Wet Huis voor klokkenluiders

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Wet Huis voor Klokkenluiders)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Wet Huis voor klokkenluiders is per 1 juli 2016 in werking getreden. De wet heeft tot doel de voorwaarden voor het melden van maatschappelijke misstanden binnen organisaties te verbeteren door onderzoek naar misstanden mogelijk te maken en melders van misstanden beter te beschermen. De onderwerpen die in de wet worden behandeld zijn onder meer de inrichting van het Huis voor klokkenluiders, de meldingsprocedure bij het Huis, de bescherming van de klokkenluider en de verplichting tot het invoeren van een interne klokkenluidersregeling.

De werknemer[bewerken]

De wet is is sinds het eerste wetsvoorstel in 2012 meermaals aangepast naar aanleiding van commentaar van verschillende instanties.[1] Zo heeft Transparency International Nederland (TI-NL) succesvol gelobbyd voor een ruim werknemersbegrip. Mede daardoor valt niet alleen de traditionele werknemer onder het werknemersbegrip uit de wet, maar ook de zzp’er, de vrijwilliger en de stagiair.[2]

Advies over de melding[bewerken]

Een werknemer mag op elk gewenst moment naar het Huis stappen voor advies over een vermoeden van een misstand. De wet bepaalt dat er sprake is van een vermoeden van een misstand wanneer het maatschappelijk belang in het geding is. Dat is het geval bij:

  • een schending van een wettelijk voorschrift;
  • een gevaar voor de volksgezondheid;
  • de veiligheid van personen;
  • de aantasting van het milieu of;
  • het goed functioneren van de openbare dienst of onderneming als gevolg van onbehoorlijk handelen of nalaten.

Interne procedure[bewerken]

De wet bepaalt dat werkgevers die ten minste vijftig werknemers in dienst hebben, verplicht zijn om een interne meldingsprocedure vast te stellen. De interne procedure moet regels bevatten over de wijze waarop de werknemer een vermoeden van een misstand binnen de organisatie kan melden. In de interne procedure dient te worden opgenomen:

  1. op welke wijze met een interne melding moet worden omgegaan;
  2. wanneer er sprake is van een misstand (hierbij wordt de wettelijke definitie in acht genomen);
  3. bij welke aangewezen functionaris(sen) het vermoeden kan worden gemeld;
  4. de verplichting aan de kant van de werkgever om vertrouwelijk om te gaan met de melding;
  5. de mogelijkheid voor de werknemer om een adviseur in vertrouwen te raadplegen over een vermoeden van een misstand;
  6. de omstandigheden waaronder met het vermoeden van een misstand naar buiten kan worden getreden;
  7. de rechtsbescherming van de werknemer bij melding van een vermoeden van een misstand.

Het Huis voor klokkenluiders[bewerken]

Wanneer een interne melding eerst bij de werkgever is gedaan en dit niet (binnen een redelijke termijn) heeft geleid tot aanpak van de misstand, kan de klokkenluider zich wenden tot de afdeling Onderzoek van het Huis. Een interne melding mag ook rechtstreeks worden gemeld bij het Huis als van de klokkenluider in redelijkheid niet kan worden gevraagd om het vermoeden eerst intern te melden. De afdeling Onderzoek heeft de bevoegdheid om de misstand en de gevolgen voor de klokkenluider bij de werkgever te onderzoeken naar aanleiding van de melding. Tevens heeft de afdeling de bevoegdheid om ambtshalve een onderzoek te starten, bijvoorbeeld wanneer het Huis een vermoeden heeft gekregen van een patroon en misstanden.

Rechtsbescherming[bewerken]

Een onderdeel van de Wet Huis voor klokkenluiders is de rechtsbescherming die het biedt voor klokkenluiders. Een klokkenluider mag niet worden benadeeld ten gevolge van het te goeder trouwe en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand bij de werkgever of bij een onderzoeksinstantie. Onder benadeling vallen onder ander ontslag, demoties, disciplinaire maatregelen, pesten en andere vormen van intimidatie van een werknemer.