Su Shi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Portret van Su Shi door Zhao Mengfu (1254–1322)

Su Shi (vereenvoudigd Chinees: 苏轼; traditioneel Chinees: 蘇軾; 1037–1101) was een Chinees kunstschilder, kalligraaf, dichter, farmacoloog en ambtenaar van de Song-dynastie. Zijn omgangsnaam was Zizhan (子瞻) en zijn artistieke naam Dongpo Jushi (東坡居士). Su Shi staat ook bekend als Su Dongpo (蘇東坡).

Biografie[bewerken]

Su Shi werd in 1037 geboren in Meishan, in de provincie Sichuan. Zijn vader Su Xun (蘇洵) en diens broer Su Zhe (蘇轍) waren beide beroemde literati. Op jonge leeftijd kreeg Su in een lokale dorpsschool les van een taoïstische priester. Later nam zijn moeder de opleiding van Su in handen. Su trouwde op 17-jarige leeftijd. Hij maakte snelle vorderingen in het Chinees examenstelsel en bereikte in 1057 op 19-jarige leeftijd de hoogste graad van jinshi (進士).

Su Di over het Westelijke Meer in Hangzhou

Van 1060 tot circa 1080 bekleedde Su een verscheidenheid aan ambtelijke functies, zoals magistraat van Mizhou, het huidige Zhucheng, en gouverneur van Xuzhou. In Hangzhou liet Su een voetgangersoversteek over het Westelijke Meer bouwen dat tegenwoordig nog zijn naam draagt: Su Di (蘇堤).

Na een politiek geschil met Wang Anshi schreef Su Shi een gedicht dat de hervormingen van deze staatsman hekelde. Een meerderheid aan het hof stemde ervoor om Su in verbanning te sturen. Deze straf werd uitgesproken op grond van Su's kritiek op de keizer, niet op Wang. Su trok naar Huangzhou in de provincie Hubei en woonde daar van 1080 tot 1084 in een boerderij die Dongpo werd genoemd: 'Oostelijke helling'. In Hubei verdiepte Su zich in het boeddhisme en nam hij de artistieke naam Dongpo Jushi aan, wat 'Bewoner van de oostelijke helling' betekent. In deze periode maakte hij veel beschouwingen van de natuur en maakte enkele van zijn meest gewaardeerde gedichten en kalligrafieën.

In 1086 keerde Su terug uit ballingschap, maar werd in 1094 opnieuw verbannen, dit keer naar de provincie Guangdong en later het eiland Hainan, waar in 1098 de Dongpo-academie werd gebouwd. In 1100 kreeg Su gratie van de regering en kreeg hij een post in Chengdu. Het jaar daarop vertrok hij naar Changzhou voor een andere betrekking, maar stierf onderweg.

Sierlijke bijeenkomst in de Westtuin, een handrol van Shitao (1642–1707).[a] De voorstelling is gebaseerd op een aan Mi Fu toegeschreven tekst, welke uiterst links is opgetekend. Naar verluidt organiseerde Wang Shen, schoonzoon van keizer Song Yingzong, een feest in zijn tuin om de terugkeer uit ballingschap van Su Shi en een aantal andere literati te vieren. Aan de zwarte tafel zit Su te schrijven en aan de witte tafel schildert Li Gonglin. Rechts naast de beek staat Mi Fu op het punt om een inscriptie in de rots te maken.[1]
Sierlijke bijeenkomst in de Westtuin, een handrol van Shitao (1642–1707).[a] De voorstelling is gebaseerd op een aan Mi Fu toegeschreven tekst, welke uiterst links is opgetekend. Naar verluidt organiseerde Wang Shen, schoonzoon van keizer Song Yingzong, een feest in zijn tuin om de terugkeer uit ballingschap van Su Shi en een aantal andere literati te vieren. Aan de zwarte tafel zit Su te schrijven en aan de witte tafel schildert Li Gonglin. Rechts naast de beek staat Mi Fu op het punt om een inscriptie in de rots te maken.[1]

Invloed[bewerken]

Bamboeschildering van Su Shi, hangende rol gemonteerd als handrol

Su Shi pleitte onder de literati van zijn tijd voor het combineren van de 'drie perfecties': gedichten, kalligrafie en schilderwerken. Deze combinatie werd een van de typische kenmerken van de Chinese schilderkunst. Een andere fundamentele verandering was Su's idee van het schilderen als een vorm van expressie. Dit stond lijnrecht tegenover de natuurgetrouwe schilderstijl die destijds populair was aan het keizerlijk hof. Hiermee legde Su de basis voor een stroming die later door Dong Qichang (1555–1636) werd bestempeld als de Zuidelijke School.[2]