Vorstendom Transsylvanië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fürstentum Siebenbürgen
Erdélyi Fejedelemség
Principatul Transilvaniei/ Principatul Ardealului
Vazal van het Ottomaanse Rijk en suzerein van de Habsburgse monarchie
 Koninkrijk Oostelijk Hongarije 1571 – 1711 Grootvorstendom Transsylvanie 
Transsylvanian Banner.svg Coat of arms of Transylvania.svg
Kaart
Vorstendom Transsylvanië in 1570
Vorstendom Transsylvanië in 1570
Algemene gegevens
Hoofdstad Gyulafehérvárr (Alba-Iulia) (1570–1692), Hermannstadtt (Sibiu) (1692–1711)
Talen Roemeens Hongaars, Duits
Religie(s) Roemeens-Orthodoxe kerk, Calvinisme, Lutheraans, Katholiek
Regering
Regeringsvorm Vorstendom
Geschiedenis van Hongarije
Flag of Hungary.svg
Vroege geschiedenis
Pannonië
Hongarije voor de Magyaren
Middeleeuwen
Magyaren
Koninkrijk Hongarije (1000-1526)
Voorbije eeuwen
Ottomaans Hongarije
Vorstendom Transsylvanië
Koninklijk Hongarije (1526-1867)
Hongaarse Revolutie
Oostenrijk-Hongarije
Democratische Republiek Hongarije
Hongaarse Radenrepubliek
Koninkrijk Hongarije (1920-1946)
Communistisch Hongarije
Volksrepubliek Hongarije
Hongaarse Opstand
Modern Hongarije
Hongarije
Andere onderwerpen
Militaire geschiedenis van Hongarije
Hongaarse minderheid in Roemenië
Geschiedenis van de Joden in Hongarije
Muzikale geschiedenis van Hongarije
Geschiedenis van Transsylvanië
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Het Vorstendom Transsylvanië (Duits: Fürstentum Siebenbürgen, Hongaars: Erdélyi Fejedelemség, Roemeens: Principatul Transilvaniei) was een semi-onafhankelijke staat geregeerd door calvinistische Hongaarse prinsen. Het vorstendom bestond van 1571 tot 1711 en was een vazal van het Ottomaanse Rijk en de Habsburgse monarchie. De hoofdstad was van 1570 tot 1682 Gyulafehévár. en van 1692 tot 1711 , Hermannstadtt

Geschiedenis[bewerken]

Aanleiding[bewerken]

Het vorstendorm Transsylvanië in het jaar 1599

Op 26 augustus 1526 won de Ottomaanse sultan Süleyman I de slag bij Mohács tegen de Hongaren waarbij de Hongaarse koning Lodewijk II om het leven kwam. Johan Zápolya (Szapolyai János) was op weg naar het slagveld maar nam om onbekende redenen niet deel aan de veldslag. Szapolyai werd in 1529 tot koning van Hongarije verkozen maar ook Ferdinand I van het Habsburgse huis maakte aanspraak op de titel. Szapolyai kreeg de steun van de Ottomaanse sultan en overleed in 1540, waarna de sultan Boeda veroverde en een jaar later Centraal-Hongarije met het argument dat hij Szapolyai's zoon Jan II beschermde. Hongarije werd in drie delen verdeeld: koninkrijk Hongarije dat onder Habsburgse bescherming viel, Ottomaans Hongarije dat rechtstreeks onder gezag van de sultan kwam te staan, en het Oost-Hongaarse koninkrijk dat autonoom mocht blijven maar wel schatplichtig aan de Ottomaanse sultan was. Dit zou later het Vorstendom Transsylvanië worden.

De dominantie van de Katholieke Kerk werd in de gebieden die onder Ottomaans gezag stonden, en dus ook in Transsylvanië, in 1568 vervangen door de vrijheid van godsdienst, die aan het lutheranisme van de Zevenburger Saksen, en het calvinisme en unitarisme van de Hongaren de ruimte gaf.

Het vorstendom Transsylvanië ontstond in 1570 bij het Verdrag van Spiers, toen Johan II Sigismund Zápolya afzag van de titel 'koning van Hongarije' maar Keizer Maximiliaan II tegelijkertijd John II erkende als prins van Transsylvanië. Transsylvanië kwam door dit verdrag onder het koninkrijk Hongarije te vallen. Na de dood van Jan II in 1571 kwam de Báthory-dynastie aan de macht. Zij regeerden tot 1602 als vazallen van het Ottomaanse en korte tijd ook van het Hongaarse rijk. Hun toenemende macht markeerde het begin van het vorstendom Transsylvanië als semi-onafhankelijke staat.

Ottomaanse en Habsburgse invloed[bewerken]

De Hongaarse prins Stefanus Báthory, de eerste vorst van Transsylvanië, behield de religieuze vrijheid zoals vastgelegd in het Edict van Toerda, maar hij interpreteerde deze verplichting in een steeds engere zin. Aan het einde van de regeerperiode van de Báthorys nam Sigismund Báthory als prins binnen het Heilige Roomse Rijk met het leger van Transsylvanië deel aan de Vijftienjarige Oorlog. Deze oorlog begon als een oorlog van christenen tegen de Turken, maar eindigde als een conflict tussen Transsylvanië, de Habsburgers, de Ottomanen en woiwode Michaël de Dappere van Walachije. Het gevolg hiervan was dat het vorstendom rond 1601 opnieuw onder Habsburgse soevereiniteit, nu die van keizer Rudolf II, stond die de bevolking begon te Germaniseren. Zijn pogingen om tot een nieuwe contrareformatie te komen waarmee de Rooms-Katholieke Kerk opnieuw de staatskerk zou worden, werden afgebroken door de verkiezing, op 5 april 1603 van István Bocskai als vorst van Transsylvanië. en twee maanden later als prins van Hongarije. István Bocskai leidde van 1604 tot 1606 een succesvolle opstand tegen de Habsburgers die leidde tot het verdrag van Wenen in 1606. Daarbij werd onder meer bepaald dat de burgers van Transsylvanie hun eigen vorsten mochten kiezen. Dit was politiek gezien echter zeer moeilijk omdat de Kroaat Georg Keglevic - opperbevelhebber, generaal, vice-ban van Kroatië, Slavonië en Dalmatië - in 1602 al tot baron van Transsylvanië was uitgeroepen. Hieruit blijkt hoe moeilijk het was om dit gecompliceerde verdrag na een lange oorlog tot stand te laten komen.

Gouden jaren, eerste helft 17e eeuw[bewerken]

De gouden jaren beleefde het vorstendom onder het gezag van Bocskai's opvolgers Gabriël Bethlen die regeerde van 1613 tot 1629 en George I Rákóczi die regeerde van 1630 tot 1648. Bethlen durfde het zelfs aan om drie keer een oorlog tegen Oostenrijk te beginnen en twee keer de titel van koning van Hongarije op te eisen. Deze periode eindigde met het vrede van Nikolsburg van 31 december 1621 dwong hij voor de protestanten opnieuw godsdienstvrijheid af die in het verdrag van Wenen al was uitgesproken, maar door keizer Ferdinand II niet werd nagekomen. Het verdag van Linz van 16 september 1645 dat Rákóczi met de keizer sloot bevestigde opnieuw de religieuze vrijheid voor de Hongaarse protestanten zoals vastgesteld bij het verdrag van Wenen in 1806. Rákóczi en Bethlen spendeerden grote sommen geld aan het verfraaien van de hoofdstad Alba Iulia dat het belangrijkste protestantse bolwerk in Oost-Europa werd. Tijdens hun heerschappij was het vorstendom een van de weinige landen waar rooms-katholieken, calvinisten, lutheranen en utilitaristen elkaar tolereerden. Al deze religies behoorden tot de algemeen erkende geloven (religiones recaepte). De orthodoxen werden echter alleen getolereerd.

Opkomst Habsburgerse rijk[bewerken]

De val van Nagyvárad in 1660 luidde het begin in van een periode waarin de macht van het vorstendom afkalfde, ten voordele van de Habsburgse koningen. In april 1661 verklaarde de Transsylvanische raad onder het bestuur van prins Kemeny zich onafhankelijk van de Ottomanen. Ze vroegen steun aan in Wenen, maar een geheime overeenkomst tussen de Ottomanenen en de Habsburgers zorgde ervoor dat de Habsburgse positie nog meer versterkte. Na het verlies van de Ottomanen bij het beleg van Wenen in 1683 begonnen de Habsburgers hun bestuur over het voormalige autonome Transsylvanie geleidelijk verder uit te breiden. Het gevolg hiervan was dat aan het einde van de zeventiende eeuw het vorstendom volledig onder controle stond van het door de Habsburgers gecontroleerde Hongarije kwam. Vanaf de vrede van Satu Mare in 1711 wisten de Habsburgers hun macht te verstevigen en werden de Transsylvanische prinsen door gouverneurs vervangen. In 1765 werd het gebied opgewaardeerd tot het grootvorstendom Transsylvanië, als kroonland binnen Oostenrijk.