Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
k
geen bewerkingssamenvatting
(andere cat)
k
[[Bestand:Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij Ondine 1856.jpg|thumb|''Ondine'' – het eerste schip van de maatschappij uit 1856. Aquarel door [[Jacob Spin]].]]
 
De '''Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij''' (KNSM) was een in [[NederlandAmsterdam]]se gevestigde [[rederijNederland]] gevestigd inse [[Amsterdamrederij]] die heeft bestaan tussen [[1856]] en [[1981]]. De rederij was de grootste in Amsterdam, en landelijk bezette zij een plaats in de toptien van zeerederijen. De nadruk van het bedrijf lag op middelgrote vrachtschepen eenmet een beperkte passagiersaccomodatie. Op haar hoogtepunt in 1939 bezat de rederij 79 zeeschepen. Daarvan gingen er tijdens WO2 48 verloren, maar de maatschappij overleefde deze enorme slag. Vanaf [[1972]] was de rederij bekend onder de naam '''KNSM BV''', onderdeel van de [[Holding|moedermaatschappij]] '''KNSM Group NV'''. In 1981 werd de KNSM overgenomen door [[Nedlloyd]]. Het opvallende laatste hoofdkantoor aan de Prins Hendrikkade heet nog steeds het [[Scheepvaarthuis]].
 
== Geschiedenis ==
 
== Tweede Wereldoorlog ==
Op 17 november 1939 verliet het KNSM-vracht-passagiersschip ''Simon Bolivar'' Amsterdam op weg naar Engeland. Vlak bij Harwich vond er een explosie plaats in laadruimte 2 aan stuurboord en 10 minuten later volgde een tweede explosie aan bakboordzijde. Het schip zonk snel. De route die de Bolivar volgde, stond echter bekend als 'mijnenvrij'. Het schip is volgens de officiële verklaring gezonken door ontploffing van twee magnetische mijnen. Van de 397 opvarenden vonden bij de ramp 102 mensen de dood. Onder de passagiers bevonden zich 34 kinderen jonger dan 12 jaar. Dit was de eerste scheepsramp waarbij Nederlandse burgers door Duitse oorlogsdaden omkwamen, en de ramp werd wereldnieuws.
 
Ook van de KNSM was het laatste schip dat na de Duitse inval op 14 mei 1940 de haven van IJmuiden verliet, hetde [[Bodegraven (schip)|SS Bodegraven]], eveneens een vracht-/passagiersschip. Aan boord was de belangrijkste Nederlandse kunsthandelaar, de Joodse [[Jacques Goudstikker]] met zijn gezin; Goudstikker viel echter ‘s's nachts in het ruim en overleed. Ook aan boord waren 73 Joodse vluchtelingenkinderen uit Duitsland, grotendeels afkomstig uit het Burgerweeshuis in Amsterdam. Zij stonden onder toezicht van de organisatrice van de zg. [[Kindertransport]]e, [[Truus Wijsmuller-Meijer]], die hen in een bus ophaalde en na enige moeilijkheden op het schip kon krijgen. Op 2 juli 1943 onderweg van [[Durban (Zuid-Afrika)|Durban]] naar Engeland, op de [[Altantische Oceaan]] werd dit schip getorpedeerd door de 'U 547', waarbij 6 passagiers en 3 opvarenden omkwamen en het schip verloren ging.
 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Nederlandse koopvaardijschepen, gedwongen door de geallieerden, ingezet voor bevoorrading. In totaal verloor de KNSM 48 schepen, ruwweg twee derde van haar vloot, na getroffen te zijn door een mijn, torpedo, bommen of granatan van de vijand. Daarbij kwamen 230 bemanningsleden om het leven. Daarnaast kwamen 17 andere personeelsleden door oorlogsgevolgen om. Aangezien sommige varende personeesleden tijdens de oorlog werden uitgeleend, is niet van alle omgekomen bemanningsleden het lot bekend.<ref>W.H.A. Wessels, ''De KNSM in de 2e Wereldoorlog'', Hoorn, 2008. ISBN 978-90-79575-01-5.</ref>
 
Voor de omgekomen bemanningsleden werd in Amsterdam een monument met hun namen opgericht. De namen van de Surinaamse, Chinese en Antilliaanse opvarenden stonden daar aanvankelijk niet bij. Dankzij inspanningen van de kroniekschrijver van de maatschappij, oud-stuurman Wim Wessels, zijn deze namen er toch aan toe gevoegd.
11.892

bewerkingen

Navigatiemenu