Newfoundland en Labrador

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Newfoundland en Labrador
Provincie in Canada Vlag van Canada
Vlag van Newfoundland en Labrador Wapen van Newfoundland en Labrador
(Details)
Kaart van Newfoundland en Labrador
Coördinaten 53°NB, 60°WL
Algemeen
Oppervlakte 405.212 km²
Inwoners 525.073 (2018)
(1,4 inw./km²)
Hoofdstad St. John's
zoet water 7,7%
Politiek
Premier Kathy Dunderdale (PC)
Luitenant-gouverneur John Crosbie (2008-)
Zetels in Lagerhuis 7
Zetels in Senaat 6
Overig
Afkorting Post NL
Tijdzone UTC−3:30/−4
ISO 3166-2 CA-NL
Website www.gov.nl.ca
Portaal  Portaalicoon   Canada

Newfoundland en Labrador is een provincie van Canada. Het is als tiende provincie sinds 1949 toegetreden tot de federale staat Canada. Voordien bestond het als het Dominion Newfoundland, een dominion van het Britse Rijk.

De provincie telt ongeveer 525.000 inwoners[1] van wie zo'n 95% op het eiland Newfoundland woont. Van hen spreekt 98,5% Engels als moedertaal. De economie van de provincie is vooral gebaseerd op olie en visserij. Olie beslaat zo'n 44% van de totale export van Newfoundland en Labrador en het levert de grootste bijdrage aan de economische groei.

De hoofdstad St. John's, die op het schiereiland Avalon van Newfoundland ligt, telt ongeveer 110.000 inwoners (2016). De provincie heeft een eigen dialect, het Newfoundland English. Het eigen Franse dialect is nagenoeg uitgestorven en komt vrijwel enkel nog voor op het schiereiland Port au Port.

Geografie[bewerken]

St. John's, Newfoundland en Labrador

Newfoundland en Labrador bestaat uit het eiland Newfoundland, gelegen aan de Atlantische oostkust van Canada, de regio Labrador, dat het noordoostelijk deel beslaat van het gelijknamige schiereiland (dat verder tot de provincie Quebec behoort) en de honderden eilanden voor de kust van beide gebieden. De oppervlakte van de provincie Newfoundland en Labrador beslaat zo'n 405.720 km², waarvan het eiland Newfoundland zo'n 27% uitmaakt.

Geschiedenis[bewerken]

Vikingen[bewerken]

De eerste Europeanen van wie bekend is dat zij de Noord-Amerikaanse kusten bereikten, waren Vikingen. In 982 ontdekte Erik de Rode Groenland en vestigden de Vikingen daar diverse nederzettingen. Van daaruit bereikten zij enkele decennia later de kust van Noord-Amerika. De enige met zekerheid door hen gestichte nederzetting was L'Anse aux Meadows (gesticht door Leif Eriksson), gelegen aan het noordelijke uiteinde van het Great Northern Peninsula.

Vroegmoderne tijd[bewerken]

Deze nederzetting kende maar een vrij korte levensduur en tot de ontdekkingsreizen van Christoffel Columbus was de kennis in Europa over de Nieuwe Wereld verdwenen, of alleen in enkele legenden bekend. In 1497 herontdekte John Cabot hoogstwaarschijnlijk Newfoundland. In opdracht van koning Hendrik VII voer hij met achttien man op de Matthew naar het westen om een vaarroute naar Azië te vinden. Engeland was destijds niet bij machte om het gebied te koloniseren, terwijl de Spanjaarden en Portugezen zich op zuidelijkere streken richtten.

Korte tijd na de ontdekking door Cabot begonnen vissers reeds de visrijke wateren nabij Newfoundland te exploiteren. Het zou weliswaar tot de late 16e eeuw duren voordat Europeanen zich er permanent zouden vestigen.[2] Intussen werd het gebied en de wateren eromheen verkend door ontdekkingsreizigers als Giovanni da Verrazano en Jacques Cartier. Na de Franse nederlaag in de Franse en Indiaanse oorlog in 1763 werd langzaam maar zeker het gebied meer en meer verkend door de Britten, die er een kolonie van Brits Noord-Amerika van maakten.

De toenmalige kolonisatoren kwamen, net als de Vikingen, in contact met de lokale bevolking van Newfoundland (de Beothuk). De Europeanen brachten ziektes mee, verminderden (net als geëmigreerde Inuit en Mi'kmaq) hun mogelijkheden tot voedselverwerving en schuwden het geweld allerminst. De laatst bekende Beothuk stierf in 1829.

Hoewel de Kolonie Newfoundland in Britse handen was, hadden de Fransen wel visserij- en visverwerkingsrechten langs een gedeelte van de noord- en westkust (de zogenaamde "Franse kust"). Deze waren belangrijk aangezien Newfoundland vooral een interessante vestigingsplaats was vanwege de bijzonder visrijke wateren nabij het eiland.[3] De Franstalige minderheid op het schiereiland Port au Port en heel wat Franstalige toponiemen herinneren aan dit verleden.

19e eeuw – 1945[bewerken]

Vanaf de jaren 1830 werd het achterland van Labrador verkend en in kaart gebracht. Newfoundland werd pas in 1822 voor het eerst te voet doorkruist en pas in de tweede helft van de 19e eeuw geheel in kaart gebracht.

Na de vorming van Canada in 1867 bleef Newfoundland nog lange tijd een Engelse kolonie. In 1854 verkreeg het gebied intern zelfbestuur. In 1869 stemde de bevolking in een referendum tegen vereniging met Canada. Na de Entente cordiale (1904) hield de "Franse kust" op te bestaan en hadden de Britten en Newfoundlanders voor het eerst volledige rechten over het gehele gebied.[3]

In 1907 werd de kolonie een dominion van het Britse Rijk en in 1934 gaf Newfoundland vrijwillig het zelfbestuur op en kwam opnieuw onder directe controle van Londen te staan. In de Tweede Wereldoorlog hielpen vele duizenden militairen van het Royal Newfoundland Regiment mee aan de bevrijding van West-Europa.

1945 – heden[bewerken]

Na twee referenda in 1948 stemde een zeer kleine meerderheid van de Newfoundlanders in met vereniging, waarna Newfoundland op 31 maart 1949 toetrad tot de Confederatie als de tiende Canadese provincie, onder de naam "Newfoundland". In 2001 werd de naam van de provincie officieel gewijzigd in "Newfoundland and Labrador".

In de tweede helft van de 20e eeuw kwam het traditionele vissersbestaan in de afgelegen outports meer en meer onder druk te staan. De provincieoverheid begon in 1954 daarom aan een politiek van hervestigingen. In twintig jaar tijd werden ruim 300 dorpen volledig ontvolkt en werden bijna 30.000 mensen hervestigd in groeipolen binnen de provincie.

Economie[bewerken]

Historisch gezien was de visserij steeds de belangrijkste inkomstenbron voor de mensen in de provincie, tezamen met onder andere houtkap en mijnbouw. Wegens het koude klimaat en vooral het rotsachtige karakter van de bodem, is landbouw zowel in Labrador als in Newfoundland een marginaal verschijnsel. In de late 20e eeuw is de visvangst sterk achteruitgegaan door de dalende visbestanden (vooral van kabeljauw). Nadat de kabeljauwbestanden in de jaren 70 reeds sterk terugvielen, vond er een totale instorting van de Noordwest-Atlantische kabeljauwbestanden plaats begin jaren 90.[4] Daarop werd er door Canada in 1992 een moratorium op de professionele visserij ervan ingezet, wat ernstige negatieve gevolgen had op de economie van de provincie; zeker op die van Newfoundland. Dit leidde naast een hoge werkloosheidsgraad ook een significante demografische terugval in, die vooral in de kleine vissersdorpen groot was en zich tot op heden blijft voortzetten.

Vooral daarom begon de provincie sindsdien sterk in te zetten op oliewinning, aangezien er onder de Grand Banks ten oosten van Newfoundland rijke oliereserves zijn. Een voorbeeld hiervan is het Hiberniaveld, waar het grootste productieplatform ter wereld (Hibernia GBS) sinds 1997 in werking is.

Demografische ontwikkeling[bewerken]

Geboren[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]