Theo Majofski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Theo Majofski
Majofski, postuum geschilderd door Gerard van Hove (portrettencollectie Stadsschouwburg Amsterdam)
Majofski, postuum geschilderd door Gerard van Hove (portrettencollectie Stadsschouwburg Amsterdam)
Algemene informatie
Volledige naam Theodorus Johannes Majofski
Geboren 16 juli 1770
Geboorteplaats Leiden
Overleden 22 februari 1836
Overlijdensplaats Amsterdam
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Beroep acteur, zanger, toneeldirecteur
Portaal  Portaalicoon   Film

Theodorus Johannes (Theo) Majofski (Leiden, 16 juli 1770Amsterdam, 22 februari 1836) was een Nederlands toneelspeler, zanger en theaterdirecteur. Met zijn collega's Ward Bingley, Andries, Helena en Anna Maria Snoek, Geertruida Jacoba Hilverdink en Johanna Cornelia Wattier behoorde hij tot de bekendste acteurs van het classicistische toneel, dat in deze periode tot grote bloei kwam. Daarnaast is hij de stamvader van een omvangrijk toneelgeslacht.[1]

Biografische schets[bewerken]

Theo Majofski werd geboren binnen het gezin van een Pools-Litouwse vader Josephus en een Nederlandse moeder. Vader vluchtte rond 1740 in verband met schermutselingen in het oosten van Polen in de tijd van leider Stanislaus Leszczyński. Hij leerde in Nederland de Leidse Maria Ravens kennen en hun zoon werd in Leiden geboren. Hijzelf huwde in 1791 Johanna Adams, actrice/zangeres uit het toneelgezelschap van Johannes Adams. Het werd een kinderrijk gezin, waarin diverse kinderen op jonge leeftijd overleden. Andere stapten in de voetsporen van hun vader:

Hij was aangesloten bij de Loge van vrijmetselaars en de loge La Bien Aimée.

Reeds op jonge leeftijd sloot Theo Majofski zich aan bij rondreizende toneelgezelschappen. Hij was verbonden aan gezelschappen van Willem van Dinsen en diens vrouw Catharina Kraijesteijn en dat van Johannes Adams. Zijn toneeldebuut in Amsterdam vond in 1791 plaats in de Amsterdamsche Schouwburg aan het Leidseplein. Een vervolgrol bleef uit. Theo’s vriend Andries Snoek richtte in 1792 het gezelschap "Nederduitsche Tooneelisten" op voor voorstellingen in Rotterdam en Majofski sloot zich met zijn vrouw en haar halfzuster daarbij aan. Men wilde als vaste theater de schouwburg in Rotterdam, maar die ging in februari 1793 dicht als gevolg van de oorlogsverklaring van Frankrijk. Het werd voortgezet als een rondreizend theatergezelschap dat steden in de Nederlanden aandeed. Er zijn uitvoeringen bekend in Breda, Brugge en Gent. In 1795 kon het gezelschap weer aanspraak maken op een vast theater (diezelfde schouwburg in Amsterdam), maar wilde toen een herstart in Rotterdam. Rotterdam koos echter voor de concurrent. Majofski dreigde financieel aan de grond te raken en spelers moesten wachten op betaling. Waarschijnlijk op aanspraak van Andries Snoek, inmiddels getrouwd met Maria Hendrika Adams, de halfzuster van Johanna Adams, kreeg hij toch uiteindelijk een vaste aanstelling bij de Amsterdamse schouwburg. In 1811, toen de financiën van het theater desastreus waren, deed de gemeente Amsterdam het theater van de hand. Majofski, Andries Snoek en Johanna Wattier namen de leiding zelf ter hand, totdat in 1820 de gemeente het theater weer zelf in beheer nam. In verband met de gewijzigde politieke situatie in Nederland moest ook de naam van het gezelschap aangepast worden: Koninklijke Toneellisten van de Hollandsche Schouwburg (1807). Het repertoire wijzigde navenant van Duits naar Frans. Majofksi’s eind kwam tijdens een toneelvoorstelling van Ze is krankzinning van Anne Honoré Jospeh Duveynier. Hij kreeg een beroerte tijdens de avondvoorstelling, men probeerde hem nog off-stage te reanimeren door een aderlating, maar hij zeeg ineen: "Mijn God, wees mijne ziel genadig!" uitend.

Nalatenschap[bewerken]

Majofski kreeg tijdens zijn leven lovende kritieken vanwege zijn natuurlijke spel in zowel komedies en tragedies. Tegelijkertijd was er steevast kritiek; hij was weinig rolvast, hij vergat nog weleens teksten of bracht zijn rol atypisch in beeld.

Enkele toneelstukken en opera’s waarin hij speelde:

Zijn portret in de Stadsschouwburg Amsterdam werd in 1906 postuum geschilderd door Gerard van Hove in opdracht van de Vereeniging voor de Galerij van Portretten. In de Amsterdamse wijk Slotervaart is een straat naar hem genoemd, de Theodorus Majofskistraat.