Naar inhoud springen

Rekem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit artikel behandelt Rekem. Voor het hoofdartikel over het rijksgraafschap Rekem, zie Rijksgraafschap Rekem, voor het hoofdartikel over Oud-Rekem, zie Oud-Rekem
Rekem
Deelgemeente in België Vlag van België
Wapen van Rekem
Rekem (België)
Rekem
Situering
Gewest Vlag Vlaanderen Vlaanderen
Provincie Vlag Limburg Limburg
Gemeente Lanaken
Fusie 1977
Coördinaten 50° 55 NB, 5° 42 OL
Algemeen
Oppervlakte 15,68 km²
Inwoners
(1/1/2025)
4.507
(287 inw./km²)
Hoogte 42-97 m
Overig
Postcode 3621
Netnummer 089
NIS-code 73042(B)
Detailkaart
Rekem (Limburg)
Rekem
Foto's
Portaal  Portaalicoon   België

Rekem is een deelgemeente van Lanaken in de provincie Limburg in België. Het ligt vlak bij de rivier de Maas, die hier de grens met Nederland vormt, en ongeveer 10 km ten noorden van Maastricht. Rekem was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1977.

Rekem werd voor het eerst vermeld in 1140 als Radekeim, en in 1143 als Radenchen. Vermoedelijk is het een samentrekking van de Germaanse persoonsnaam Rado en ing of heim (woonplaats).

Historisch is de geschiedenis van Rekem vooral terug te voeren tot zijn oude kern, het huidige Oud-Rekem, dat vroeger een ommuurd stadje was, en zelfs een rijksgraafschap. Vanaf de jaren 1950 kende Rekem een grote uitbreiding in de richting van Rijksweg N78 en ontstond er een nieuw centrum met een nieuwe kerk en ook nieuwe scholen, gemeentehuis en winkels. Van dan af wordt de vroegere historische kern Oud-Rekem genoemd.

Prehistorie tot Middeleeuwen

[bewerken | brontekst bewerken]
Bronzen zwaard (800-700 v.Chr.), gevonden in Rekem

Vondsten uit de Neolithische tijd, de La Tène-periode tonen aan dat het gebied al in de prehistorie bewoond was en dat bleef. Waarschijnlijk was het aantrekkelijk door zijn gunstige ligging aan de Maas, die vroeger dichter bij de stad lag en door de de nabijheid van de Romeinse heirbaan TongerenNijmegen. Romeinse vondsten waren er op het terrein van een laat-Romeinse villa in Neerharen-Rekem, waar aardewerk gevonden werd dat overeenkomt met productie uit het vrije Germanië ten noorden van de Rijngrens. Dat terrein werd rond het midden van de derde eeuw verlaten en in de late vierde eeuw weer als nederzetting ingericht. Het bevatte twee of drie houten gebouwen en 25 hutkommen, wat typisch Germaans is. Er zijn ruim vijfhonderd vierde-eeuwse bronzen munten gevonden waarvan men aanneemt dat ze gebruikt zijn in een monetair systeem, mogelijk als soldij of voor de handel.[1] De nederzetting was in het midden van de vijfde eeuw nog bewoond.[2]

Rekem wordt voor het eerst vermeld als Radekein in geschriften uit 1140 en dat als woonplaats van de mensen van Radek, een Karolingische heer. De Sint-Pietersparochie van Rekem is nog ouder dan dat geschrift en stamt vermoedelijk ook uit de Karolingische tijd. De eerste kapel dateert van 989 en bevond zich binnen de muren van een burcht. In 1231 werd er een kerk gebouwd.

Radekein vormde een vrije rijksheerlijkheid samen met het gehucht Wezet (tegenwoordig: Bovenwezet en Daalwezet). Omstreeks 1300 werden Uikhoven en Boorsem aan deze heerlijkheid toegevoegd als gevolg van een wijziging van de loop van de Maas. Dat vroege Rekem was een vrij leen van het Duitse Rijk. In 1356 werd dat leen verheven tot een vrije rijksbaronnie.

Begin 16e eeuw veranderde de naam Radekeim in Reckheim.

Baron Herman van Lynden (1590-1603) gaf de opdracht tot het bouwen van het nu nog bestaande Kasteel d'Aspremont-Lynden. Graaf Ernest d’Aspremont-Lynden nam het initiatief om rond het kasteel een stadje uit te bouwen. Onder zijn bewind werd de baronie in 1623 verheven tot vrij keizerlijk graafschap, het Rijksgraafschap Rekem dat rechtstreeks afhing van de Duitse keizer van het Heilige Roomse Rijk. Vanaf die tijd tot de opheffing van het ancien régime, op het einde van de 18e eeuw, functioneerde het dwergstaatje Rekem als een vorstendom met een eigen bestuur, rechtspraak, tolheffing, munt en zelfs een klein leger.

De volgende twee eeuwen kende Reckheim zijn grootste bloei. Door de nabijheid van de stad Maastricht had Rekem gedurende de verschillende oorlogen van de 16de, 17de en 18de eeuw wel regelmatig zwaar te lijden door plunderingen, inkwartieringen en opeisingen van de verschillende legers.

Een kanaal naar Rekem

[bewerken | brontekst bewerken]

Een notoir inwoner van Rekem was Ferdinand Gobert d'Aspremont Lynden. Ottavio Piccolomini, veldmaarschalk van het Keizerlijk leger tijdens de Dertigjarige Oorlog, bezorgde op 21 december 1652 zijn verslag aan keizer Ferdinand III. Hij vermeldde hierin dat rijksgraaf Ferdinand van Reckheim het keizerrijk grote verdiensten had verleend door zijn stad van verdedigingswerken te voorzien tegen eventuele aanvallen van de hertog van Brabant. Alhoewel de stad goed verdedigd was door de wallen raadde Piccolomini aan om Reckheim te verbinden met de Maas via het Maas-Ziepkanaal. De keizer stemde in met het plan en gaf Ferdinand toelating om het kanaal te laten graven.

Heersers van Rekem

[bewerken | brontekst bewerken]

In de 12de eeuw was Rekem in het bezit van de families de Rekem met Arnold van Rekem (1108). Door huwelijk kwam Rekem in het bezit van het geslacht Van Bronkhorst met Gijsbert I van Bronckhorst die zich in 1140 Gijsbert van Bronckhorst de Radekeim noemt en die zou getrouwd zijn met vrouwe Rousch(e); Rouche zou een verschrijving zijn van Rothem. Mogelijk was hij gehuwd met Hadewich, dochter van Arnold van Rothem en Alidis van Cuyck.[3] Rekem zou tot 1317 in bezit van de familie Van Bronkhorst blijven. Uit twee oorkonden van 20 april 1317 blijkt dat Willem III van Bronckhorst Rekem van de hand deed.[4]

Van 1317 tot 1335 was Gerard Van der Marck heer van Rekem. Nadat Gerard van der Marck kinderloos was gestorven, kwam Rekem in handen van Arnold van Stein, gevolgd door Hendrik van Stein. Onder Hendrik werd Rekem in 1356 verheven tot rijksbaronie. Hendrik stierf kinderloos maar schonk de baronie voor zijn dood aan zijn neef Willem I van Sombreffe in 1397. Zijn zoon Willem II volgde hem op en vervolgens werd Willem II opgevolgd door Frederic. Doordat deze laatste geen erfgenamen had, ging de baronie in 1501 over op de broers Evrard en Jan Van Pirmont. Ook de heren van Pirmont lieten geen erfgenamen achter en na de dood van Jan in 1514 ging Rekem over op diens schoonbroer graaf Robert van der Marck en Arenberg, die in 1541 opgevolgd werd door zijn kleinzoon Robert II. Na diens dood kwam de baronie bij gebrek aan erfgenamen onder direct bewind van Keizer Karel V, die in 1545 Jan van Hennin benoemde tot landheer.

Jan van Hennin verkocht Rekem in 1553 aan Willem van Vlodrop. Na het huwelijk van diens zuster Anna met Jan van Quaadt van Wyckraedt kwam die laatste in 1564 in het bezit van Rekem. Zijn zoon Willem ruilde de baronie met Herman van Lynden tegen landgoederen in Duitsland. De baronnen (en vanaf 1623 graven) van D'Aspremont Lynden regeerden in Rekem tot 1795.[5]

Munt van Rekem

[bewerken | brontekst bewerken]
Koperen duit (1663) van Rekem. Nabootsing van duit uit hetzelfde jaar van de stad Deventer. Het opschrift vermeldt "DA-ETR-TRIA in plaats van DA-VEN-TRIA"

Al in de 14e eeuw begon men in Rekem munten te slaan. Het Rekemse munthuis is het meest actief geweest in de perioden 1400-1475 en 1550-1700. Kenmerkend voor deze muntslag is, dat de Rekemse muntheren vrijwel altijd populaire muntsoorten uit de naburige landen hebben geïmiteerd. Zij gingen zelfs zover regelrechte vervalsingen te slaan.

De graven van Aspremont-Lynden-Reckheim hebben hun bouwactiviteiten in de periode 1600-1640 onder meer bekostigd uit de opbrengst van de munt. In die tijd nam de muntslag enorm toe. Er werd onder meer massaal klein kopergeld geslagen: duiten en oorden. De belangrijkste winst zat hem in het feit dat de Rekemse munten veel te licht waren, zodat met weinig koper de maximale omzet werd behaald.

Na klachten van onder meer het naburige prinsbisdom Luik stelde keizer Ferdinand II een onderzoek in, waarna de graaf zich veiligheidshalve richtte op de namaak van Noord-Nederlandse munten, immers, Rekem lag buiten de jurisdictie van de Staten-Generaal. In de tweede helft van de 17e eeuw werd de Republiek overspoeld met namaakduiten uit Rekem, die naast de reguliere duiten alom in omloop waren. De nabootsingen waren zo ontworpen dat men zich bij klachten over de Rekemse munt kon verweren met het feit dat de opschriften op de Rekemse munten afweken van het origineel. Zo stond op de Friese namaakduiten niet “FRI-SIA” maar “FRI-CIR” of “FRI-GIA”, en op de Deventer imitatieduit “DA-ETR-TRIA” in plaats van “DA-VEN-TRIA”. Omdat in die dagen vrijwel niemand kon lezen zag de gemiddelde burger het verschil niet.

Klagen over Reckheim had geen nut, want het graafschap stond onder bescherming van de Duitse keizer. Het noordelijke gewest Holland nam in 1702 als eerste maatregelen tegen de overspoeling van minderwaardige duiten. Holland ging grotere en zwaardere duiten slaan en de lichtere duiten van Reckheim werden verklaard tot een waarde van een halve duit. De andere provincies volgden Holland datzelfde jaar nog. Daardoor was het voor Rekem niet meer rendabel om inferieure duiten te slaan.[6]

Wapen van Rekem

[bewerken | brontekst bewerken]

Het schild van Rekem kent de volgende samenstelling: Op 1 en 4 een gouden kruis op rood veld, van Lynden, in 2 en 3 een rode leeuw op gouden veld, van Rekem, op het geheel een gouden kruis op rood veld en het schild gekroond met de kroon van het graafschap.[7]

Er waren diverse kloosters in Rekem. Zo was er van 1140-1795 het gesloopte Norbertinessenklooster, van 1679-1684 was er een Karmelietenklooster, en van 1707-1797 en van 1847-2004 een Minderbroedersklooster. Zusters van de Dochters van het Heilig Kruis waren van 1843 tot 1933 in Rekem waarna de Zusters van Beveren-Waas hen vervingen. Hilarion Thans was een minderbroeder die in Rekem les gaf.

Franse tijd tot nu

[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens het Franse bewind werd in 1795 werd het graafschap afgeschaft. Reckheim werd een zelfstandige gemeente, ingelijfd bij het Departement Nedermaas. Het werd ook kantonhoofdplaats van zes gemeenten. In 1815 maakte het deel uit van het arrondissement Maastricht. Langzamerhand verloor het versterkte stadje zijn belang. In 1821 begon de afbraak van de stadsmuren; in 1836 zijn die nagenoeg verdwenen. In de tweede helft van de 19de eeuw evolueerde Rekem tot een kleine landbouwgemeente. Zijn functie als kantonhoofdplaats werd overgenomen door Mechelen-aan-de-Maas.

Tot ongeveer 1920 was Rekem bekend om zijn brikken- en pannenbakkers. Bakstenen en dakpannen uit Rekem werden gebruikt tot in Antwerpen. Tussen 1860 en de Eerste Wereldoorlog gingen brikkenbekkers vanuit Rekem in Duitsland werken. In Rekem verdween de productie door gebrek aan lokale leemvoorraden en de industrialisatie van de sector.

In 1921 werd in het kasteel een psychiatrische inrichting gevestigd, hetgeen eveneens werkgelegenheid opleverde.

In de eerste helft van de 19de eeuw was er de de aanleg van de Zuid-Willemsvaart, die Rekem afsnijdt van Uikhoven, en van de N78 Rijksweg Maastricht-Maaseik. Daardoor viel Rekem uiteen in drie delen: de vroeger omwalde stad Oud-Rekem met het grafelijk kasteel, de gehuchten Boven- en Daalwezet en de nieuwe woonwijken ten noorden en zuiden van de Populierenlaan en aan de N78 met de nieuwe kerk, scholen en gemeentehuis.

In 1938 veranderde de naam Reckheim in Rekem.

Bij de gemeentelijke fusies in 1976 werd Rekem een deelgemeente van Lanaken.

Demografische ontwikkeling

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Bronnen:NIS, Opm:1831 tot en met 1970=volkstellingen; 1976 = inwoneraantal op 31 december

Bezienswaardigheden

[bewerken | brontekst bewerken]

Zie voor de oude kern van Rekem ook: Oud-Rekem.

Natuur en landschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Rekem bevindt zich in de Maasvallei, op ongeveer 42 meter hoogte. Naar het westen toe gaat het over in het Kempens Plateau, dat via een steilrand oprijst en hier hoogten tot 92 meter bereikt. Op deze overgang bevonden zich het kinderopvangcentrum Molenberg en het sanatorium Onze-Lieve-Vrouwpreventorium Ter Dennen. Het kinderopvangcentrum werd in 2019 afgebroken, en het sanatorium doet sinds 1993 dienst als opvangcentrum voor asielzoekers. Ten noorden hiervan bevindt zich het natuurreservaat Vallei van de Ziepbeek.

Direct ten oosten van Rekem loopt de Zuid-Willemsvaart.

Bekende Rekemnaren

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Hilarion Thans, minderbroeder, dichter en schrijver, gaf een aantal jaren les in Rekem en werd er begraven. Een straat in Rekem is naar hem genoemd.

Geboren in Rekem:

Woonachtig in Rekem:

Nabijgelegen kernen

[bewerken | brontekst bewerken]

Neerharen, Opgrimbie, Uikhoven, Zutendaal

Zie de categorie Rekem van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.