Station Kentish Town

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Underground.svg British Rail - Flame Red logo.svg
Kentish Town
De bovengrondse perrons
Algemeen
Beheerd door London Underground
National Rail
Stationscode KTN
Opening 1 oktober 1868
Type Doorgangsstation
Constructie Uitgraving
Perrons 3
Perronsporen 4
Treinvervoer
Treindienst(en) Thameslink
2004 - 2005
0,382 miljoen *
* Jaarlijks gebruik op basis van kaartverkoop in het vermelde jaar op Kentish Town volgens Office of Rail Regulation.
Website Vertrektijden
Faciliteiten en plattegrond
Transport for London
Zone 2
Architect(en) Leslie Green
Opening 22 juni 1907
Type Doorgangsstation
Constructie Dubbelgewelfdstation
Perrons 2
Metrosporen 2
Diepte 24 meter
Underground
LijnRichtingVolgend station
Overig openbaarvervoer
Buslijn(en) 134, 88, 393
nachtbus N20
Ligging
Coördinaten 51° 33' NB, 0° 8' WL
Plaats Kentish Town
District (borough) London Borough of Camden
Station Kentish Town (metro van Londen)
Station Kentish Town
Lijst van spoorwegstations in het Verenigd Koninkrijk
A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M
N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z
Transport for London - Lijst metrostations
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Londen

Kentish Town is een station van National Rail en de metro van Londen aan de Northern Line. Het ligt in de Londense wijk Kentish Town.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Midland Railway[bewerken | brontekst bewerken]

Het eerste station werd geopend door de Midland Railway op 1 oktober 1868 tegelijk met St Pancras toen de verlenging van de Midland Railway tot in het centrum gereed was. Voordien reden de treinen van de Midland Railway over de London and North Western naar Euston of over de Great Northern Railway naar King's Cross om het centrum te bereiken. Vlak voor en korte tijd na de opening van St. Pancras wisselde de diensten van en naar Moorgate hier van locomotief, waarbij het deel in de stad werd gereden met een condenslocomotief en daarbuiten met een gewone stoomlocomotief. Gedurende enkele jaren werden ook diensten onderhouden tussen Kentish Town en Victoria aan de South Eastern and Chatham Railway. Vlak ten noorden van het station lag het op een na grootste depot met lijnwerkplaats van de Midland Railway. In 1861 vond een aanrijding plaats op een zijspoor nabij het station waarbij 16 mensen werden gedood en 317 gewond raakten. De naam Kentish Town was aanvankelijk toegekend aan station Gospel Oak aan de North London Line dat in 1860 werd geopend. Die naam werd gewijzigd in 1867 toen station Kentish Town West opende en een jaar later was de naam Kentish Town beschikbaar voor het nieuwe station aan de Midland Railway. Tot 1981 was Kentish Town de splitsing tussen de diensten naar Barking en die naar de Midlands. In 1981 kregen de diensten van/naar Barking hun westelijke eindpunt bij Gospal Oak waarna de sporen tussen Kentish Town en de North London Line werden opgebroken en het ballastbed werd verkocht voor industrieel gebruik. Het spoorwegstation werd in 1983 herbouwd waarbij het stationsgebouw uit 1868 werd gesloopt.

Metro[bewerken | brontekst bewerken]

Van met 1878 tot september 1880 onderhield de Metropolitan Railway de Super Outer Circle dienst. Deze dienst liep tussen St. Pancras en Earl's Court via Kentish Town, Cricklewood en South Acton. Op 22 november 1898 kwam Kentish Town weer in beeld bij de metro toen de Charing Cross, Euston & Hampstead Railway (CCE&HR) het als eindpunt van haar oosttak voorstelde om treinreizigers te laten overstappen op de metro. De CCE&HR ging tegelijk met vier concurrenten op zoek naar bekostiging van de lijn. In 1902 kocht de Amerikaanse investeerder Yerkes de lijn samen met de Baker Street en Waterloo Railway en de Great Northern, Piccadilly en Brompton Railway en bracht deze onder in de UERL. De bouw begon in 1903 en op 22 juni 1907 werd het initiële deel, waaronder Kentish Town, van de CCE&HR geopend. Het station is ontworpen door de huisarchitect van de UERL, Leslie Green, met de kenmerkende geglazuurde bloedrode gevel en de halfronde ramen op de eerste verdieping, die bij vrijwel alle stations van de UERL begin 20e eeuw gangbaar was. Toen het station van Kentish Town opende, was het volgende CCE & HR-station naar het zuiden South Kentish Town maar dat station sloot in 1924 vanwege de geringe aanloop. Dit station is nog wel zichtbaar vanuit de langsrijdende metro's.

In 1933 werd het OV in Londen genationaliseerd in London Transport dat de lijn omdoopte in Edgware, Highgate Morden Line[1]. In 1935 werd het Northern Heights plan ontvouwd wat bij het begin van de werkzaamheden in 1937 aanleiding was om de hele lijn Northern Line te noemen als verwijzing naar de heuvels langs de noordrand van de stad die door de verlenging van de lijn op de metro zouden worden aangesloten.

Ligging en inrichting[bewerken | brontekst bewerken]

De stationshal van het station van Leslie Green doet sinds 1983 dienst voor zowel Thameslink als de Underground, de perrons van beide zijn bereikbaar van achter de toegangspoortjes. Bovengronds liggen zes sporen waarvan er twee gebruikt worden door sneldiensten die niet stoppen bij dit station. De overige sporen liggen langs twee eilandperrons en een zijperron aan de noordkant en worden gebruikt door de treinen van First Capital Connect tussen West Hampstead en King's Cross Thameslink. Deze perrons zijn via een loopbrug met vaste trappen verbonden met de stationshal in het gebouw van Leslie Green.

De perrons van de metro liggen ten zuiden van de spoorlijn onder de Kentish Town Road. Ze liggen schuin boven elkaar, die naar het zuiden op 24 meter diepte, die naar het noorden op 21 meter diepte. Het tegelwerk langs de perrons kreeg een uniek patroon zodat ook laaggeletterden het station konden herkennen. Zoals voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog gebruikelijk werden de reizigers aanvankelijk met liften vervoerd tussen de stationshal en de perrons. In het interbellum werd het station onder leiding van Charles Holden, net als vele andere metrostations destijds, voorzien van roltrappen. Deze verbinden de stationshal en het bovenste perron, reizigers naar het zuiden moeten onderaan de roltrap via een vaste trap en een tunneltje naar het onderste perron. Beide perrons liggen aan de oostkant van het spoor en de plaatsing van de tunnels komt er op neer dat hier rechts in plaats van links gereden wordt. Ten noorden van de spoorlijn liggen de tunnels van de Northern Line boven elkaar om bebouwd terrein te vermijden. Vlak ten noorden van station South Kentish Town kruisen de tunnels elkaar zodat vandaar naar het zuiden weer links gereden wordt.

Reizigersdienst[bewerken | brontekst bewerken]

Het station bij de kruising van Kentish Town Road ( A400 ) en Leighton Road is het enige station aan de High Barnet-tak met een directe overstap met een lijn van het landelijke spoorwegnet. Daarnaast is het mogelijk om bij station Kentish Town West over te stappen op de North London Line zonder dat opnieuw het instaptarief moet worden betaald.

Thameslink[bewerken | brontekst bewerken]

Op het landelijke spoorwegnet passeren de sneltreinen tussen St. Pancras en Nottingham, Sheffield en Leicester zonder te stoppen. De Thameslink diensten tussen Luton in het noorden en Sutton, Sevenoaks en Orpington in het zuiden via St. Pancras en Blackfriars doen het station aan. Het volgende station in noordelijke richting is West Hampstead, in zuidelijke richting St Pancras.

Underground[bewerken | brontekst bewerken]

De underground rijdt om de 3 a 7 minuten in beide richtingen. In noordelijke richting wordt afwisselend gereden naar High Barnet en Mill Hill East. In zuidelijke richting wordt afwisselend via Bank naar Morden en Battersea Power Station via het West End gereden.

Incident[bewerken | brontekst bewerken]

Op 21 augustus 2020 raakte een man zwaargewond toen een gevelbord van het station losliet. Er was gemeld dat het bord, met de logo's van TfL en British Rail, los leek te hangen maar daar werd niet op gehandeld.