Stoptrein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Duits treinstel van de DB dat gebruikt wordt als Regional Bahn en/of Express
Twee verschillende Nederlandse materieeltypen die worden ingezet als Sprinter of stoptrein.
Een Belgisch treinstel welke veel als L-trein word ingezet

Stoptrein en Sprinter in Nederland, en lokale trein of L-trein in België zijn benamingen van een treinsoort ofwel treindienst die op alle, of vrijwel alle, stations stopt. Er is een verdere onderverdeling mogelijk in treindiensten op stadsspoorlijnen, zoals de Zoetermeerlijn in Nederland, het Gewestelijk ExpresNet (GEN) rond Brussel en de S-Bahn in Berlijn enerzijds en anderzijds treindiensten op regionale lijnen in landelijke gebieden.

Trams en metro’s worden niet als stoptreinen gezien.

Voor stoptreindiensten wordt vaak materieel ingezet dat is geoptimaliseerd voor verkeer voor de kortere afstand. Dit materieel heeft in vergelijking tot materieel voor de langere afstand gewoonlijk meer en/of bredere buitendeuren[1], heeft in de nabijheid van deuren meer open ruimte, die bij drukte ook als ruimte voor staplaatsen dienen, eenvoudigere stoelen, is in staat snel op te trekken en af te remmen, en heeft geen voorzieningen voor personeel dat hapjes en drinken aanbiedt.

Nederland[bewerken]

De Nederlandse Spoorwegen (NS) gebruikt de aanduiding Sprinter, en daarmee is dit de meest gebruikte aanduiding voor stoptrein in Nederland. Andere spoorvervoerders in Nederland, die uitsluitend regionale lijnen exploiteren, gebruiken de term stoptrein.

De benaming 'Sprinter' wordt door reizigers en Zoetermeerders al sinds de opening in 1977 gebruikt voor de treinen op de Zoetermeer stadslijn[2]. Pas later nam de NS deze naam over voor de aanduiding van de treinsoort. Vanaf het begin van de jaren tachtig werd dit bij NS de naam voor alle treindiensten die werden uitgevoerd door modern stoptreinmaterieel, dat wil zeggen stoptreinmaterieel dat na 1974 is gebouwd. Sinds 2011 gebruikt NS deze benaming voor alle stoptreindiensten, ongeacht het materieeltype dat wordt ingezet.

België[bewerken]

De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) gebruikt tegenwoordig de benaming lokale trein of L-trein. Tot 1984 is ook de benaming omnibus in gebruik geweest. Op het Gewestelijk ExpresNet (GEN) van Brussel rijden de treinen onder de noemer: S-trein. De S staat voor (voor-)stedelijk, stad, snel of het Franse suburbain. Eerder droeg deze treinsoort de naam CR-trein (CityRail trein).

De NMBS heeft voorafgaand aan de dienstregeling van 2012 overwogen om de naam Omnirail te gaan gebruiken in de plaats van IR-, CR- en L-treinen.[3]

Andere landen[bewerken]

In het buitenland is vaak het woord regionaal herkenbaar in benamingen voor stoptreinen. In combinatie met inter of express wordt dan gewoonlijk gedoeld op treindiensten voor wat langere afstanden, maar in Frankrijk wordt Express gebruikt om deze treindienst van de metro toe onderscheiden. In Engelstalige landen wordt ook wel het begrip commuter train gebruikt. Letterlijk betekent dit forensentrein.

Benamingen van stoptrein in een aantal landen
Land Benaming Opmerkingen
Denemarken Regionaltog
Duitsland Regionalbahn (RB)
Nahverkehrszug Tot 1995
Stadtschnellbahn of Schnellbahn Niet te verwarren met Stadtbahn, wat een tussenvorm van tram en trein is. In Nederland past bijvoorbeeld de tram in Utrecht in het concept Stadtbahn. Verwarrend is de afkorting S-Bahn voor zowel Stadtbahn als voor (Stadt)schnellbahn wordt gebruikt.
Frankrijk Transport Express Régional (TER) In en rond grotere steden in Frankrijk. De Parijse naam is Réseau express régional (RER) .
Luxemburg Regionalbunn (RB)
Oostenrijk Regionalzug (R)
Zwitserland Regio (R)

Zie ook[bewerken]

Verwijzingen[bewerken]

  1. Zie bijvoorbeeld Sprinter SLT. Over NS / Materieel. NS. Geraadpleegd op 29 maart 2017 "De Sprinter is gebouwd om reizigers comfortabel te vervoeren over relatief korte trajecten met een flink aantal stops. In- en uitstappen is makkelijk dankzij zijn vele, brede deuren, gelijkvloerse instap, ruime balkons (...)"
  2. De NS gebruikte de naam 'Sprinter' aanvankelijk niet voor de treinsoort stoptrein, maar voor het materieeltype dat in die tijd aangeschaft werd voor stadsspoorlijnen, zoals de Zoetermeer stadslijn, de Hoekse lijn en de Hofpleinlijn. Dit materieeltype werd ook aangeduid als Stadsgewestelijk Materieel (SGM, later mSGM). Zie bijvoorbeeld Edward Bary, Stadsgewestelijk Materieel (SGM, materieel 1974, Sprinter, Citypendel). Geraadpleegd op 29 maart 2017 "De tweedelige Sprinters 2001-2015 werden in 1975 gebouwd. Omdat de treinstellen dienst zouden gaan doen op de Zoetermeer Stadslijn en de geplande stadsspoorweg tussen Utrecht en Nieuwegein, werden toiletten, eerste klasse en een doorloop tussen beide bakken achterwege gelaten." en Nico Spilt, Sprinters (SGM, SGMm, SLT, SNG). Langs de rails. Geraadpleegd op 29 maart 2017 "De tweewagenstellen doen voornamelijk dienst op korte trajecten rond Rotterdam en op de Zoetermeerlijn. De driewagenstellen draaien in de hele Randstad onopvallend hun rondjes in de stoptreindienst."
  3. Zie bijvoorbeeld Kees Smilde, Ledendag in Leuven in het teken van de toekomst. TreinTramBus (11 december 2012). Geraadpleegd op 29 maart 2017 "(...) er verdwijnen een aantal categorieën zoals IR, CR en L, die door Omnirail worden vervangen (...)"