Villa Allegonda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Villa Allegonda
Villa Allegonda, 29 juni 2017.
Villa Allegonda, 29 juni 2017.
Locatie Boulevard 1, Katwijk aan Zee
Oorspr. functie villa
Huidig gebruik villa, voormalig hotel Savoy
Herbouw naar oorspronkelijke villa als appartementencomplex.
Start bouw 1901
Verbouwing 1957
Monumentstatus Gemeentelijk monument
Architect J.J.P. Oud (in samenwerking met M. Kamerlingh Onnes), A.F. Aalbers
Eigenaar particulier bezit, voorheen: Exploitatiemij Hotel & Restaurant Savoy BV
Aannemer De Best Katwijk
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Hotel Savoy, 21 september 2009
Villa Sigrid.
Villa Allegonda, 1918
Villa Allegonda, 2017

Villa Allegonda is een villa in het noordwesten van Katwijk aan Zee. In 1957 werd het verbouwd tot Hotel Savoy. In september 2015 verkocht Martin Kornet het hotel, na 45 jaar. Villa Allegonda neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis van de moderne architectuur. De nieuwe eigenaar wil villa Allegonda weer in originele staat maken.[1] In de zomer van 2016 werd het gebouw grondig onder handen genomen en er wordt in maart 2017 nog steeds aan gewerkt.

Geschiedenis[bewerken]

De villa werd in 1901 gebouwd naar een ontwerp van de Katwijkse aannemer De Best die de eigenaar was. Het ondertekende ontwerp is met de bouwaanvraag te vinden in het archief van de gemeente Katwijk. De Best verhuurde het huis aan de kunstschilder Gerhard 'Morgenstjerne' Munthe, die het pand vernoemde naar zijn dochtertje Sigrid. In 1909 vertrokken de Munthes en werd het pand gekocht door de Rotterdamse theehandelaar J.E.R. Trousselot, die in 1916 besloot deze villa een ander aanzicht te geven. Voor deze verbouwing vroeg hij zijn buurman, de kunstschilder Menso Kamerlingh Onnes, wiens villa hij zeer bewonderde, om advies. Kamerlingh Onnes maakte een aantal schetsen, geïnspireerd op Noord-Afrikaanse architectuur die hij op zijn reizen daar had leren kennen. Omdat hij geen architect was, schakelde hij de hulp in van een vriend van zijn zoon Harm Kamerlingh Onnes, de later internationaal vermaarde Leidse architect J.J.P. Oud. Oud had in die tijd ook veel contact Theo van Doesburg, een kunstenaar die net als Oud zocht naar vernieuwing. Uit hun contacten kwam het tijdschrift De Stijl voort waarvan Van Doesburg de drijvende kracht werd. Vernieuwende kunstenaars uit heel Europa werden door Van Doesburg uitgenodigd hun kunst en ideeën in het blad te publiceren. De ideeën van Menso Kamerlingh Onnes en van Oud vonden elkaar in een ontwerp waarin een samenspel van kubusvormige elementen in verschillende hoogtes een geheel vormde. Door middel van loggia’s werd buiten en binnen met elkaar verbonden. Menso en Harm Kamerlingh Onnes ontwierpen de eetkamer, bekend als de Moorse of Byzantijnse kamer. Het tegelwerk werd uitgevoerd doordoor de keramist Willem Coenraad Brouwer.Deze zorgde ook voor de terracotta naamplaat bij de voordeur, een ontwerp van Harm Kamerlingh Onnes. Op voordracht van Oud ontwierp zijn vriend Theo van Doesburg een glas-in-loodraam, getiteld Glas-in-loodcompositie II, uitgevoerd door vennootschap Crabeth in Den Haag. Dit raam werd geplaatst op de overgang van het oude gedeelte naar de nieuwe toren. Volgens Van Doesburg bevond zich in de villa een tweede glas-in-loodraam, dat door hem ontworpen was, Glas-in-loodcompositie V, maar hiervoor bestaat geen bevestiging. Er is wel een afbeelding van bewaard samen met de compositie II en een foto van de villa. In 1918 publiceerde Oud een artikel over de glas-in-loodramen van Theo van Doesburg,[2] dat echter grotendeels door Van Doesburg geschreven zou zijn. Na de verbouwing doopte Trousselot zijn villa om tot Villa Allegonda , de naam van zijn vrouw. Allegonda C.J.M. Trousselot-Martens.[3] Er volgden na het overlijden van Trousselot een aantal verbouwingen in opdracht van zijn zoon René. In 1927 werd de villa geschikt gemaakt voor permanente bewoning. Oud ontwierp toen ook meubilair, waaronder buismeubelen. In 1931 werd het pand naar het zuiden toe vergroot, er kwam een biljartkamer bij.De laatste verbouwing onder leiding van Oud volgde in 1936 toen er een kelder en garage werden toegevoegd.

In 1956, na de dood van de zoon van Trousselot,René, kwam Villa Allegonda in het bezit van de Paters Jezuïeten, die het in 1957 weer verkochten aan de horecaondernemer B.L. Schalks. Schalks gaf omstreeks dat jaar de architect Albert Aalbers opdracht de villa tot hotel-restaurant te verbouwen. Deze verbouwing was niet onomstreden. Oud, die toen nog in leven was, bood aan kosteloos advies te geven. Toen hij genegeerd werd reageerde hij met een artikel in De Groene Amsterdammer met de veelzeggende titel ‘Is architectuur vogelvrij?’ Aalbers verbouwing ging echter gewoon door en bestond onder meer uit een aanbouw en een extra verdieping. Sindsdien werd de villa Hotel Savoy genoemd. Het evenwicht was door deze verbouwing verstoord geraakt.

Betekenis[bewerken]

Theo van Doesburg. Glas-in-loodcompositie V. 1918.

Kamerlingh Onnes nam als uitgangspunt de Noord-Afrikaanse woestijnwoning, wat tot uitdrukking komt in de platte daken en diverse vierkante elementen. Oud stelde hier zijn ideeën tegenover, en, zo schreef hij in een verslag in Bouwkundig Weekblad, 'Het geheel past wonder wel in de omgeving en vooral de afdekking met platte daken is aan zee gelukkig'.[4] Vanwege de betrokkenheid van De Stijl-voorman Theo van Doesburg en het feit dat ook Oud destijds intensief betrokken was bij De Stijl, wordt Villa Allegonda, naast Robert van 't Hoffs Villa Henny en Jan Wils' Hotel de Dubbele Sleutel, gezien als vroeg voorbeeld van De Stijl-architectuur. Vijf jaar na de voltooiing, distantieerde Van Doesburg zich echter van de villa, door te schrijven, dat Kamerlingh Onnes 'niet een "kubistisch" effect maar een "romantisch" effect wilde [...] bereiken',[5] hierbij doelend op de Noord-Afrikaanse herkomst van het ontwerp. Hierbij dient echter te worden opgemerkt dat Van Doesburg en Oud op dat moment ruzie hadden en Van Doesburg vond dat Oud te zeer pronkte met de veren van De Stijl. Een aantal jaren later herzag Oud zijn uitspraken en voerde hij verbouwingen uit.

Villa Allegonda is tevens een voorbeeld van bijna naadloze samenwerking tussen verschillende kunstenaars, een belangrijk ideaal binnen De Stijl en voorwaarde om tot 'monumentale' kunst te komen. Bovendien diende hij, en dit moest Van Doesburg ook toegeven, als voorbeeld 'voornamelijk voor de jonge Duitsche architecten, wien de Hollandsche architectuur richting geeft'.[5]

Het pand is inmiddels een gemeentelijk monument. In 2000 werd het Comité Allegonda opgericht dat zich ten doel stelt het gebouw in de versie van 1936 terug te brengen, waarmee de nieuwe eigenaar (sinds september 2015) bezig is. In juli 2017 is een groot deel van het pand af en zijn er vooral nog werkzaamheden aan de zij- en achterkant van het pand.