssen, en sinds 2011 stond zijn versie, onder de naam Welkom pierewaaiers en in samenwerking met ruim vijfhonderd anderen, op de muur.[19] Bij de heraanleg van de kaaien enkele jaren later verdween het.

Langs de Scheldekaaien zijn verschillende musea gelegen. Het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (aan de Cockerillkaai), het Museum De Reede en het Eugeen Van Mieghem Museum (beide aan de Jordaenskaai) zijn de drie voornaamste kunstmusea. Het Red Star Line Museum bevindt zich langs de Rijnkaai. Verder ligt ook het Museum aan de Stroom langs die kaai, weliswaar met het Bonapartedok ertussen. In Het Steen was sinds 1864 het Oudheidkundig Museum gevestigd, waarna het in 1952 werd opgevolgd door het Nationaal Scheepvaartmuseum, met op de kaai een maritiem park. Dit sloot de deuren in 2008. Sinds 2021 is er een tentoonstelling over de geschiedenis en identiteit van de stad te bezichtigen, waarmee de museale functie enigszins behouden bleef.

Overige Antwerpse kaaien

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast de kaaien die zich langs de Schelde bevinden, zijn er nog een aantal straatnamen die "kaai" in zich hebben. Deze verwijzen naar de dokken waarlangs ze ooit lagen of liggen. Veel van die dokken zijn in de loop van de twintigste eeuw gedempt, zoals de Zuiderdokken, of ze hebben een andere functie gekregen. Voorbeelden van deze (voormalige) kaaien zijn de Vlaamsekaai, Waalsekaai, Rouaanse Kaai, Entrepotkaai, Sint-Aldegondiskaai, Sint-Laureiskaai, Koolkaai, IJzerenpoortkaai, Godefriduskaai, Napoleonkaai, New Yorkkaai, Nieuwpoortkaai, Oostendekaai, Veurnekaai, Visserskaai, Vrieskaai en Graandokkaai. Bovendien zijn er ook tal van kaaien in de haven van Antwerpen die geen speciale naam kregen. In het Antwerpse district Merksem bevinden zich nabij de nog actieve dokken de Vaartkaai, Noordkaai, Oostkaai, Zuidkaai en Westkaai.

De Antwerpse Linkerscheldeoever wordt overigens niet als Scheldekaaien benoemd, maar als Scheldeboorden.

De Antwerp Pride trekt langs de Jordaenskaai (2025)
Zeilschepen die deelnemen aan de Tall Ships' Races zijn hier aangemeerd bij de Rijnkaai (2010)

Jaarlijks vindt op de Scheldekaaien de Antwerp Pride plaats. Wanneer Antwerpen gaststad is voor de Tall Ships' Races, meren de zeilschepen aan langs de kaaien. Het traditionele Antwerpse eindejaarsvuurwerk vindt plaats nabij de kaaien. De Ronde van Vlaanderen vertrekt soms vanaf de Scheldekaaien, en de marathon van Antwerpen en 10 Miles passeren er quasi elke editie.

In populaire cultuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Populaire liederen zoals De lichtjes van de Schelde van Bobbejaan Schoepen en Ântwârpe van De Strangers vermelden de Scheldekaaien. De qua bezoekersaantal succesvolste Belgische film, Loft van Erik Van Looy, werd voor een groot deel gefilmd op de Cockerillkaai, in Residentie Hoopnatie van architect Christine Conix.[34] De Netflix-serie Fubar met Arnold Schwarzenegger werd deels opgenomen op de Scheldekaaien.[35] De misdaadreeksen Langs de Kade en Fair Trade speelden zich grotendeels af in het Loodswezen op de Tavernierkaai.

[bewerken | brontekst bewerken]