Snuiftabak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Snuiftabak

Snuiftabak is een vorm van tabak die niet gerookt, maar gesnoven wordt. Er zijn twee soorten snuif: rapesnuif en stelensnuif.

Snuiftabak is een zeer fijn vermalen en gedroogde tabak die verrijkt is met allerlei kruiden. Menthol en eucalyptusolie zijn veel gebruikte ingrediënten. Het snuiven geeft een frisse, tintelende sensatie in de neusholten. Via het snuiven van tabak komt ook nicotine in het bloed terecht.

Deze vorm van tabaksgebruik is tegenwoordig uiterst zeldzaam in Nederland. In de Gouden Eeuw was echter in Nederland snuiftabak het meest genuttigde tabaksproduct. In de 18e eeuw was een kostbare snuifdoos een statussymbool en welgestelden droegen er gewoonlijk een bij zich. De Amersfoortse snuiftabak is de beroemdste ter wereld geweest, en was zelfs populairder dan de tabaksoorten uit Virginia.

Snuiftabak kan goed worden gebruikt om te stoppen met roken en in sommige landen wordt het ook als zodanig geadviseerd. Er is in opdracht van fabrikant Pöschl onderzoek gedaan naar de schadelijkheid van snuif, maar er kon niet worden vastgesteld dat snuiftabak bijvoorbeeld neuskanker zou kunnen veroorzaken. Er zijn nog nooit rechtzaken aangespannen door ex-snuivers tegen de fabrikanten, wat bij sigaretten echter eerder regel dan uitzondering lijkt.

Productie[bewerken]

Stampkuipen waarin de snuiftabak wordt fijngehakt (windmolen De Ster in Rotterdam)

Voor het maken van rapesnuif worden de tabaksbladeren eerst gesausd. Hiervoor wordt onder andere keukenzout, potas, rozenwater, dropwater en jeneverbessensap gebruikt. Na het sauzen worden de tabaksbladeren in linnen doeken gewikkeld en omwonden met een strak aangetrokken touw en na een week of twee wordt dit herhaald. De zo ontstane karot wordt opnieuw met dun bindgaren opgebonden, waarna ze gefermenteerd worden. De fermentatie kan enkele jaren duren. Hierna worden ze met de snuifmolen fijn geraspt of gehakt. Bij het bereiden van stelensnuif wordt het karottentrekken en het fermenteren overgeslagen en worden de tabaksstelen en soms ook wel de hele tabaksbladeren tijdens het fijnhakken gesausd.

Gebruik[bewerken]

In Rotterdam zijn nog twee authentieke snuifmolens te vinden (De Lelie en De Ster), de enige in Nederland en vermoedelijk in de wereld. Hier wordt nog op de traditionele manier snuiftabak vervaardigd.

In Nederland en België wordt snuiftabak niet veel meer gebruikt, ook in andere landen is het gebruik laag (in Denemarken 10,6 g; in Frankrijk 6,4 g en in Groot-Brittannië minder dan 1 gram per hoofd).

In Marokko is het gebruik van snuiftabak nog wel populair. Veel Marokkaanse jongeren maken in Nederland gebruik van snuiftabak. Het centrum van het verbruik van tabaksnuif door de Marokkaanse jeugd ligt in Amsterdam-West (Bos en Lommer, Mercatorplein, Osdorp). Ook in de Kaapverdische cultuur is het gebruik van snuiftabak een gewoonte. Sommige ouderen gebruiken het nog, vooral als middel tegen verkoudheid.

In recente jaren beleeft snuiftabak in Duitsland een heropleving. Vooral in het zuiden, waar het rookverbod streng is, biedt het een goed alternatief om tabak te gebruiken zonder daadwerkelijk te roken, zodat passief roken uitgesloten is. In Beieren, waar het Schmei genoemd wordt, bevindt zich de firma Pöschl, die ’s werelds grootste snuff-producent is.

Snuiftabak is een van de vormen van tabak dat gebruikt wordt zonder het te roken, andere voorbeelden van dergelijk tabak is pruimtabak en snus