Times Higher Education World University Rankings

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Universiteit van Oxford staat op de eerste plaats in 2018

De Times Higher Education World University Rankings is een jaarlijks gepubliceerde ranglijst van universiteiten gerangschikt op onder meer de kwaliteit van het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek aan die instellingen. De ranglijst wordt samengesteld door het Britse tijdschrift Times Higher Education (THE), gebaseerd op gegevens verzameld door Thomson Reuters.

De ranglijst wordt beschouwd als een van de drie invloedrijkste en meest vooraanstaande ranglijsten van universiteiten, naast de QS World University Rankings en Academic Ranking of World Universities (Shanghai-ranglijst).[1][2][3]

Andere ranglijsten[bewerken]

Naast de algemene ranglijst worden ook andere ranglijsten gepubliceerd:

  • ranglijsten per vakgebied. Deze ranglijsten dekken zes brede vakgebieden: arts and humanities (geesteswetenschappen), clinical, pre-clinical and health (geneeskunde), engineering & technology (techniek), life sciences (biologie), physical sciences (natuurkunde en scheikunde) en social sciences (sociale wetenschappen)
  • de Asia University Rankings, een ranglijst van Aziatische universiteiten, en de BRICS & Emerging Economies Rankings voor universiteiten in BRICS-landen en andere snel economisch ontwikkelende landen. Beide ranglijsten zijn gebaseerd op dezelfde methodologie als de World University Rankings.
  • de 100 Under 50, een ranglijst van universiteiten die minder dan 50 jaar oud zijn. Deze ranglijst gebruikt een aangepaste methodologie waarbij subjectieve metingen van academische kwaliteit minder gewicht hebben.
  • de World Reputation Rankings, een ranglijst van de 100 beste universiteiten gebaseerd op een peiling van gerespecteerde academici.

Beste universiteiten[bewerken]

De top wordt gedomineerd door Amerikaanse en Britse universiteiten. De Universiteit van Oxford staat op de eerste plaats in 2018, gevolgd door de Universiteit van Cambridge, California Institute of Technology, Stanford, Massachusetts Institute of Technology en Harvard.[4]

De KU Leuven (35e plaats in 2015-2016, 47e plaats in 2018)[5][4] is de hoogstgeplaatste universiteit van België, gevolgd door de Universiteit Gent (107e plaats), de Université catholique de Louvain (129e) en de Université libre de Bruxelles (175e).[4] Universiteit van Amsterdam (59e) is de hoogstgeplaatste universiteit van Nederland in 2018, gevolgd door de Technische Universiteit Delft (63e), Wageningen (64e), de universiteit Leiden (67e plaats), de Universiteit Utrecht (68e), de Erasmus Universiteit Rotterdam (72) en de Universiteit van Groningen (83e). Maastricht University staat op de 103e plaats, Radboud volgt op de 122e plaats, de TU/e op 141, de VU staat op 165 en de Universiteit Twente op 179.[4]

In de ranglijsten per vakgebied halen enkele Belgische en Nederlandse instellingen in 2018 de top 50. Zo staat Delft op de 18e plaats in engineering & technology. Leiden haalt plaats 22, Leuven plaats 25 en de UvA de 32e plaats in arts & humanities. In clinical & health vindt men Erasmus (40e), Leuven (43e) UvA (48e) en Leiden (51). Wageningen op de 20e plaats in life sciences, waar Gent 44e, Utrecht 59e en Leuven 62e haalt. In social sciences tot slot scoren UvA (20e), Utrecht (42e) en Leuven (47e).

In de World Reputation Rankings zijn Delft en Amsterdam met een plaats tussen 50 en 60 de hoogstgeplaatste universiteiten van Nederland in 2018. Leuven heeft een plaats tussen de 70 en 80.[4]

Methodologie[bewerken]

De ranglijst vergelijkt hogeronderwijsinstellingen wereldwijd op basis van een reeks criteria: de kwaliteit van het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek, de internationale diversiteit en samenwerking met het bedrijfsleven.

De formule was in 2014-2015 als volgt samengesteld:[6]

Categorie Criteria Gewicht
Inkomsten uit bedrijfsleven en innovatie
  • Inkomsten voor onderzoek afkomstig uit het bedrijsleven (per academisch staflid)
  • 2.5%
Internationale diversiteit
  • Verhouding tussen internationale en binnenlandse stafleden
  • Verhouding tussen internationale en binnenlandse studenten
  • Hoeveelheid onderzoekspublicaties met internationale co-auteurs
  • 2.5%
  • 2.5%
  • 2.5%
Onderwijs
  • Peiling onder gerespecteerde academici naar de reputatie van de instelling op het gebied van onderwijs
  • Aantal promoties (ontvangen doctorgraden) (per academisch stadlid)
  • Aantal bachelorstudenten (per academisch staflid)
  • Inkomsten (per academisch staflid)
  • Verhouding tussen aantal ontvangen doctor- en bachelorgraden
  • 15%
  • 6%
  • 4.5%
  • 2.25%
  • 2.25%
Onderzoek
  • Peiling onder gerespecteerde academici naar de reputatie van de instelling op het gebied van onderzoek
  • Inkomsten uit onderzoek (gerelateerd aan aantal stafleden en koopkracht)
  • Aantal onderzoekspublicaties (per academisch staflid)
  • Verhouding tussen inkomsten voor onderzoek afkomstig uit overheidsgelden en de totale inkomsten voor onderzoek
  • 18%
  • 6%
  • 6%
Citatie-impact
  • Gemiddeld aantal citaties per onderzoekspublicatie (per vakgebied per jaar)
  • 30%

De gegevens over aantallen publicaties en citaties zijn afkomstig uit de Web of Science-database van Thomson Reuters.

De Reputation Ranking wordt verkregen door een opiniepeiling op uitnodiging onder academici, waarbij de respondenten geografisch en per vakgebied optimaal zijn verspreid.[7]

Geschiedenis[bewerken]

De eerste Times Higher Education-ranglijst werd samengesteld in 2004, in samenwerking met het Britse bedrijf Quacquarelli Symonds (QS). Na 2009 besloot Times Higher Education om de samenwerking met QS te verbreken en in plaats daarvan met Thomson Reuters samen te werken. QS publiceert sindsdien een aparte ranglijst onder de naam QS World University Rankings.[8]

Reacties[bewerken]

David Willetts, Brits minister voor universiteiten en wetenschap, was positief over de ranglijst in een reactie in 2010. Hij merkte op dat subjectieve peilingen naar reputatie minder gewicht hadden gekregen dan in de methodologie die in de periode 2004-2009 gebruikt werd, en dat de kwaliteit van het onderwijs meer gewicht had gekregen.[9]

Steve Smith, vicerector van de Universiteit van Exeter en voorzitter van Universities UK, zei in 2010 dat de methodologie van de ranglijst "robuste" citatiemetingen gebruikt en minder nadruk legt op subjectieve reputatiepeilingen dan voorheen. Dit "versterkt het vertrouwen in de evaluatiemethode", volgens Smith.[10]

In een rapport van de European University Association in 2011 werd de methodologie bekritiseerd omdat het veel meer gewicht legt op onderzoek dan op onderwijs, en omdat subjectieve peilingen naar reputatie nog steeds een "enorme impact" hebben op de totale score.[11]

Externe links[bewerken]