Newfoundland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Icoontje doorverwijspagina Zie Newfoundland (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Newfoundland.
Newfoundland
Eiland in Canada Vlag van Canada
Newfoundland (Canada)
Newfoundland
Kaart van Newfoundland
Coördinaten 48° 33′ NB, 55° 46′ WL
Algemeen
Oppervlakte 108.860 km²
Inwoners (2016) 479.538
Portaal  Portaalicoon   Canada

Newfoundland (Frans: Terre-Neuve, voorheen in het Nederlands: Terneuf, Engelse uitspraak Newf'ndland) is een eiland in de Atlantische Oceaan voor de noordoostkust van Noord-Amerika. Het behoort tot de Canadese provincie Newfoundland en Labrador. Newfoundland wordt door de Straat van Belle Isle gescheiden van het schiereiland Labrador. Het eiland heeft een oppervlakte van 108.860 km².[1]

De provinciehoofdstad St. John's bevindt zich op de zuidoostelijke punt van het eiland. Net ten zuiden van de hoofdstad ligt Cape Spear, het oostelijkste punt van Canada.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Vroege geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Bij L'Anse aux Meadows zijn de overblijfselen gevonden van een Vikingnederzetting. Vermoedelijk is Newfoundland het door Leif Eriksson verkende Vinland van de Vikingen, dat voor het eerst beschreven werd in 1076 door Adam van Bremen. Zij kwamen er toen in contact met de lokale bevolking, de Beothuk.

Tijdens een expeditie in 1497 heeft ontdekkingsreiziger John Cabot het eiland waarschijnlijk herontdekt. In opdracht van koning Hendrik VII voer hij met achttien man op de Matthew naar het westen om een vaarroute naar Azië te vinden. Engeland was destijds niet bij machte om het gebied te koloniseren, terwijl de Spanjaarden, Nederlanders en Portugezen zich op zuidelijkere streken richtten. Newfoundland werd jaar na jaar aangedaan door Europese seizoensvissers, maar het zou tot het einde van de 16e eeuw duren voordat de eerste Europeanen zich er permanent zouden vestigen.[2] Newfoundland werd toen een kolonie van Brits Noord-Amerika.

17e eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

Het zuidoostelijke schiereiland Avalon is een van de eerste gebieden van Brits-Amerika dat permanente kolonisten kende. Zo was de nederzetting Cupids (1610) de tweede permanente Britse nederzetting in Noord-Amerika (na Jamestown in Virginia).[3] De eerste zeer succesvolle Britse kolonie op Newfoundland was de kolonie Avalon (1621), nabij het hedendaagse Ferryland.[4] Het schiereiland nam later de naam aan van die kolonie, die van 1637 tot 1650 de facto als hoofdstad van de kolonie Newfoundland fungeerde.[4] Later in de 17e eeuw werden er meer en meer gelijkaardige permanente nederzettingen gesticht.

De steeds groter wordende groep Europeanen (voornamelijk Britten, maar ook Ieren) die zich vanaf de 17e eeuw op Newfoundland vestigde, bracht de Beothuk in problemen. Dit inheemse volk telde minder dan 1000 individuen over het hele eiland. Ze verloren vele visgronden, hadden massaal te lijden onder Europese ziektes zoals tuberculose en waren het slachtoffer van geweld van de kolonisten. In 1829 werden de Beothuk uitgestorven verklaard.

18e eeuw – heden[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel de Kolonie Newfoundland in Britse handen was, hadden de Fransen wel visserij- en visverwerkingsrechten langs een gedeelte van de noord- en westkust. Deze waren belangrijk aangezien Newfoundland vooral een interessante vestigingsplaats was vanwege de bijzonder visrijke wateren nabij het eiland. De zogenaamde "Franse kust" bleef bestaan tot in 1904.[5] De Franstalige minderheid op het schiereiland Port au Port en heel wat Franstalige toponiemen herinneren aan dit verleden.

De beste viswateren bevinden zich echter ten oosten en zuidoosten van het eiland, waar de Fransen geen rechten hadden. Het gaat met name over de relatief ondiepe Grand Banks. In de tweede helft van de 20e eeuw kwam het traditionele vissersbestaan in de afgelegen outports van het eiland meer en meer onder druk te staan. De provincieoverheid begon in 1954 daarom aan een politiek van hervestigingen. In twintig jaar tijd werden ruim 300 dorpen volledig ontvolkt en werden bijna 30.000 mensen hervestigd in groeipolen op het eiland.

Geografie[bewerken | brontekst bewerken]

Topografische kaart van Newfoundland

Newfoundland wordt in het westen gekenmerkt door de Long Range, een bergketen die van zuid naar noord loopt en die een uitloper van de Appalachen is. In het uiterste zuidwesten liggen de Anguille Mountains, een nevengebergte van de Long Range waar zich onder andere de Codroyvallei bevindt.

Doordat Newfoundland het meest oostelijke punt van Noord-Amerika is, kent het tevens de kortste oversteek naar Europa. Hierdoor was het eiland onder andere de vertrekplaats van de eerste trans-Atlantische vlucht (1919) en de aankomstplaats van de trans-Atlantische telegraafkabel (1866) en de eerste trans-Atlantische telefoonkabel (1956).

Steden en plaatsen[bewerken | brontekst bewerken]

Newfoundland heeft slechts drie plaatsen die erkend zijn als stad (city), St. John's, Mount Pearl en Corner Brook.

Grootste plaatsen van Newfoundland (2016) zijn:

  1. St. John's (stad) (108.860 inwoners)
  2. Conception Bay South (26.199 inwoners)
  3. Mount Pearl (stad) (22.957 inwoners)
  4. Paradise (21.389 inwoners)
  5. Corner Brook (stad) (19.806 inwoners)
  6. Grand Falls-Windsor (14.171 inwoners)
  7. Gander (11.688 inwoners)
  8. Portugal Cove-St. Philip's (8.147 inwoners)
  9. Torbay (7.899 inwoners)
  10. Stephenville (6.623 inwoners)

De provinciehoofdstad St. John's is de hoofdplaats van de Metropoolregio St. John's, die ook de stad Mount Pearl en elf andere gemeenten omvat. Deze metropoolregio telt ruim 42% van de bevolking van het eiland, ook beslaat ze met 804,65 km² slechts 0,7% van Newfoundlands grondgebied.

Schiereilanden en baaien[bewerken | brontekst bewerken]

Het noorden van het eiland bestaat uit een zeer groot schiereiland, dat de naam Great Northern Peninsula draagt. In het uiterste zuidoosten ligt dan weer het schiereiland Avalon, waar de helft van de inwoners en de provinciehoofdstad gevestigd zijn. Dat schiereiland is met de rest van Newfoundland verbonden via de 45 km lange Landengte van Avalon. Andere grote schiereilanden van Newfoundland zijn Baie Verte, Bonavista, Bay de Verde, Burin, Connaigre, Port au Port en New Ferolle.

De grote baaien van het eiland zijn Hare Bay, White Bay, Notre Dame Bay en de Bay of Exploits in het noorden, Bonavista Bay, Trinity Bay en Conception Bay in het oosten, St. Mary's Bay, Placentia Bay, Fortune Bay en Bay d'Espoir in het zuiden en St. George's Bay, Port au Port Bay en Bay of Islands in het westen.

Natuurgebieden en parken[bewerken | brontekst bewerken]

Op het eiland bevinden zich twee Canadese nationale parken: Gros Morne (1805 km²) en Terra Nova (399 km²). Daarnaast telt het eiland 16 ecologische reservaten, twee wildernisreservaten, 21 provinciale parken en negen provinciale parkreservaten. Opgeteld gaat het om een beschermd gebied van meer dan 6715 km², wat neerkomt op ruim 6% van het oppervlak van Newfoundland.

Barachois Pond Provincial Park is een van de bekendste provinciale parken en Marble Mountain is een belangrijke plaats in de winter voor skiërs.

Klimaat[bewerken | brontekst bewerken]

Kaart van Newfoundland op basis van de klimaatclassificatie van Köppen

Newfoundland is ongeveer gelijkmatig verdeeld over twee klimaattypes volgens de classificatie van Köppen. Iets meer dan de helft van het eiland heeft een vochtig continentaal klimaat met warme zomers (type Dfb). Dit is vergelijkbaar met het klimaat van de Hoge Venen en van het oosten van Duitsland.

Heel wat bergachtige gebieden op het eiland, waaronder het zuidwesten en het Great Northern Peninsula hebben echter een subarctisch klimaat (type Dfc). Ook het schiereiland Burin en het zuiden van het schiereiland Avalon worden door dit klimaattype gekenmerkt. Het klimaattype Dfc komt onder meer voor in Finland en Noord-Zweden.

Newfoundland kent naast deze twee klimaattypes ten laatste ook nog gebieden met een subpolair zeeklimaat (type Cfc). Het gaat hier echter om slechts twee zeer kleine kustgebieden in het uiterste zuidoosten van Avalon, met name het gebied rond Cape Race en dat rond St. Shott's. Dit klimaattype komt onder meer voor aan de zuidkust van IJsland en in hoger gelegen delen van de Schotse Hooglanden.

Fauna en flora[bewerken | brontekst bewerken]

Fauna[bewerken | brontekst bewerken]

Newfoundland kent langsheen zijn kustlijn verscheidene plaatsen waar watervogels erg talrijk zijn of jaarlijks neerstrijken om te broeden of overwinteren. Dit gaat vaak over afgelegen rotsachtige kliffen of eilandjes vlak voor de kust, zoals Cape St. Mary's Ecological Reserve in het zuiden van Avalon of het Hare Bay Islands Ecological Reserve in Hare Bay. Daarnaast telt het eiland echter ook enkele rijke, door vogels geliefde estuaria (zoals het Grand Codroy- en het St. George's-estuarium).

Flora[bewerken | brontekst bewerken]

Braya longii, een plantensoort uniek aan Newfoundland

Newfoundland telt drie plantensoorten die nergens anders ter wereld voorkomen. Het betreft enerzijds twee uiterst zeldzame kruidachtige bloemplanten uit het geslacht Braya, namelijk Braya longii en Braya fernaldii.[6] Anderzijds betreft het Salix jejuna, een zeer kleine wilgensoort. Ze komen alle drie uitsluitend voor in het uiterste noordwesten van het Great Northern Peninsula. Deze bedreigde soorten groeien op de koude, natte en winderige kalksteenvlaktes die langs de kust van dat deel van het schiereiland vindbaar zijn.[7]

Economie[bewerken | brontekst bewerken]

Historisch gezien was de visserij steeds de belangrijkste inkomstenbron voor de mensen op het eiland, tezamen met onder andere houtkap en mijnbouw. Wegens het koude klimaat en vooral het rotsachtige karakter van de bodem, is landbouw een marginaal verschijnsel. In de late 20e eeuw is de visvangst sterk achteruitgegaan door de dalende visbestanden (vooral van kabeljauw). Nadat de kabeljauwbestanden in de jaren 70 reeds sterk terugvielen, vond er een totale instorting van de Noordwest-Atlantische kabeljauwbestanden plaats begin jaren 90.[8] Daarop werd er door Canada in 1992 een moratorium op de professionele visserij ervan ingezet, wat ernstige negatieve gevolgen had op de economie van het eiland. Dit leidde naast een hoge werkloosheidsgraad ook een significante demografische terugval in, die vooral in de kleine vissersdorpen groot was en zich tot op heden blijft voortzetten.

Vooral daarom begon de provincie sindsdien sterk in te zetten op oliewinning, aangezien er onder de Grand Banks ten oosten van Newfoundland rijke oliereserves zijn. Een voorbeeld hiervan is het Hiberniaveld, waar het grootste productieplatform ter wereld (Hibernia GBS) sinds 1997 in werking is. In de gemeente Come By Chance bevindt zich daarenboven reeds sinds 1976 een aardolieraffinaderij.

Onderwijs[bewerken | brontekst bewerken]

Newfoundland heeft een bekende universiteit, de Memorial University of Newfoundland, in St. John's. Deze universiteit heeft ook een campus in Corner Brook.

Toerisme[bewerken | brontekst bewerken]

Het eiland staat bij toeristen bekend door de dorpjes met bizarre plaatsnamen. Bij de gekende voorbeelden horen onder meer Dildo (een dildo), Blow Me Down ("blaas me omlaag"), Come By Chance ("kom per toeval"), Cow Head ("koeienkop"), Happy Adventure ("gelukkig avontuur"), Heart's Content ("hartenlust"), Witless Bay ("onnozele baai") en Nameless Cove ("naamloze inham").

Vernoemingen[bewerken | brontekst bewerken]

Er is een hondenras dat vernoemd is naar het eiland, namelijk de Newfoundlander. Ze werden oorspronkelijk door de plaatselijke vissers ingezet als werkhonden.

Zie de categorie Newfoundland van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.