Schietpartij op de Dam op 7 mei 1945

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Schietpartij op de Dam op 7 mei 1945
Op 7 mei 1945 ontstond een schietpartij tussen Duitsers in De Groote Club naast het Paleis op de Dam en eigenzinnige leden van de Binnenlandse Strijdkrachten, waarbij door paniek en rondvliegende kogels doden en gewonden in de volksmassa op de Dam vielen. (foto: Krijn Taconis)
Op 7 mei 1945 ontstond een schietpartij tussen Duitsers in De Groote Club naast het Paleis op de Dam en eigenzinnige leden van de Binnenlandse Strijdkrachten, waarbij door paniek en rondvliegende kogels doden en gewonden in de volksmassa op de Dam vielen. (foto: Krijn Taconis)
Plaats Amsterdam
Coördinaten 52° 22′ NB, 4° 44′ OL
Datum 7 mei 1945
Tijd 15.00
Doden 32
Gewonden 100
Mensen zoeken dekking, een klein kind loopt verloren rond
Een slachtoffer wordt afgevoerd
Het gebouw van De Groote Club, vanwaaruit werd geschoten
Gedenkplaat op de gevel van De Groote Club, hoek Dam/Kalverstraat
Een van de 32 naamstenen van de slachtoffers van de schietpartij. Onthuld op 7 mei 2016. Foto: Gert Jan van Rooij

Op 7 mei 1945, twee dagen na de capitulatiebespreking in Wageningen, werd de bevrijding gevierd op de Dam in Amsterdam toen rond drie uur 's middags plotseling schoten werden gelost door Duitse militairen vanaf het balkon van De Groote Club, op de hoek met de Kalverstraat. Hierbij vielen meer dan dertig doden en ruim 100 gewonden.

Bevrijdingsfeest[bewerken]

Twee dagen daarvoor, op 5 mei 1945, tekende de Duitse bezetter in Wageningen officieel het einde van de Tweede Wereldoorlog voor Nederland. Op 7 mei was het feest op de Dam in Amsterdam. Duizenden mensen hadden zich verzameld om Canadese bevrijders te verwelkomen, die op die dag verwacht werden. Muziek klonk uit draaiorgel 'Het Snotneusje' en mensen dansten in het rond. De stad was echter nog vol met gewapende Duitse militairen en milities van de Binnenlandse Strijdkrachten.

De Duitsers hadden op 4 mei met de Geallieerden een wapenstilstand gesloten, waarin onder meer was vastgelegd dat (alleen) de Geallieerden de Duitsers in West-Nederland zouden ontwapenen. Aan de Binnenlandse Strijdkrachten, onder leiding van Prins Bernhard, was daarom door de Geallieerden opgedragen om geen Duitsers te ontwapenen en zich niet gewapend op straat te vertonen.

De schietpartij[bewerken]

De vreugde op de Dam veranderde in paniek toen er op de mensenmassa werd geschoten vanuit De Groote Club naast het Koninklijk Paleis. Rond 15.00 uur schoten Duitse militairen van de Kriegsmarine op de menigte. Er ontstond paniek en de burgers vluchtten alle kanten op. Velen probeerden zichzelf in veiligheid te brengen door naar het Damrak en de aanliggende straten te rennen.[1]

Een aantal mensen zocht dekking achter lantaarnpalen, een tweetal kleine kiosken en het draaiorgeltje. Er vielen volgens lang gehanteerde officiële cijfers tweeëntwintig, maar volgens in 2013 aan het licht gekomen feiten aanzienlijk meer[2] dodelijke slachtoffers en er waren ruim honderd gewonden. De slachtoffers werden door kogels geraakt of onder de voet gelopen. De schietpartij duurde zo'n anderhalf uur.

Volgens de voordracht voor de Militaire Willems-Orde heeft de Nederlandse majoor Carel Frederik Overhoff die Gewestelijk Commandant van het strijdend gedeelte der Binnenlandse Strijdkrachten, Gewest 10, te Amsterdam was, met gevaar voor eigen leven tijdens de schietpartij ingegrepen. Hij heeft, zo staat in de voordracht, "met gevaar voor eigen leven, op een motor met zijspan gezeten, alleen vergezeld door een Duitse officier en een wachtmeester der Koninklijke Marechaussee, als bestuurder, door zijn persoonlijk krachtig en kordaat optreden en door zich moedig tussen de vurenden te begeven, waarbij de bestuurder van het motorrijwiel vlak voor hem dodelijk werd getroffen, het vuren door beide partijen doen staken en de orde hersteld, door welk moedig en beleidvol optreden Amsterdam gespaard bleef voor een noodlottiger omvang of verscherping van dit incident, dat aan de burgerij reeds een aantal van ongeveer twintig doden en honderd en twintig gewonden had gekost".

Volgens een andere bron, een artikel in Vrij Nederland van 28 maart 1981,[3] heeft een van oorsprong Oostenrijkse immigrant, de embryoloog dr. H.A.L. Trampusch, voordat Overhoff was gearriveerd al het schieten weten te beëindigen. Trampusch zou de commandant in De Groote Club aan de telefoon hebben gekregen en deze gedreigd hebben met de krijgsraad als het schieten niet ophield.

Volgens journalist Auke Kok hebben de Duitse commandant en de commandant van de BS gezamenlijk de schietende partijen tot kalmte kunnen brengen.

Tegelijkertijd of kort na deze schietpartij op de Dam vond er ook een schietpartij plaats bij het Victoria Hotel op de hoek van het Damrak en de Prins Hendrikkade. Schutters hier waren in het hotel gelegerde leden van de SS. Aan het Victoria Hotel (zijde Prins Hendrikkade) is ter herinnering een gedenkplaat opgehangen. Ook aan deze schietpartij wist Overhoff een eind te maken. Uit de gedenkplaat is af te leiden dat de wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee hier sneuvelde.

Motieven schutters[bewerken]

Er zijn verschillende theorieën waarom de Duitse militairen begonnen te schieten. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat een Duitse soldaat zich verzette, omdat een lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) hem wilde ontwapenen.[4] Dit was tegen de orders van de Geallieerden, die de BS hadden opgedragen om afzijdig te blijven. De geallieerden zouden zelf de Duitse bezettingsmacht ontwapenen.

Een andere bron sluit daar in redelijke mate bij aan. Het feest werd gadegeslagen door een aantal Duitse zeemiliciens[5] op het dak van De Groote Club. Er zouden op een zeker moment twee Duitse militairen op de hoek van de Paleisstraat en de Spuistraat door leden van de BS zijn aangehouden. Ze werden gesommeerd om hun wapens over te dragen, waarop een van hen weigerde. Hij werd doodgeschoten, waarna de Duitsers op De Groote Club begonnen te schieten in de richting van de BS'ers die dat deden.

Vanaf het Rokin en de Nieuwendijk begonnen andere leden van de BS vervolgens te schieten op de Duitsers, waarna deze met allerhande wapens terugschoten. De menigte op de Dam vluchtte in paniek uiteen, waarbij een aantal van hen in het schootsveld terechtkwam of onder de voet werd gelopen.

Er is ook een verhaal over gefrustreerde dronken soldaten. Ze zouden hun verlies niet hebben kunnen dragen of woedend zijn geweest vanwege de eerder genoemde arrestatie. Dit verhaal werd in 2014 weggezet als een mythe. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat ze handelden uit wraakgevoelens vanwege het kaalknippen van zogenaamde 'moffenhoeren'[4] dan wel uit vrees dat ze zelf zouden worden gelyncht.

Er is indertijd geen onderzoek gedaan naar de oorzaak, waardoor het onduidelijk is hoe de schietpartij precies is ontstaan.[1]

Monumenten[bewerken]

Op 7 mei 1947 en 7 mei 2016 werden door Amsterdamse burgemeesters een monument onthuld ter nagedachtenis aan de slachtoffers. In 1947 betrof het een plaquette; in 2016 straatstenen met namen van slachtoffers.

Fotografen[bewerken]

Er waren voor, tijdens en na de schietpartij vrij veel fotografen rondom de Dam aanwezig[6]. Dit kwam omdat het Canadese leger werd verwacht. Er is ook veel materiaal bekend, maar geen foto's van schietende soldaten. Een lijst van fotografen:

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]