Vijg (fruit)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vijgenboom, zaden en vruchten
Doorsnede
Gewone vijgenwesp

De vijg is de vrucht van de vijgenboom (Ficus carica). De vrucht is van oorsprong vrij droog en zoet van smaak, maar wordt in Nederland en België voornamelijk gekonfijt gegeten. Verse vijgen zijn tegenwoordig ook steeds meer in supermarkten, groentewinkels en op markten verkrijgbaar.

De vijg is één van de oudst bekende vruchten. Al rond 9000 v. Chr. werden vijgen verbouwd in een vroeg-neolithisch dorp in de Jordaan-vallei, 13 kilometer ten noorden van Jericho[1]. Tegenwoordig groeien zij ook veel in Zuid-Europese landen, zoals Frankrijk en Griekenland. De vruchten zijn groen-geel of blauw-violet van kleur. Het vruchtvlees is wit-roze tot donkerrood van kleur. Vijgen zijn schijnvruchten: gevormd uit de bloembodem en de bloem. Zowel de pitten als het vruchtvlees zijn eetbaar.

Bloemen[bewerken]

De wilde vijg produceert niet eenmaal, maar driemaal per jaar bloemen en vruchten. Aan de buitenzijde lijkt de bloem nog het meest op een onrijpe groene vrucht. Zij is gevormd uit de tot een harde schil peervormig uitgegroeide bloembodem (syconium). Aan de binnenzijde bevinden zich in een holle ruimte de werkelijke bloemetjes; de vrouwelijke onderin, de mannelijke boven bij de zeer kleine opening.

De bevruchting van de vijg geschiedt door symbiose met een galwesp (Blastophaga psenes, gewone vijgenwesp), die zowel zichzelf als de vijg voortplant. Een bevruchte vrouwelijke wesp betreedt de vijg door een opening in de kroon (ostiole), bevrucht vrouwelijke vijgebloemen met stuifmeel en legt haar eieren in deze bloemen, waarna ze sterft. De vrouwelijke bloemen in de vijg vormen dan hun zaden. De vijg gaat rijpen, verandert van kleur en geur en wordt zacht, ook de schil. Het vruchtvlees is groen of rood, smaakt aangenaam zoet en bevat een heleboel kleine zaadjes.

De wespeëitjes komen na weken uit: mannelijke vleugelloze wespen duiken het eerst op door gaten in hun galletjes te knagen en bevruchten de vrouwtjes met sperma in het galletje. Later komen de mannetjes terug en maken het gat groter zodat de vrouwtjes uit het galletje en de vijg kunnen nadat ze stuifmeel van de mannelijke bloemen hebben opgedaan. Dan hebben vrouwtjes minder dan 48 uur de tijd om een andere vijgeboom te vinden met een vijg om het stuifmeel af te leveren en eieren te leggen, waarmee een volgende kringloop begint.

De vijgenwesp komt in Nederland niet voor. De onbevruchte bloem kan hierdoor niet afrijpen en valt af. Om toch ook in ons gematigde klimaat eetbare vruchten te krijgen zijn er parthenocarpe cultivars ontwikkeld. Dit wil zeggen dat de planten vruchten ontwikkelen, zonder dat er een bevruchting aan te pas komt. Een voordeel van deze maagdelijke vruchtzetting is dat deze variëteiten vrij zijn van pitten.

Rassen[bewerken]

De vijg heeft honderden verschillende rassen. Enkele hiervan zijn:

  • Belle
  • Brown Turkey
  • Brunswick
  • Caromb
  • Dauphine
  • Grise de St.Jean
  • Grosse Grise
  • Pitta Lusse
  • Precoce
  • Rouge de Bordeaux
  • Goutte d'Or
  • Bornholms Diamant. (Zweedse cultivar[2])

Eten[bewerken]

Vijgen worden voornamelijk rauw of gekonfijt (geconserveerd in suiker) gegeten. De vruchten kunnen ook tot jam verwerkt worden. Verse vijgen kunnen zowel gepeld als in hun geheel gegeten worden.

Vijgen hebben een enigszins laxerende werking, hebben een hoge voedingswaarde en bevatten slechts 40 kcal (als ze rauw worden gegeten).

Symbool[bewerken]

In sommige culturen hebben vijgen ook een symbolische waarde. In het boek van Jeremia (in de Thora en het Oude Testament) staat het product voor 'vernietiging', omdat Adam en Eva na hun zondeval schorten maakten van vijgenbladeren. In het Nieuwe Testament toont Jezus zijn afschuw van een vruchteloze vijgenboom.

In boeddhistische en hindoeïstische teksten wordt soms het spreekwoord 'zoeken naar een bloem in een vijgenplant' gebruikt, verwijzend naar de afwezigheid van bloemen in deze plant. Dit spreekwoord wordt gebruikt als iets vrijwel onmogelijk is, of als kwaliteit totaal afwezig is. Bovendien wordt er soms over vijgenbloemen gesproken als iets dat heel zeldzaam is.

K.R. Norman heeft gezocht naar verwijzingen naar de bloemen van de vijg in de Pali Canon, en deze gebruikt in zijn vertaling van de Samyutta Nikaya. Bovendien schreef hij het artikel Rare as Fig Flowers, dat gepubliceerd werd door de Pali Text Society.

Zie ook[bewerken]