Jan V van Hénin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Portret
Jan van Hénin en de graaf van Egmont aan het hoofd van de begrafenisstoet van keizer Karel V in 1558
Praalgraf van Jan V van Hénin en Anna van Bourgondië

Jan V van Hénin, eerste graaf van Boussu, heer van Galmaarden, Blaugies, Beuvry enz. (Boussu, 9 augustus 1499 – aldaar, 12 februari 1562) was een militair en staatsman in de Habsburgse Nederlanden. Hij was een vliesridder en vertrouweling van keizer Karel V.

Leven[bewerken | brontekst bewerken]

De ouders van Jan waren Filips van Hénin en Catharina van Ligne. Zoals zijn vader en grootvader was hij baljuw van de Henegouwse bossen (vanaf 1527) en de grafelijk proost van Valenciennes (vanaf 1531). Onder de Bourgondische hertogen had de familie ook in Nederlandstalige gebieden macht verzameld.

Jan van Hénin was een leeftijdgenoot van Karel V en werd een van diens favorieten. De keizer nam hem op in zijn huishouden als kamerheer en opperstalmeester (1538), en in zijn leger als kolonel van de cavalerie (1530) en kapitein-generaal (1535). In 1545 werd hij kapitein van een ordonnantiebende van veertig zwaarbewapende ruiters en 80 schutters. In 1553 werd hij aangesteld tot hoofd van vijf ordonnantiebenden die de grens van Artois moesten bewaken.

In de vele campagnes waaraan Jan deelnam, toonde hij grote moed. Hij voerde het bevel over verschillende formaties in de slag bij Pavia (1525), nam deel aan de verovering van Rome (1527), deTunesische (1535) en Algerijnse (1541) expedities, de veldslagen bij Lier (1542), Luxemburg (1542) en Jülich (1542), de belegeringen van Saint-Dizier (1544) en Château-Thierry (1544), de Schmalkaldische Oorlog (1546), en de vijandelijkheden bij Trier (1552) en Amiens (1553). Onder koning Filips II onderscheidde hij zich in de veldslagen bij Saint-Quentin (1557) en Grevelingen (1558).

In 1530 vergezelde Jan van Hénin de keizer naar de kroning in Bologna en in 1531 werd hij in Doornik geridderd in de Orde van het Gulden Vlies.

Als een van de rijkste edelen van Henegouwen, was hij niet langer tevreden met het bescheiden stamslot in Boussu. Hij liet het slopen en verving het door een magnifiek renaissancekasteel ontworpen door Jacques Dubrœucq. De eerste steen werd gelegd op 23 maart 1539. In februari 1544 waren keizer Karel en zijn gevolg te gast in het kasteel. Op 4 september 1549 ontving Hénin erfprins Filips. In mei 1554 verbleef Karel opnieuw in Boussu.

Hénin wist de heerlijkheid gevoelig uit te breiden door op 25 september 1551 een grondruil overeen te komen met de naburige abdij van Saint-Ghislain. Bij zijn afscheid in 1555 verhief de keizer Boussu tot graafschap. Ook onder koning Filips II bleef Jan van Hénin invloedrijk. Hij werd in 1558 opgenomen in de Raad van State. Op de uitvaart van de keizer leidde hij de processie van de vliesridders.

Onder het bewind van Filips II werd het onrustiger in de Nederlanden. In 1562 moest Jan van Hénin een opstand in Valenciennes laten neerslaan door zijn ordonnantiebende.

De eerste graaf de Boussus stierf in dat jaar in zijn kasteel, als deken van de Orde van het Gulden Vlies. Hij werd begraven in de familiale grafkapel in Boussu. Jacques Dubrœucq maakte een praalgraf met albasten beelden van Jan, zijn vrouw en vier van zijn kinderen.

Familie[bewerken | brontekst bewerken]

Jan van Hénin trouwde in 1532 met Anna van Bourgondië, dochter van Adolf van Bourgondië. Ze hadden zeker de volgende kinderen:

  • Filips van Hénin (1535-1542)
  • Anton van Hénin (jonggestorven)
  • Karel van Hénin (1537-1556)
  • Maximiliaan I van Hénin (1542-1578), tweede graaf van Boussu
  • Jacquot van Hénin (jonggestorven)
  • Eleanor van Hénin († 1583)
  • Anton van Hénin (1548-1603), apostolisch protonotaris
  • Jacob van Hénin (1548-1618), tweelingbroer van de vorige, markies van Veere en Vlissingen

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Marcel Capouillez, Jean & Maximilien de Hennin-Liétard, deux grands seigneurs du 16e siècle - Comtes de Boussu, Boussu, 1977, 75 p.
  • Marcel Capouillez, "de HENNIN-LIÉTARD, Jean", in: Nouvelle Biographie Nationale, vol. 2, 1990
  • Virginie Gossez, "Rôle de Jacques Du Brœucq dans le monument funéraire de Jean de Hennin-Liétard (Boussu)", in: Mémoires et publications (Hainaut), 1992, p. 79-93