Tbc-huisje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tbc-huisje op het terrein van het Spaarne Gasthuis in Hoofddorp
Tbc-huisjes bij het voormalige Sanatorium Zonnestraal in Hilversum
Tbc-huisje in het Zuiderzeemuseum, oorspronkelijk afkomstig uit Huizen
Tbc-huisje in het Nederlands Openluchtmuseum, oorspronkelijk afkomstig uit Olst
Kleine lighal in Bredevoort

Een tbc-huisje of lighuisje (begin twintigste eeuw: ligtent of klein type lighal) is een houten bouwwerk, dat in de eerste helft van de twintigste eeuw door tuberculosepatiënten gebruikt werd om in afzondering te kunnen herstellen. Het type bouwwerk is kenmerkend voor de periode in de geschiedenis van de Nederlandse gezondheidszorg waarin er gestreden werd tegen tuberculose.

Aan het eind van de 19de eeuw werd de ziekte tuberculose (tbc) ontdekt. Geneesmiddelen waren er nog niet, en de medische behandeling bestond vooral uit bedrust, zonlicht, frisse lucht en gezonde voeding. Wie het kon betalen, kon verzorgd worden in speciale tbc-sanatoria, kuuroorden voor tbc-patiënten. Als één van de alternatieven voor de sanatoria ontstonden begin 20ste eeuw de tbc-huisjes.[1]

Tbc-huisjes waren eenvoudige houten bouwseltjes, die ter plaatse opgebouwd en weer gedemonteerd konden worden.[2] De patiënt verbleef hierin dag en nacht, en dit verblijf kon maanden tot jaren duren.[1] De huisjes waren doorgaans wit of groen, en hadden veel glas en grote deuren die wijd open konden worden gezet.[3][1] De huisjes stonden meestal op een draaischijf of een stalen onderstel met wielen zodat de open deuren naar de zon en uit de wind konden worden gedraaid. De patiënt kon daardoor zoveel mogelijk in de zon en in de frisse buitenlucht zitten, en tegelijkertijd uit de wind blijven.[1][4][3] De huisjes stonden in groepjes op het terrein van een kruisgebouw, naast een dagsanatorium of op een weiland even buiten het dorp. Vaak stonden er ook huisjes bij particulieren in de tuin; in die van de patiënt zelf, of bij naaste familie.[2][1] Eens per dag kwam er dan verpleging langs voor de medische verzorging; de familie regelde de rest.[1] De huisjes konden worden gekocht, maar ook (als bouwpakket) worden geleend of gehuurd bij een sanatorium of een lokale kruisvereniging.[2][3][1]

Nog tot eind jaren '40 werden de tbc-huisjes veelvuldig gebruikt. [5] Door de komst van effectieve medicijnen in de jaren '50 werden de tbc-huisjes overbodig, en kregen ze her en der een nieuwe bestemming.[1][6] In 1982 werd de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum met een tbc-huisje uitgebreid, als geschenk van de Nationale Kruisvereniging.[2] Rijksmuseum Boerhaave in Leiden beschikt sinds 2011 ook over een tbc-huisje[7] en openluchtmuseum Het Hoogeland in het Groningse Warffum sinds april 2016.[1]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]