Academic Ranking of World Universities

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Academic Ranking of World Universities (ARWU, "academische wereldranglijst van universiteiten"), ook wel Shanghai ranking ("Shanghai-ranglijst") genoemd, is een jaarlijks gepubliceerde ranglijst van universiteiten gerangschikt op de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek aan die instellingen. Naast een algemene ranglijst worden ook ranglijsten per vakgebied gepubliceerd. De ranglijsten worden sinds 2003 jaarlijks samengesteld en gepubliceerd door de Jiaotong-universiteit van Shanghai. Sinds 2009 wordt de ranglijst gepubliceerd door de Shanghai Ranking Consultancy.

De ARWU was de eerste internationale ranglijst van universiteiten op basis van meerdere criteria. De ranglijst wordt beschouwd als een van de drie invloedrijkste en meest vooraanstaande ranglijsten van universiteiten, naast de QS World University Rankings en Times Higher Education World University Rankings.[1][2][3] Volgens de Chronicle of Higher Education is de ARWU de bekendste en invloedrijkste wereldwijde ranglijst van universiteiten.[4]

Beste universiteiten[bewerken]

De top wordt gedomineerd door Amerikaanse universiteiten. De Harvard-universiteit staat sinds 2003 elk jaar op de eerste plaats. De enige niet-Amerikaanse universiteiten in de top 20 in 2015 zijn de Universiteit van Cambridge (5e plaats), de Universiteit van Oxford (10e plaats), University College London (18e plaats) en ETH Zürich (20e plaats).[5]

Gerard 't Hooft, Nobelprijswinnaar en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, de hoogstgeplaatste Nederlandse instelling op de ranglijst

De hoogstgeplaatste universiteit in Nederland is de Universiteit Utrecht (56e plaats in 2015). Daarnaast staan ook de Universiteit van Groningen (75), de Universiteit van Leiden (82) en de Vrije Universiteit Amsterdam (98) in de top-100. In België is de Universiteit Gent (71e plaats) de hoogstgeplaatste instelling, en haalt de KU Leuven de 90e plaats.[5]

In de ranglijsten per wetenschapsgebied halen enkele Nederlandstalige instellingen de top 50. De Universiteit Leiden staat in 2015 op plaats 31 in de ranglijst voor geneeskunde en farmacie, gevolgd door de Universiteit van Amsterdam op de 38e plaats, de KU Leuven op de 40e en de Vrije Universiteit Amsterdam op de 41e plaats. In de ranglijst voor biologie en landbouw staat Wageningen University op de 29e plaats, de Universiteit Gent behaalt hier de 43e plaats. De Universiteit Utrecht staat op de 45e plaats in de ranglijst voor natuurwetenschappen en wiskunde. De Technische Universiteit Eindhoven staat op de 49e plaats in de ranglijst voor ingenieurswetenschappen en informatica. Bij de sociale wetenschappen vindt men de Universiteit van Amsterdam op de 37e plaats, de VU Amsterdam op de 43e en de Erasmus Universiteit Rotterdam op de 44e plaats.

In de ranglijsten per specifiek vakgebied haalt de Erasmus Universiteit de 29e plaats bij economie en bedrijfswetenschappen.

Methodologie[bewerken]

De Shanghai-ranglijst vergelijkt 1.200 hogeronderwijsinstellingen wereldwijd op basis van een formule opgebouwd uit de volgende criteria:

De ARWU-methodologie wordt over het algemeen beschouwd als een transparente en objectieve vergelijking. Zo zei Chris Patten, hoofd van de Universiteit van Oxford, bijvoorbeeld: "de methodologie lijkt redelijk betrouwbaar ... het lijkt een goede poging tot een eerlijke vergelijking"[6].

De methodologie is ontworpen door de Chinese onderzoekers N.C. Liu en Y. Cheng. Volgens Lui en Cheng was het oorspronkelijke doel van de ranglijstmethodologie om te bepalen hoe groot het gat was tussen Chinese universiteiten en de wereldwijd meest vooraanstaande universiteiten wat betreft de kwaliteit van onderzoek. Volgens Lui en Cheng moeten ARWU en andere ranglijsten niet gebruikt worden zonder een degelijk begrip van de achterliggende methodologie en de beperkingen daarvan.[7]

Kritiek[bewerken]

Volgens critici legt de ranglijst te veel nadruk op natuurwetenschappen en te weinig op sociale en geesteswetenschappen, en houdt het geen rekening met de kwaliteit van het hoger onderwijs aan de instellingen.[1][2]

Een artikel in Scientometrics in 2007 concludeerde dat de ranglijst niet kon worden gereproduceerd met de methode van Liang en Cheng.[8] In een artikel in Scientometrics in 2009 concludeerden Franse en Belgische wetenschappers dat er te weinig aandacht is geweest voor de keuze van criteria, en dat de verkeerde criteria gekozen zijn.[9]

Externe links[bewerken]