Weidegang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bioscoopjournaal uit 1972: Voorjaar op de boerderij
Weidegang bij Oudewater in 2012
Weidegang in 1955 in Nederland
De koeien van boer Kruiswijk mogen naar de wei na de winter op stal te hebben gestaan, 1959

Weidegang of ook wel beweiding is het begrip dat in Nederland gebruikt wordt voor het laten begrazen door koeien van graslanden in de melkveehouderij.

Was tot de jaren zestig de koe op het land het normale beeld in de rundveehouderij, tegenwoordig wordt een steeds groter deel van de runderen permanent of delen van het jaar in een overdekte stal gehuisvest. De koeien komen minder buiten dan vroeger. In 2013 werd 68% van de melkkoeien nog geweid.[1] Sommige boeren hebben een inloopsysteem waardoor de koe zelf kan kiezen wanneer deze gemolken wordt in de stal. Andere boeren zijn ertoe overgegaan om hun melkvee permanent op stal te huisvesten en geen weidegang meer toe te staan, de zogenaamde opstalmethode. De belangrijkste oorzaken voor de trend naar minder weidegang zijn de doorzettende schaalvergroting in de melkveehouderij en de opmars van de melkrobot.

Afwegingen om wel of geen weidegang toe te staan worden door de boer gemaakt op basis van bedrijfseconomische motieven. Het monitoren van de koe is gemakkelijker in een stal en ook het reguleren van de melkproduktie is meer gestandaardiseerd. Maar bij een gunstige verkaveling van de gronden in een gebied kan weidegang economisch gunstiger uitpakken. Tevens is voor het publiek weidegang een gegeven wat zeer gewaardeerd wordt boven het zien van enorme stallen en lege weilanden.[2]

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende weideregimes. Bij maximale beweiding kunnen de koeien zo veel mogelijk naar buiten zowel overdag als 's nachts. Enkel bij zeer ongunstige weeromstandigheden of graslandproblemen worden de dieren in de stal gehouden. Bij een beperkte weidegang kunnen de koeien enkel overdag in het weiland lopen. Bij het stripgrazen komen de dieren gereguleerd buiten maar worden dagelijks verweid naar een nieuw stuk grasland. Bij standweiden blijven de dieren altijd in hetzelfde perceel en worden indien nodig bijgevoerd.[3]

Weidemelk[bewerken]

In 2007 hebben de twee grootste zuivelcoöperaties Campina en Friesland Foods de weidemelk op de markt gebracht. Melkveehouders die hun koeien in een jaar tijd ten minste op 120 dagen 6 uur per dag weiden, krijgen daarbij een weidepremie. De koeien komen dan meestal in de zomer en het voorjaar buiten. Weidemelk verschilt van biologische melk. Bij biologische melkveehouders gaan de koeien zo veel mogelijk naar buiten en komen ze enkel binnen als dit echt nodig is. Daarnaast hebben koeien die biologische melk produceren ook binnen meer ruimte in de stal; zijn de weiden vrij van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen; en krijgen de koeien enkel biologisch geteeld veevoer.