Site (archeologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een site is in de archeologie de plek waar in een ver verleden menselijke activiteit plaatsvond. Het bevat voorwerpen die op die plek voor het laatst gebruikt zijn.

Vormingsproces[bewerken]

Site formation processes [1][2][3] ontstaan door culturele en natuurlijke processen. Culturele processen worden in gang gezet door wat mensen afdanken of achterlaten. Vervolgens treden de natuurlijke processen in. Er ontstaat site-vervorming door wortelwerking van planten en door bodemdieren, en afbraak door de werking van bacteriën en chemische processen. Aardbevingen veroorzaken verschuivingen. Ook de mens verstoort de oorspronkelijke sites door huizenbouw, de bewerking van de grond voor akkerbouw en het graven van wateren. Sites handhaven zich slechts als kort na de menselijke activiteit een conservering plaatsvindt. Een voorbeeld is de Belvédèregroeve bij Maastricht waar kort na bewoning afdekking met rivierafzetting plaats had en waar vervolgens twee maal een dikke lösslaag overheen kwam. Ander voorbeeld is Pompeï dat afgedekt werd met vulkaanas. In de Middeleeuwen zijn sites geconserveerd of niet verder verstoord door het opbrengen van plaggenmest waardoor een esdek ontstond. Ook drassige gebieden, de zogenaamde wetlands hebben een hoog conserveringsgehalte.

Typen van sites[bewerken]

Sites zijn te onderscheiden in grote en kleine sites. Grote sites van meer dan 3.000 vierkante meter liggen meestal direct aan open water. Zij dienden als basiskampen voor langdurige bewoning, als woonplaatsen. Op de grote sites is overwegend slachtafval van huisdieren aangetroffen. De kleine sites van 300 tot 400 vierkante meter bestonden uit kampementen voor kortstondige, veelal seizoengebonden bewoning in verband met jacht en visvangst. De kleine sites bevatten overwegend slachtafval van jachtwild, van vis en vogels. Jachtafval kan duiden op consumptie door de mens, maar ook door dieren of opslag dat vergaan is. Andere verschillen zijn de diversiteit in werktuigen, de diversiteit in aardewerk en het wel of niet hergebruik van aardewerk. De gemiddelde afmetingen van paalgaten zijn bij grote sites groter dan bij kleine sites. Sporen van eergetouwen zijn alleen aangetroffen bij grote sites.[4]

Een ander type site is de observatieplaats of uitkijkpost. De ligging van het kampement Mesch, waar men een weids uitzicht over het omliggende Limburgse landschap heeft lijkt met dit doel gekozen te zijn.[5] In Duitsland, Oekraïne en in Mauran in Frankrijk zijn op relatief kleine vlakken vondsten gedaan van botten van tientallen bizons die bij elkaar gedreven op systematische wijze door mensen geslacht zijn. Deze sites zijn vergelijkbaar met de bison kill sites van Noord-Amerika.[6][7]

Verwarring site, nederzetting en vindplaats[bewerken]

Site en nederzetting zijn geen synoniemen. Een menselijke activiteit kan zich buiten de nederzetting afgespeeld hebben. Een nederzetting is een site, maar een site hoeft geen nederzetting te zijn.

De vindplaats hoeft niet altijd de site te zijn. De overblijfselen van menselijke activiteiten kunnen vanaf de site door allerlei natuurlijke of menselijke oorzaken verplaatst zijn.[8][9] Een voorbeeld zijn de vondsten in de afzettingen in Remmerden gemeente Rhenen, prehistorisch erf[10] en grafheuvels uit de bronstijd, die tijdens het Saalien zijn gestuwd.

Bekende sites[bewerken]

Zie ook[bewerken]