Simon Godfried Albert Doorenbos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Simon Godfried Albert Doorenbos (1890 - 1980) was een Nederlandse horticulturist en directeur van de Plantsoenendienst in Den Haag.

Simon Doorenbos werd op 7 oktober 1891 in Barneveld geboren als zoon van een dominee. Hij ging naar de tuinbouwschool in Boskoop er werkte vanaf 1909 bij tuinarchitect Hendrik Copijn in Groenekan. Hij reisde als Copijns vertegenwoordiger naar Engeland en de Verenigde Staten. Toen hij in 1915 bij Copijn terugkwam werd hij Chef de Cultures en daar werd hij expert om planten (cultivar) te kweken. Zo ontwikkelde hij de Symphoricarpos (sneeuwbes) en de Betula utilis (Witte Himalayaberk), die naar hem vernoemd werden, en diverse dahlia's. Ook bracht hij in 1929 de Ulmus wallichiana van de Arnold Arboretum naar Europa. Zijn beroemdste succes was de elm 'Den Haag', die door kruising met onder meer de Ulmus wallichiana bestand bleek te zijn tegen de iepziekte.

In 1922 werd Doorenbos benoemd tot plantsoenmeester van de stad Utrecht. In 1926 verhuisde hij naar Rotterdam waar hij gemeentelijk tuinarchitect werd om al in mei 1927 benoemd te worden tot directeur bij de Plantsoenendienst in Den Haag.

Zijn eerste taak was het afmaken van de projecten waarmee zijn voorganger Pieter Westbroek was begonnen. Doorenbos begon met het Zuiderpark en het Westbroekpark, dat in 1925 geopend was net nadat Westbroek overleed. Doorenbos werkte met werkeloze arbeiders en liet de drassige parken ophogen met huisvuil.

Zijn eerste eigen opdracht was het ontwikkelen van het Sint Hubertuspark. Samen met architect Co Brandes maakt hij in 1931 een inrichtingsplan voor het gebied, waar ook enkele huizen gebouwd zouden worden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij door de Duitsers ontslagen, omdat hij weigerde struiken en bomen te verwijderen ten behoeve van de aanleg van de Atlantikwall. In 1944 kwam hij in de commissie Verbeek, die zich bezighield met de wederopbouw van de stad. Later dat jaar kocht hij met eigen geld 7000 jonge bomen en 2000 kilo graszaad. Toen de oorlog voorbij was, kreeg hij zijn baan terug en kon hij meteen beginnen met zaaien en bomen planten.

In 1948 legde hij het rosarium in het Westbroekpark aan, dat in 1961 uitgebreid werd tot 300 bloembedden. Ook deed hij de herinrichting van de 17e-eeuws tuin bij het Hof van Wouw samen met Catharina Polak Daniels.

Onderscheiden[bewerken]

In 1946 werd hij benoemd tot Officier in de Leopoldsorde 'voor zijn fiere houding gedurende de bezettingstijd en voor hetgeen hij daarna heeft gepresteerd voor de wederopbouw van de openbare beplantingen in Den Haag'.
In 1952 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, hij was toen 25 jaar directeur Plantsoenendienst.

Penning[bewerken]

Doorenbos was voorzitter van de Nederlandse Dendrologische Vereniging (NDV) van 1928-1962 en mede-oprichter van de International Dendrology Society. Op 14 april 1978 onthulde de NDV een bronzen portretplaquette die was aangebracht op het toegangshek van het Zuiderpark. Tevens lieten zij de zilveren S.G.A. Doorenbospenning slaan, een kleine kopie daarvan werd aan Doorenbos uitgereikt. Sindsdien wordt de penning om de vijf jaar doorgegeven, en de vorige eigenaar krijgt een bronzen replica.

Doorenbos woonde aan de Laan van Poot, waar hij ook duiven hield. Hij overleed daar in 1980.