Newfoundland en Labrador

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Newfoundland en Labrador
Provincie in Canada Vlag van Canada
Vlag van Newfoundland en Labrador Wapen van Newfoundland en Labrador
(Details)
Kaart van Newfoundland en Labrador
Coördinaten 53°NB, 60°WL
Algemeen
Oppervlakte 405.212 km²
Inwoners 525.073 (2018)
(1,4 inw./km²)
Hoofdstad St. John's
zoet water 7,7%
Politiek
Premier Andrew Furey (Lib.)
Luitenant-gouverneur Judy Foote
Zetels in Lagerhuis 7
Zetels in Senaat 6
Overig
Afkorting Post NL
Tijdzone UTC−3:30/−4
ISO 3166-2 CA-NL
Website www.gov.nl.ca
Portaal  Portaalicoon   Canada

Newfoundland en Labrador is de meest oostelijk gelegen provincie van Canada. Het is als tiende provincie sinds 1949 toegetreden tot de federale staat Canada. Voordien bestond het als het Dominion Newfoundland, een dominion van het Britse Rijk.

De provincie telt ongeveer 525.000 inwoners[1] van wie meer dan 90% op het eiland Newfoundland woont. Van hen spreekt 98,5% Engels als moedertaal. De economie van de provincie is vooral gebaseerd op olie en visserij. Olie beslaat zo'n 44% van de totale export van Newfoundland en Labrador en het levert de grootste bijdrage aan de economische groei.

De hoofdstad St. John's, die op het schiereiland Avalon van Newfoundland ligt, telt ongeveer 110.000 inwoners (2016). Inclusief de omliggende agglomeratie gaat het om ruim 205.000 inwoners, oftewel 40% van het inwoneraantal van de provincie. Newfoundland heeft een eigen dialect, het Newfoundlands-Engels. Het Franse dialect van de provincie is nagenoeg uitgestorven en komt vrijwel enkel nog voor op het schiereiland Port au Port.

Geografie[bewerken | brontekst bewerken]

De provinciehoofdstad St. John's

Newfoundland en Labrador ligt aan de Atlantische Oceaan en is de meest oostelijke provincie van Canada.

De provincie beslaat zo'n 405.720 km², waarvan ongeveer driekwart bestaat uit de regio Labrador en een kwart uit het eiland Newfoundland. De regio Labrador beslaat het noordoostelijk deel van het schiereiland Labrador, dat grotendeels tot de provincie Quebec behoort. Ten zuiden van de regio Labrador ligt het ruim 100.000 km² grote eiland Newfoundland, dat de oostelijkste landmassa van Noord-Amerika (exclusief Groenland) is. De provincie bevat ook enkele duizenden eilanden die voor de kust van de twee bovengenoemde hoofdgebieden liggen. Daaronder bevinden zich ook enkele grote eilanden zoals South Aulatsivik Island (456 km²) en Random Island (249 km²).

Kenmerkend voor het westen van Newfoundland is de Long Range, een bergketen die een noordelijke uitloper van de Appalachen is. In het noorden van Labrador bevindt zich het Torngatgebergte dat deel uitmaakt van de Arctische Cordillera. De in dat gebergte gelegen Mount Caubvick (1.652 m) is het hoogste punt op het vasteland van Canada ten oosten van de Rocky Mountains.

In het binnenland van Labrador bevindt zich het Smallwood Reservoir dat met 6.527 km² het op een na grootste stuwmeer ter wereld is. Het wordt afgewaterd door de Churchill, de langste rivier van Atlantisch Canada. De langste rivier van het eiland Newfoundland is de Exploits.

Newfoundland kent in het zuidoosten een groot schiereiland genaamd Avalon. Het is het meest dichtbevolkte gebied in de provincie dat onder meer de provinciehoofdstad St. John's huisvest.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Vóór de komst van de Europeanen[bewerken | brontekst bewerken]

Circa 5500 v.Chr. bouwden leden van de Maritiem-Archaïsche cultuur de grafheuvel van L'Anse Amour aan de zuidkust van Labrador. Het is de oudst gekende grafheuvel op het Amerikaanse continent.[2] Op het voor de noordkust van Labrador gelegen South Aulatsivik Island bevinden zich twee Maritiem-Archaïsche grafheuvels uit circa 5000 v.Chr.[3]

Ontdekking[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste Europeanen van wie bekend is dat zij de Noord-Amerikaanse kusten bereikten, waren Vikingen. In 982 ontdekte Erik de Rode Groenland en vestigden de Vikingen daar diverse nederzettingen. Van daaruit bereikten zij enkele decennia later de kust van Noord-Amerika. De enige met zekerheid door hen gestichte nederzetting was L'Anse aux Meadows (gesticht door Leif Eriksson), gelegen aan het noordelijke uiteinde van het Great Northern Peninsula.

Deze nederzetting kende maar een vrij korte levensduur en tot de ontdekkingsreizen van Christoffel Columbus was de kennis in Europa over de Nieuwe Wereld verdwenen, of alleen in enkele legenden bekend. In 1497 herontdekte John Cabot hoogstwaarschijnlijk Newfoundland. In opdracht van koning Hendrik VII voer hij met achttien man op de Matthew naar het westen om een vaarroute naar Azië te vinden. Engeland was destijds niet bij machte om het gebied te koloniseren, terwijl de Spanjaarden, Portugezen en Nederlanders zich op zuidelijkere streken richtten.

Vroegmoderne geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Korte tijd na de ontdekking door Cabot begonnen vissers reeds de visrijke wateren nabij Newfoundland te exploiteren. Het zou weliswaar tot de late 16e eeuw duren voordat Europeanen zich er permanent zouden vestigen.[4] Intussen werd het gebied en de wateren eromheen verkend door ontdekkingsreizigers als Giovanni da Verrazano en Jacques Cartier.

Newfoundlands zuidoostelijke schiereiland Avalon is een van de eerste gebieden van Brits-Amerika dat permanente kolonisten kende. Zo was de nederzetting Cupids (1610) de tweede permanente Britse nederzetting in Noord-Amerika (na Jamestown in Virginia).[5] De eerste zeer succesvolle Britse kolonie op Newfoundland was de kolonie Avalon (1621), nabij het hedendaagse Ferryland.[6] Het schiereiland nam later de naam aan van die kolonie, die van 1637 tot 1650 de facto als hoofdstad van de kolonie Newfoundland fungeerde.[6]

Later in de 17e eeuw werden er meer en meer gelijkaardige permanente nederzettingen in het gebied gesticht. Deze waren allen gesitueerd langs de zogenaamde Engelse kust van Newfoundland, waar de Engelse visserijrechten genoten. Het noordoosten en zuiden van het eiland viel volledig in de invloedssfeer van Franse vissers en stond dan ook bekend als de Franse kust van Newfoundland.

De toenmalige kolonisatoren kwamen, net als de Vikingen, in contact met de lokale bevolking van Newfoundland (de Beothuk). De Europeanen brachten ziektes mee, verminderden (net als geëmigreerde Inuit en Mi'kmaq) hun mogelijkheden tot voedselverwerving en schuwden het geweld allerminst. De laatst bekende Beothuk stierf in 1829.

Na de Franse nederlaag in de Franse en Indiaanse Oorlog in 1763 werd langzaam maar zeker het gebied meer en meer verkend door de Britten, die er een kolonie van Brits Noord-Amerika van maakten. Hoewel de Kolonie Newfoundland in Britse handen was, behielden de Fransen wel visserij- en visverwerkingsrechten langs een gedeelte van de noord- en westkust tot 1904. Deze waren belangrijk aangezien Newfoundland vooral een interessante vestigingsplaats was vanwege de bijzonder visrijke wateren nabij het eiland.[7] De Franstalige minderheid op het schiereiland Port au Port en heel wat Franstalige toponiemen herinneren aan dit verleden.

19e eeuw – 1945[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf de jaren 1830 werd het achterland van Labrador verkend en in kaart gebracht. Newfoundland werd pas in 1822 voor het eerst te voet doorkruist en pas in de tweede helft van de 19e eeuw geheel in kaart gebracht.

Na de vorming van Canada in 1867 bleef Newfoundland nog lange tijd een Engelse kolonie. In 1854 verkreeg het gebied intern zelfbestuur. In 1869 stemde de bevolking in een referendum tegen vereniging met Canada. Na de Entente Cordiale (1904) hield de "Franse kust" op te bestaan en hadden de Britten en Newfoundlanders voor het eerst volledige rechten over het gehele gebied.[7]

In 1907 werd de kolonie een dominion van het Britse Rijk. Als Britse onderdanen streden duizenden Newfoundlanders mee om de bevrijding van Europa te bewerkstelligen. De Newfoundland Memorials in België en Frankrijk herinneren hieraan. In 1934 gaf Newfoundland vrijwillig het zelfbestuur op en kwam het gebied opnieuw onder directe controle van Londen te staan. In de Tweede Wereldoorlog hielpen opnieuw vele duizenden militairen van het Royal Newfoundland Regiment mee aan de bevrijding van West-Europa.

1945 tot heden[bewerken | brontekst bewerken]

Na twee referenda in 1948 stemde een zeer kleine meerderheid van de Newfoundlanders in met vereniging, waarna Newfoundland op 31 maart 1949 toetrad tot de Canadese Confederatie als de tiende Canadese provincie, onder de naam "Newfoundland". In 2001 werd de naam van de provincie officieel gewijzigd in "Newfoundland and Labrador".

In de tweede helft van de 20e eeuw kwam het traditionele vissersbestaan in de afgelegen outports meer en meer onder druk te staan. De provincieoverheid begon in 1954 daarom aan een politiek van hervestigingen. In twintig jaar tijd werden ruim 300 dorpen volledig ontvolkt en werden bijna 30.000 mensen hervestigd in groeipolen binnen de provincie.

Demografie[bewerken | brontekst bewerken]

Geografische spreiding van de bevolking[bewerken | brontekst bewerken]

Newfoundland en Labrador is door Statistics Canada onderverdeeld in elf censusdivisies. Van de 520.000 inwoners van de provincie (2016), wonen er ongeveer 477.000 op het eiland Newfoundland (92%), met nog eens 16.000 mensen die op kleine eilanden voor Newfoundlands kust wonen (3%). De regio Labrador, die bijna driekwart van het oppervlak van de provincie vertegenwoordigt, telde in 2016 daarentegen niet veel meer dan 27.000 inwoners (5%).[8][9]

Newfoundland en Labrador telde in 2016 drie steden, 269 gemeenten (towns) en vijf in Nunatsiavut gelegen Inuit Community Governments. Tezamen zijn ze goed voor amper 2,2% van het oppervlak van de provincie.[10] De rest van de bevolking woont in gemeentevrij gebied of in een van de drie indianenreservaten.[11]

Type plaats (#) Oppervlakte Inw. (2016) Dichtheid
(inw./km²)
% Inw.
Steden (3) 609,9 km² 151.786 248,9 29,2%
Towns (269) 7.499,8 km² 311.536 41,5 59,9%
ICG's (5) 105,5 km² 2.558 24,2 0,5%
Reservaten (3) 69,7 km² 3.392 48,7 0,7%
Gemeentevrij (–) 396.927,1 km² 50.444 0,1 9,7%

Naast de Metropoolregio St. John's telt de provincie nog vier andere agglomeraties, namelijk de Agglomeratie Corner Brook, de Agglomeratie Grand Falls-Windsor, de Agglomeratie Gander en de Agglomeratie Bay Roberts. Deze vijf gebieden met stedelijke kenmerken, die zich allen op Newfoundland bevinden, telden in 2016 tezamen 265.277 inwoners – 51% van de totale bevolking.

Demografische ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

In 1951, kort na de toetreding tot de Canadese Confederatie, telde de provincie ruim 316.000 inwoners. Drie decennia lang bleef de provincie Newfoundland gestaag groeien om uiteindelijk bijna 568.000 inwoners te tellen in 1981. De jaren 1980 waren daarentegen een periode van demografische stagnering.

De provincie, die traditioneel erg gericht was op visserij, kreeg door het moratorium op de kabeljauwvisserij in 1992 een zware economische klap te verduren. Deze liet zich ook demografisch voelen door een daling met meer dan 63.000 inwoners (-11%) in vijftien jaar tijd. Sindsdien is de bevolking opnieuw gestaag aangedikt van ruim 505.000 inwoners in 2006 tot zo'n 520.000 inwoners in 2016.[12] Het inwoneraantal blijft echter ruim onder het niveau van 25 jaar eerder.

Taal[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de volkstelling van 2016 gaf 97,2% van de provincie aan het Engels als moedertaal te hebben.[12] Daarmee is Newfoundland en Labrador linguïstisch gezien het meest homogene deelgebied van Canada. Het eiland Newfoundland heeft met het Newfoundlands-Frans een eigen Frans dialect, al hadden in heel de provincie slechts 2.995 mensen (0,6%) het Frans als moedertaal. Wel waren er 25.965 mensen (5,1%) die die andere Canadese landstaal machtig waren.

Daarnaast waren er in 2016 ruim 3000 mensen, voornamelijk in Labrador, die een of meerdere inheemse talen sprak (0,6%). Het betrof voornamelijk sprekers van Cree- en Inuittalen.

In 2016 woonden er in de provincie daarnaast 150 mensen die Nederlandstalig zijn, waarvan 130 de taal als moedertaal spreken. Slechts 0,03% van de bevolking is dus Nederlandstalig, waardoor Newfoundland en Labrador in relatieve cijfers bij verre het kleinste aantal Nederlandstaligen telde van alle Canadese provincies en territoria.[13]

Inheemse bevolking[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de volkstelling van 2016 gaven 45.730 mensen aan een inheemse identiteit te hebben,[12] ofwel bijna 9% van de bevolking. Onder hen specifieerden 28.375 mensen dat ze tot de First Nations, 7.790 mensen dat ze tot de Métis en 6.450 mensen dat ze tot de Inuit behoorden.[12] Het aantal mensen met een aboriginal identity ligt veel hoger dan het aantal sprekers van inheemse talen daar veel van hen het Engels als moedertaal hebben.

Economie[bewerken | brontekst bewerken]

Historisch gezien was de visserij steeds de belangrijkste inkomstenbron voor de mensen in de provincie, tezamen met onder andere houtkap en mijnbouw. Wegens het koude klimaat en vooral het rotsachtige karakter van de bodem, is landbouw zowel in Labrador als in Newfoundland een marginaal verschijnsel. In de late 20e eeuw is de visvangst sterk achteruitgegaan door de dalende visbestanden (vooral van kabeljauw). Nadat de kabeljauwbestanden in de jaren 70 reeds sterk terugvielen, vond er een totale instorting van de Noordwest-Atlantische kabeljauwbestanden plaats begin jaren 90.[14] Daarop werd er door Canada in 1992 een moratorium op de professionele visserij ervan ingezet, wat negatieve gevolgen op met name de economie van Newfoundland. Dit leidde tot naast een hoge werkloosheid ook tot een significante daling van het inwonertal. Dit laatste fenomeen trad vooral op in de kleine vissersdorpen.

Vooral daarom begon de provincie sindsdien sterk in te zetten op oliewinning, aangezien er onder de Grand Banks ten oosten van Newfoundland rijke oliereserves zijn. Een voorbeeld hiervan is het Hiberniaveld, waar het grootste productieplatform ter wereld (Hibernia GBS) sinds 1997 in werking is. Ook toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor de provincie.

Toerisme[bewerken | brontekst bewerken]

De provinciehoofstad St. John's is zowel een belangrijke toegangspoort als een belangrijke toeristische trekpleister voor de provincie, met bekende bezienswaardigheden zoals de vuurtoren van Cape Spear. De grote centraal gelegen gemeente Gander is dan weer bekend vanwege zijn rijke luchtvaartverleden.[15]

De provincie is ook aantrekkelijk vanwege de vele idyllisch gelegen kustdorpjes die vaak een goed bewaard gebleven historisch karakter hebben. De belangrijkste voorbeelden op en rond Newfoundland zijn Bonavista, Trinity, Brigus, Cupids, Ferryland, Dildo, Fortune, Grand Bank, St. Anthony, Twillingate, Change Islands en Fogo Island. In Labrador zijn in dat opzicht vooral Battle Harbour, Forteau en L'Anse Amour bekend.[15]

Plaatsen als Bay Bulls en Witless Bay zijn erg geliefd bij walvisspotters, terwijl onder andere Elliston en het Cape St. Mary's Ecological Reserve faam hebben vanwege de enorme hoeveelheden zeevogels die er te spotten zijn. Ook ijsbergwatchers vinden hun gading, onder andere in Twillingate.[15]

Uitgestrekte natuurgebieden behoren ook tot de troeven van de provincie. Het gaat onder meer om de Codroyvallei, de Humbervallei en de nationale parken Terra Nova en Gros Morne op Newfoundland en het nationaal park Torngat Mountains in Noord-Labrador. Daarnaast zijn er twee historische werelderfgoedsites: de walvisvaardersplaats Red Bay en de Vikingnederzetting L'Anse aux Meadows.[15]

Gezondheidszorg[bewerken | brontekst bewerken]

Openbare gezondheidszorg is in de federale staat Canada een provinciale bevoegdheid. De provincie telt vier gezondheidsautoriteiten die allen bevoegd zijn voor de gezondheidszorgverlening in een ander geografisch gebied. Eastern Health is verantwoordelijk voor Oost-Newfoundland en alzo voor 60% van de inwoners van de provincie. Centraal- en West-Newfoundland vallen respectievelijk onder Central Health en Western Health, terwijl Labrador en het Great Northern Peninsula gezamenlijk onder de bevoegdheid van Labrador-Grenfell Health vallen.

Politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Het Huis van Vergadering van Newfoundland en Labrador is het parlement van de provincie. Het vormt tezamen met de Canadese Kroon de Algemene Vergadering van Newfoundland en Labrador, de wetgevende macht van de provincie.

Newfoundland en Labrador is de enige Canadese provincie die niet onderverdeeld is in regio's. De provincie telt wel elf censusdivisies, maar deze hebben uitsluitend statistische doeleinden. Direct onder het provinciebestuur valt bestuurlijk gezien het stads-, gemeente- of reservaatsbestuur. Een tiende van de inwoners woont echter in gemeentevrij gebied. In die gebieden is er meestal een relatief beperkte vorm van lokaal bestuur via de local service districts.

Inheemse bevolking[bewerken | brontekst bewerken]

In de regio Labrador maakt bijna de helft van de inwoners deel uit van de inheemse bevolking, met name Inuit en Innu. In het uiterste noorden en oosten van Labrador, waar de grote meerderheid Inuit is, werd in 2005 Nunatsiavut in het leven geroepen. Dat is een autonome regio van zo'n 70.000 km² waar de Inuit gedeeltelijk zelfbestuur hebben. Bevoegdheden zoals onderwijs, cultuur en gezondheidszorg werden van het provinciebestuur naar Nunatsiavut overgeheveld.[16]

Er zijn slechts twee dorpen met een grote meerderheid aan Innu (Natuashish en Sheshatshiu). Zij hebben geen inspraak via een autonome regio, maar beide dorpen zijn wel als indianenreservaat erkend waardoor ze lokaal zelfbestuur hebben (vergelijkbaar met een gemeentebestuur). Ook op Newfoundland bevindt er zich één indianenreservaat, namelijk het door Mi'kmaq bewoonde Samiajij Miawpukek (in het zuiden van het eiland).

Sport[bewerken | brontekst bewerken]

Het King George V Park in St. John's is het grootste voetbalstadion van de provincie dat oorspronkelijk het nationaal stadion van Newfoundland was. De provinciehoofstad huisvest ook de bekende omnisportverenigingen Feildians en Guards.

De voetbalbond van Newfoundland en Labrador (NLSA) organiseert jaarlijks van mei tot en met september de Challenge Cup, een competitie tussen de vijf beste mannenvoetbalclubs van de provincie.[17] De Jubilee Trophy is de provinciale vrouwenvoetbalcompetitie.

Geboren[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]