Shitao

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Meester Shi plant dennen, detail van een handrol met zelfportret uit ca. 1674, gewassen inkt en kleur op papier

Shitao (vereenvoudigd Chinees: 石涛; traditioneel Chinees: 石濤; 1642–1707) was een Chinees kunstschilder, dichter en kalligraaf die actief was tijdens de late Ming-periode en de vroege Qing. Hij wordt samen met Hong Ren (1610–1663), Kun Can (1612–1673) en Bada Shanren (1626–1705) gerekend tot de canon van de Vier Monniken; Ming-loyalisten die bekend waren om hun expressieve, niet aan conventies gebonden stijl.

Namen[bewerken]

Shitao's echte naam was Zhu Ruoji (朱若極), maar gewoonlijk wordt naar hem gerefereerd met de kloosternaam 'Shitao', wat 'Stenen golf' betekent. Een andere kloosternaam van Shitao was Yuan Ji (原濟: 'Bron van redding').[1] Toen hij de boeddhistische orde verliet en zich bekeerde tot het taoïsme, nam Shitao de naam Da Dizi aan (大滌子: 'De pure'). Het was tegelijk de naam die Shitao zijn huis in Yangzhou gaf. Naast zijn kloosternamen had Shitao meer dan twintig omgangsnamen en artistieke namen.[2] Bekende namen zijn onder andere Kugua Heshang (苦瓜和尚: 'Bittere kalebasmonnik') en Xia Zun Zhe (瞎尊者: 'Eerbiedwaardige blinde'[a]).

Biografie[bewerken]

Kluizenaarswoning in de berg Lu, hangende rol met gewassen inkt op papier

Shitao werd in 1642 als Zhu Ruoji geboren in het arrondissement Quanzhou in de provincie Guangxi. Het Huis Zhu was de keizerlijke familie van de Ming-dynastie. Toen de Mantsjoes in 1644 in China aan de macht kwamen, vluchtten de keizerlijke familie en veel Ming-loyalisten uit Peking. Shitao leidde in zijn jeugdjaren een zwervend bestaan. In 1651 trad hij op jonge leeftijd toe in een boeddhistisch klooster in Wuchang.

In de jaren 60 van de 17e eeuw verhuisde Shitao naar Anhui. Later trok hij in in kloosters te Nanjing en Yangzhou. Rond 1690 reisde Shitao terug naar Peking. Hier zocht hij tevergeefs een beschermheer die hem aan een positie aan het hof kon helpen. In 1693 bekeerde Shitao zich tot het taoïsme en keerde terug naar Yangzhou. Hier bleef hij tot zijn dood in 1707.

Werken[bewerken]

Herinneringen van Qin-Huai, albumblad met gewassen inkt en kleur op papier. Deze surrealistische schildering behelst de plaats van de mens in de natuur. De berg lijkt over te hellen naar de monnik, waardoor de relatie met de natuur tweeledig lijkt.

Het oeuvre van Shitao omvat een groot aantal traditionele motieven in de Chinese schilderkunst, zoals shan shui-landschappen, vogel- en bloemschilderingen en bamboeschilderingen. Samen met zijn tijdgenoot Bada Shanren behoorde Shitao tot de meest spraakmakende individualisten onder de Qing-schilders. Hij verwierp de orthodoxe conventies zoals bijvoorbeeld de Zes Meesters van de vroege Qing-periode hanteerden. Shitao respecteerde het werk van oude traditionele meesters, maar zag deze eerder als een fundament voor verdere innovatie dan als modellen om te kopiëren. Shitao schreef hierover: "Het nauwgezet schilderen in de stijl van andere scholen is hetzelfde als het opdrinken van hun overgebleven soep".[3]

De moderne kunstschilder Liu Haisu (1896–1994) omschreef Shitao als de voorvader van de moderne Chinese kunst.[3] Shitao's stijl was beïnvloed door innovatieve voorgangers als Ni Zan (1301–1374), maar was in veel opzichten vernieuwend. Shitao gebruikte een groot aantal nieuwe technieken voor inktwassingen. Hij was ook vernieuwend in zijn penseelhantering en zijn vernuftige composities. Shitao gebruikte grote witvlakken om ruimte te suggereren en plaatste zijn gekalligrafeerde gedichten zodanig, dat ze een levendig geheel vormden met de schildering zelf. Dit alles maakt zijn werk moeilijk te canoniseren. Zelf beweerde Shitao over zijn schilderkunst: "geen methode, dat is mijn methode".[3]

Afbeeldingen[bewerken]

Meester Shi plant dennen - handrol met zelfportret uit ca. 1674, gewassen inkt en kleur op papier[b]
Meester Shi plant dennen - handrol met zelfportret uit ca. 1674, gewassen inkt en kleur op papier[b]
Sierlijke bijeenkomst in de Westtuin, gewassen inkt en kleur op papieren handrol. De voorstelling is gebaseerd op een aan Mi Fu (1051–1107) toegeschreven tekst, welke uiterst links is opgetekend. Naar verluidt organiseerde Wang Shen (ca. 1036–ca. 1093), schoonzoon van keizer Song Yingzong, in 1086 een feest in zijn tuin om de terugkeer van een aantal literati te vieren, wiens ballingschap in 1086 was opgeheven. Aan de zwarte tafel zit Su Shi (1036–1101) te schrijven en aan de witte tafel schildert Li Gonglin (ca. 1049–1106). Rechts naast de beek staat Mi Fu op het punt om een inscriptie in de rots te maken.[4]
Sierlijke bijeenkomst in de Westtuin, gewassen inkt en kleur op papieren handrol. De voorstelling is gebaseerd op een aan Mi Fu (1051–1107) toegeschreven tekst, welke uiterst links is opgetekend. Naar verluidt organiseerde Wang Shen (ca. 1036–ca. 1093), schoonzoon van keizer Song Yingzong, in 1086 een feest in zijn tuin om de terugkeer van een aantal literati te vieren, wiens ballingschap in 1086 was opgeheven. Aan de zwarte tafel zit Su Shi (1036–1101) te schrijven en aan de witte tafel schildert Li Gonglin (ca. 1049–1106). Rechts naast de beek staat Mi Fu op het punt om een inscriptie in de rots te maken.[4]