Weidegeelster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Weidegeelster
Gagea pratensis2.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Liliales
Familie: Liliaceae (Leliefamilie)
Geslacht: Gagea (Geelster)
soort
Gagea pratensis
Dumort. (1702)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De weidegeelster (Gagea pratensis) is een vrij zeldzaam bolgewas uit de leliefamilie (Liliaceae). De plant bloeit in het voorjaar.

Voorkomen[bewerken]

De soort is inheems in Midden- en Oost-Europa en het Oostzeegebied. In sommige delen van Duitsland komt ze vrij algemeen voor. In België staat de weidegeelster op de rode lijst, en is ze nagenoeg uitgestorven. In Nederland is de plant stabiel en niet bedreigd. Ze groeide van oudsher op hogere plekken langs beken en rivieren, vooral in de Liemers en het IJsseldal. Ze was aangewezen op vegetatieve vermeerdering waarbij de bolletjes via het water werden verspreid. De plant is nu vooral te vinden in grazige vegetaties op stroomruggen langs de rivier, langs voormalige waterlopen, op oude vestingwallen, parken, begraafplaatsen en in weilanden en bermen. De indruk is dat verspreiding ook nogal eens door de mens heeft plaats gevonden.

De weidegeelster doet het vaak goed op een tamelijk voedselrijke bodem die af en toe wordt omgewoeld. Er zijn rijke groeiplaatsen gevonden in met mest geïnjecteerd grasland en op plaatsen in parken waar veel hondenpoep wordt gedeponeerd.

Kenmerken[bewerken]

De plant wordt vijf tot ongeveer twintig centimeter hoog en heeft een grondstandig blad vanaf de grond en enkele schutbladen. In de bloei (maart en april) heeft de weidegeelster meestal tot vier bloemen per stengel. De plant geeft geen vruchtbare zaden.