Naar inhoud springen

Sociale veiligheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Sociale veiligheid is de mate waarin mensen beschermd zijn of zich beschermd voelen tegen bedreiging, intimidatie, geweld, discriminatie, pesten, grensoverschrijdend gedrag en andere vormen van ongewenst menselijk handelen. De term wordt in verschillende contexten gebruikt, onder meer voor de openbare ruimte, het onderwijs, de werkvloer en organisaties.

In de openbare ruimte wordt sociale veiligheid vaak omschreven als het verminderen van de kans op criminaliteit en overlast en het vergroten van het gevoel van veiligheid.[1] In organisaties heeft het begrip daarnaast betrekking op een klimaat waarin mensen zichzelf kunnen zijn, zich kunnen uitspreken, fouten kunnen bespreken en afwijkende opvattingen naar voren kunnen brengen zonder te worden vernederd, geïntimideerd of buitengesloten.[2]

Voor sociale veiligheid bestaan verschillende definities. De precieze betekenis hangt mede af van de omgeving waarin het begrip wordt gebruikt. In de ruimtelijke ordening en het veiligheidsbeleid ligt de nadruk vooral op criminaliteit, overlast en veiligheidsbeleving in de openbare en semi-openbare ruimte.[1] In het onderwijs en binnen organisaties ligt daarnaast nadruk op onderlinge omgang, pesten, intimidatie, discriminatie, machtsmisbruik en andere vormen van ongewenst gedrag.[3][2]

Sociale veiligheid wordt vaak onderscheiden van fysieke veiligheid. Bij fysieke veiligheid gaat het bijvoorbeeld om risico's als brand, verkeersongevallen, constructiefouten, natuurrampen en andere gevaren die niet in de eerste plaats voortkomen uit de sociale interactie tussen mensen.[4]

Objectieve en subjectieve sociale veiligheid

[bewerken | brontekst bewerken]

Binnen sociale veiligheid wordt vaak onderscheid gemaakt tussen objectieve en subjectieve veiligheid.

Objectieve sociale veiligheid heeft betrekking op daadwerkelijk voorkomende incidenten, criminaliteit en overlast. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar het aantal geweldsincidenten, bedreigingen, diefstallen, vernielingen of andere geregistreerde voorvallen.[5]

Subjectieve sociale veiligheid betreft de mate waarin mensen zich veilig of onveilig voelen. Objectieve en subjectieve veiligheid hoeven niet volledig met elkaar overeen te komen. Een plaats kan bijvoorbeeld relatief weinig geregistreerde incidenten kennen terwijl mensen zich er toch onveilig voelen.[1]

Openbare ruimte

[bewerken | brontekst bewerken]

In de openbare ruimte heeft sociale veiligheid betrekking op de bescherming tegen criminaliteit, agressie en overlast en op de veiligheidsbeleving van gebruikers van die ruimte. Dit kan onder meer betrekking hebben op straten, pleinen, parken, openbaar toegankelijke gebouwen en het openbaar vervoer.[1]

Tot vormen van sociale onveiligheid kunnen onder andere geweld, bedreiging, seksuele intimidatie, beroving, diefstal, vernieling en andere vormen van criminaliteit worden gerekend. Ook overlast, zoals ernstige geluidshinder, intimidatie of hinderlijk gedrag, kan van invloed zijn op de veiligheidsbeleving.[5]

De inrichting en het beheer van de openbare ruimte kunnen invloed hebben op zowel feitelijke veiligheid als veiligheidsgevoelens. Factoren als zichtbaarheid, verlichting, overzichtelijkheid, aanwezigheid van andere mensen, toezicht en onderhoud kunnen daarbij een rol spelen.[6]

Meting van sociale veiligheid

[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland wordt sociale veiligheid in de openbare ruimte onder meer onderzocht met de Veiligheidsmonitor. Dit is een grootschalig bevolkingsonderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het ministerie van Justitie en Veiligheid naar leefbaarheid, overlast, veiligheidsbeleving en slachtofferschap van criminaliteit.[7]

De Veiligheidsmonitor bevat zowel gegevens over objectieve veiligheid, bijvoorbeeld slachtofferschap van criminaliteit, als over subjectieve veiligheid, zoals gevoelens van onveiligheid. Daarnaast worden onderwerpen onderzocht als discriminatie, respectloos gedrag, overlast in de woonbuurt en online criminaliteit.[8]

In het onderwijs heeft sociale veiligheid betrekking op de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen en studenten in relatie tot het gedrag van anderen. Een sociaal veilige schoolomgeving wordt gekenmerkt door een klimaat waarin leerlingen niet worden blootgesteld aan onder meer pesten, discriminatie, geweld, uitschelden of ander ongewenst gedrag.[3]

Primair en voortgezet onderwijs

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 1 augustus 2015 hebben scholen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs in Nederland een wettelijke zorgplicht voor de sociale veiligheid van leerlingen.[9]

Scholen moeten:

  • een beleid voeren dat is gericht op de sociale veiligheid van leerlingen;
  • jaarlijks onderzoeken hoe leerlingen hun veiligheid op school ervaren;
  • een medewerker aanwijzen die het beleid tegen pesten coördineert en als aanspreekpunt voor leerlingen en ouders kan optreden.[9]

De gegevens uit de jaarlijkse monitoring moeten aan de Inspectie van het Onderwijs beschikbaar worden gesteld. De inspectie kan handhavend optreden wanneer scholen niet aan deze verplichting voldoen.[10]

De wettelijke regeling kwam tot stand tegen de achtergrond van maatschappelijke en politieke aandacht voor pesten en de gevolgen daarvan.

Hoger onderwijs en wetenschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Ook binnen hogescholen, universiteiten en wetenschappelijke instellingen is sociale veiligheid een beleidsthema. Daarbij gaat het onder meer om seksuele intimidatie, discriminatie, racisme, machtsmisbruik, afhankelijkheidsrelaties en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag.[11]

In 2023 kondigde het kabinet een landelijke aanpak aan om de sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap te verbeteren. Daarbij werd onder meer gekeken naar een wettelijke zorgplicht, betere ondersteuning van studenten en medewerkers en mogelijkheden voor onafhankelijke melding en advies.[11]

In 2026 behandelde de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet vrij en veilig onderwijs, waarmee het veiligheidsbeleid in verschillende onderwijssectoren verder zou worden aangescherpt. Het wetsvoorstel werd op 30 juni 2026 door de Tweede Kamer verworpen.[12]

Werkvloer en organisaties

[bewerken | brontekst bewerken]

Op de werkvloer wordt sociale veiligheid gebruikt voor een organisatieklimaat waarin werknemers zich vrij voelen om zichzelf te zijn, vragen te stellen, problemen te benoemen, fouten te bespreken en afwijkende meningen naar voren te brengen zonder angst voor vernedering, uitsluiting of represailles.[2]

Sociale onveiligheid op het werk kan onder meer samenhangen met pesten, discriminatie, intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, machtsmisbruik en ander ongewenst gedrag. Een deel hiervan valt binnen de Nederlandse arbeidsomstandighedenwetgeving onder psychosociale arbeidsbelasting. Werkgevers zijn verplicht beleid te voeren om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of te beperken.[13]

Het CBS onderzocht in 2026 de sociale veiligheid onder werknemers in het Nederlandse openbaar bestuur. Van de ondervraagden vond 67 procent de eigen organisatie in 2024 sociaal veilig. Een inclusiever werkklimaat en tevredenheid over de omgang met agressie en geweld hingen samen met een positievere beoordeling van de sociale veiligheid, terwijl ervaringen met ongewenst gedrag door collega's of leidinggevenden daarmee negatief samenhingen.[2]

Het begrip sociale veiligheid op de werkvloer vertoont overlap met het uit de organisatiepsychologie afkomstige begrip psychologische veiligheid. Dat laatste richt zich vooral op de mate waarin mensen binnen een groep interpersoonlijke risico's durven te nemen, bijvoorbeeld door vragen te stellen, fouten toe te geven of afwijkende opvattingen te uiten.

Sociale veiligheid en online gedrag

[bewerken | brontekst bewerken]

Sociale interacties vinden in toenemende mate ook digitaal plaats. Daardoor kunnen vormen van sociale onveiligheid zoals bedreiging, intimidatie, stalking, discriminatie en cyberpesten zich ook online voordoen.

De Veiligheidsmonitor behandelt daarom naast traditionele criminaliteit ook online criminaliteit en onderzoekt onder andere slachtofferschap, veiligheidsbeleving en discriminatie.[7]

[bewerken | brontekst bewerken]
  1. 1 2 3 4 Sociale en integrale veiligheid, CROW Kennisbank, 20 juli 2015.
  2. 1 2 3 4 Sociale veiligheid in het openbaar bestuur, Centraal Bureau voor de Statistiek, 9 juni 2026.
  3. 1 2 Sociale veiligheid, Inspectie van het Onderwijs.
  4. ↑ Integrale veiligheid, CROW Kennisbank, 20 juli 2015.
  5. 1 2 Objectieve sociale veiligheid, CROW Kennisbank, 20 juli 2015.
  6. ↑ Sociale veiligheid in de openbare ruimte, CROW.
  7. 1 2 Veiligheidsmonitor 2025, Centraal Bureau voor de Statistiek, 2 maart 2026.
  8. ↑ Veiligheidsmonitor 2025, CBS.
  9. 1 2 Zorgplicht voor sociale veiligheid op scholen, Inspectie van het Onderwijs.
  10. ↑ Monitor sociale veiligheid, Inspectie van het Onderwijs.
  11. 1 2 Aanpak voor vergroten sociale veiligheid op hogescholen en universiteiten, Rijksoverheid, 8 juni 2023.
  12. ↑ Stemming Wet vrij en veilig onderwijs, Tweede Kamer der Staten-Generaal, 30 juni 2026.
  13. ↑ Veilig voelen op het werk, Arboportaal, 14 april 2026.