Klokkenluider (melder van misstanden)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een klokkenluider is:

  • ofwel een werknemer die misstanden in zijn bedrijf of organisatie naar buiten brengt (Van Dale), daarbij al dan niet anoniem;
  • ofwel iemand die van binnen de handelende organisatie illegaal handelen, misstanden, of onrecht binnen bestaande machtssystemen openlijk aan de kaak stelt;
  • ofwel iemand van buiten die als belanghebbende misstanden in een bedrijf of organisatie naar buiten brengt, al dan niet anoniem.

In de journalistiek heet (een beperkte vorm van) klokkenluiden ook wel 'lekken'. Een verschil daarbij is dat lekken doorgaans uit politiek eigenbelang gebeurt, klokkenluiden meestal met het oog op het algemeen belang.

Vaak worden daarvoor hoge instanties of de media als breekijzer gebruikt, meestal nadat pogingen om intern voldoende gehoor te vinden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

Als voorwaarde wordt meestal wel gezien dat de klokkenluider zijn directe eigenbelang opgeeft of eventueel zelfs schaadt door zijn openbaarmaking en dat deze het algemeen belang dient.

Typering[bewerken]

Vaak wordt gedacht dat een klokkenluider altijd een integer persoon is. Dit hoeft echter niet zo te zijn; ook iemand die aanvankelijk aan de bekritiseerde praktijken heeft meegedaan, en vervolgens spijt kreeg en misstanden openbaar maakt, is een klokkenluider.

Doorgaans wordt het de klokkenluider niet in dank afgenomen informatie naar buiten te hebben gebracht. Dikwijls verliest hij zijn (of zij haar) baan bij de betreffende organisatie, zaak of instelling. Ad Bos kon in de bouwsector geen baan meer vinden. Paul van Buitenen werd een paria, en moest worden overgeplaatst, maar werd later verkozen als lid van het Europees Parlement. Tegen Christoph Meili werd een arrestatiebevel uitgevaardigd. Fred Spijkers werd als politiek crimineel bestempeld en schizofreen verklaard. Mordechai Vanunu werd ontvoerd en tot langdurige gevangenisstraf in isolement veroordeeld.

Uit een onderzoek dat de FNV rond het jaar 2000 hield, bleek dat van de 119 als klokkenluiders aan te merken werknemers bij overheid en het bedrijfsleven die werden ondervraagd, 37% zich bedreigd en onder druk gezet voelde, 35% in de ziektewet belandde, 8% geschorst werd, en dat uiteindelijk 40% ontslag kreeg.

Overheidsregulering[bewerken]

Het Adviespunt Klokkenluiders is op 1 oktober 2012 van start gegaan in Nederland. Het adviespunt is een onafhankelijke instantie die (potentiële) klokkenluiders binnen de overheid en het bedrijfsleven adviseert en ondersteunt. Minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft mede namens minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het adviespunt geopend. Het Adviespunt Klokkenluiders is voor mensen op de werkvloer die vermoedens hebben van misstanden op het werk, waarbij het maatschappelijk belang in het geding is.

Veel organisaties hanteren regels en interne procedures om te voorkomen dat klokkenluiders 'de vuile was buiten hangen' door gevoelige informatie publiek te maken. Een ambtseed, wetten en allerhande geheimhoudingsverklaringen zijn er doorgaans op gericht om het lekken c.q. openbaar maken van gevoelige informatie zoals misstanden te voorkomen. Van echt klokkenluiden is geen sprake als degene die zo'n misstand wil aankaarten, eerst een interne procedure moet voeren. In haar proefschrift Mensen met Macht (2007) schrijft Caroline Raat dat dit vaak niet werkt.[1] Vooral als de melding gaat gaat over niet-integer handelen door directie of bestuurders, bijt een interne regeling in haar eigen staart: leidinggevenden zijn immers degenen die een eindoordeel over de melding (en over de melder) zullen vellen.

Het Verenigd Koninkrijk regelde via de Public Interest Disclosure Act 1998 criteria voor bescherming van klokkenluiders. Ook in de Verenigde Staten worden klokkenluiders (whistleblowers) juridisch beschermd.

In 2000 heeft het Europees Parlement een klokkenluidersregeling aangenomen (ontworpen door vicevoorzitter van de Europese Commissie Neil Kinnock). Daarin werd onder meer geregeld dat een klokkenluider zijn dossier mag doorspelen aan de voorzitter van een van de Europese instellingen.

In Nederland is in 2003 een wetswijziging voorgesteld, die de bescherming van klokkenluiders in het Burgerlijk Wetboek opneemt. Een van de belangrijkste argumenten in het wetsvoorstel was de vrijheid van meningsuiting. In de wet zijn ook gedragsregels voor klokkenluiders vastgesteld.

De organisatie "Nederland Transparant" gaf aan dat de regels ter bescherming van klokkenluiders in Nederland tot op heden feitelijk niet werken en deze regels slechts een schijnbescherming voor de klokkenluiders creëren, die er feitelijk niet is. Nederland Transparant probeert via de politiek de bescherming van klokkenluiders alsnog flink te verbeteren, zodat er uiteindelijk daadwerkelijk een werkzame bescherming voor de klokkenluiders ontstaat, zonder dat deze er de dupe van wordt.[2]

Het Adviespunt Klokkenluiders is een onafhankelijke Nederlandse instantie die klokkenluiders adviseert en ondersteunt. Het adviespunt is er voor degenen die vermoedens hebben van misstanden op het werk (bij bedrijf of overheid) waarbij het maatschappelijk belang in het geding is. Dat kunnen zijn: werknemers, zzp’ers, uitzendkrachten, ex-werknemers, klanten en leveranciers. Het adviespunt verricht zelf geen onderzoek, (potentiële) klokkenluiders kunnen er wel terecht voor gratis en vertrouwelijk advies en ondersteuning, aldus het op 1 oktober 2012 opgerichte adviespunt.[3]


In Nederland is aanhangig het Voorstel van wet van de leden Van Raak, Heijnen, Schouw, Van Gent, Ortega-Martijn en Ouwehand, houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders (Wet Huis voor klokkenluiders) .

Bekende klokkenluiders[bewerken]

Wat is de overeenkomst tussen Eduard Douwes Dekker, Mark Felt en Aleksandr Solzjenitsyn? De Nederlandse minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties noemde bij opening van het Adviespunt Klokkenluiders dat zij het alle drie al waren voordat het woord klokkenluider (in die betekenis) bestond. Douwes Dekker stelde als Multatuli met zijn Max Havelaar de koloniale misstanden in Nederlands-Indië aan de kaak. Mark Felt was de deep throat van het FBI, die het Watergateschandaal openbaarde. En de dissident Solzjenitsyn bracht de wereld via zijn boek De Goelag Archipel op de hoogte van de toestanden in de Sovjet-werkkampen. Zij brachten informatie naar buiten over zaken die het daglicht niet kunnen velen, namen het risico op vervolging, het verlies van aanzien, van hun baan en zelfs van hun vrijheid.

Bekende klokkenluiders zijn


Ad Bos[bewerken]

Een Nederlandse klokkenluider is Ad Bos, oud-directeur van bouwonderneming Koop Tjuchem. In 1998 zou hij een zogeheten schaduwboekhouding hebben aangetroffen die in twee vuilniszakken aan zijn voordeur was geknoopt. Op 13 november 2001 overhandigde hij de schaduwboekhouding aan justitie. In 2002 volgde een parlementaire enquête naar fraude in de bouwsector. Bos kwam niet meer aan de bak, en moest zijn huis 'opeten'. Op 12 juni 2004 werd bekend dat premier Balkenende afwijzend had gereageerd op een verzoek om schadevergoeding.

In oktober 2004 heeft de broer van Bos samen met onder andere klokkenluider F. Drost en H. Boer de stichting Moreel Besef opgericht, die een website voor en door klokkenluiders zal beheren. Inmiddels is de Stichting nog nauwelijks actief, mede vanwege een gebrek aan baten en een gebrek aan ondersteuning van de overheid.

Via een rechtszaak wegens onterechte vervolging eist Bos in 2008 ruim 10 miljoen euro van de overheid als schadevergoeding. Eind 2008 kwam er verdere beweging in de zaak en kreeg Bos een aanbod van minister Guusje ter Horst, waarin onder meer sollicitatietraining werd voorgesteld.

Fred Spijkers[bewerken]

September 1984 kwam een munitiespecialist om het leven tijdens het testen van een Nederlandse AP-23 mortiermijn. Fred Spijkers, bedrijfsmaatschappelijk werker bij het ministerie van Defensie, kreeg opdracht om de weduwe te vertellen dat haar man door eigen schuld was verongelukt, een constructie om schadevergoeding aan haar te voorkomen. Bij eerdere ongelukken met de AP-23 mijnen waren zes militairen omgekomen. Spijkers vermoedde ondeugdelijkheid van de mijn en begon een onderzoek. Dit leidde tot een botsing met het betreffende ministerie, tot de vervalste diagnose “paranoïde schizofreen”, levensbedreigingen, een continu conflict met overheden, een stopzetting van het inkomen van Spijkers per 1 september 1998. Ook wordt gemeld dat zijn dossiers bij zijn pensioenfonds verdwenen zijn. Maart 2008 publiceerde een groep academici van de Universiteit van Amsterdam het resultaat van een onderzoek naar de zaak Spijkers.[4]

Paul van Buitenen[bewerken]

Een voorbeeld van een Europese klokkenluider is de Nederlandse Europese controleambtenaar Paul van Buitenen, die zich in 1998 openlijk keerde tegen frauduleus gedrag door sommige leden van de Europese Commissie. Ook het naar zijn mening inadequate handelen van de daartoe bevoegde instanties naar aanleiding van zijn aantijgingen, stelde hij aan de kaak. Het resultaat van zijn actie was dat de volledige commissie moest aftreden, maar ook dat Van Buitenen vier maanden werd geschorst met halvering van zijn salaris en daarna werd overgeplaatst naar een 'ongevaarlijke' functie.

Christoph Meili[bewerken]

Een andere bekende klokkenluider is de Zwitser Christoph Meili, die in 1997 opmerkte en openbaar maakte dat Zwitserse banken bewijzen over joodse tegoeden vernietigden, terwijl er van hen geëist werd dat die tegoeden aan de familieleden van de in de Holocaust vermoorde Joden zouden worden uitgekeerd. De Zwitserse autoriteiten reageerden met een arrestatiebevel omdat hij het bankgeheim zou hebben aangetast, waarna hij naar de Verenigde Staten vluchtte. In de VS kreeg Meili politiek asiel, als enige Zwitser ooit. Later werd het arrestatiebevel ingetrokken, maar Meili verkoos (tenminste tot 2004) niet naar zijn vaderland terug te keren.

Ernest Backes[bewerken]

Was een hooggeplaatst staflid van 'Clearstream' (de voormalige nummer drie) die in 2001 de affaire Clearstream aan het licht bracht. 'Clearstream' is een van de drie vennootschappen waarlangs vandaag de dag alle internationale transacties van geld en goederen lopen. Het gaat om de twee internationale clearing-huizen 'Clearstream' in Luxemburg en 'Euroclear' in Brussel en 'SWIFT', een bedrijf met zetel in Brussel dat voorziet in een internationaal communicatienetwerk voor financiële instellingen. Lijsten met bankrekeningen, afkomstig van Ernest Backes, leverden het bewijs van een parallelle wereld van verborgen rekeningen op naam van multinationals en goed bekendstaande instellingen. Hierin komt onder andere medeplichtigheid van banken in offshore belastingparadijzen naar boven. Ondanks eerdere onthullingen in 2001 (het boek "Révélation$") en 2002 (het boek "La Boîte Noire") hebben de betrokken bankiers niets gedaan. Ook heeft de justitie in Luxemburg en de politiek hun verantwoordelijkheid niet genomen. Toenmalig eurocommissaris Frits Bolkestein heeft een verzoek om Europees onderzoek afgewezen. De Luxemburgse gerechtelijke autoriteiten waren volgens hem best in staat deze 'interne Luxemburgse aangelegenheid' op te lossen. In de archieven van Clearstream zijn echter de namen te vinden van banken of maatschappijen die toebehoren aan het Bin Laden-netwerk, ook hier weer onder de niet-gepubliceerde rekeningen. Onduidelijk is waarom deze mogelijkheden niet aangegrepen worden. Inmiddels heeft het Luxemburgse gerecht besloten dat er geen reden is tot gerechtelijke stappen. Vervolg. Menatep Limited, met zetel in Gibraltar, heeft in 2001 de uitgever en de beide auteurs van het eerste boek voor de rechtbank gedaagd. De Franse rechter wees de eisen van Menatep af in 2002. Menatep ging in hoger beroep en eiste 760.000 euro als schadevergoeding van de uitgever en auteurs. In september 2004 heeft het Parijse hooggerechtshof de eisen van Menatep voor de tweede keer afgewezen. Op 23 mei 2005 gaf de Groep Menatep in Londen een persverklaring uit waarin zij aankondigden dat de heer Bolkestein een zetel heeft gekregen in de Raad van Advies van Menatep.

Hans-Peter Martin[bewerken]

Hans-Peter Martin verwierf bekendheid door in 2004 beschuldigingen aan het adres van zijn collega's in het Europees Parlement te uiten. Dit betrof corruptie, verrijking en verspilling van belastinggelden door onredelijk hoge vergoedingen te claimen voor maaltijd- en reiskosten. Als reactie werd hij zelf aangeklaagd wegens misbruik van de vergoedingen voor maaltijden.

Op 31 maart 2004 openbaarde hij in Straatsburg een lijst met 57 namen van Duitse parlementariërs, die allen ten onrechte daggeld ontvangen zouden hebben. Hij beschuldigde politici van alle partijen ervan zich 's morgens bij binnenkomst in te schrijven in de daggeldlijst, om direct daarna het gebouw weer te verlaten.

Hij had 7200 van deze voorvallen geregistreerd waar afgevaardigden ten onrechte daggeld hadden geïncasseerd. In een gezamenlijke persconferentie (van alle fractievertegenwoordigers) werden door Hans-Gert Pöttering (CDU) de uitlatingen van Hans Peter Martin betiteld als onhoudbaar en onrechtvaardig.

Wel werd een hervorming van het vergoedingssysteem voor parlementariërs verwelkomd, maar om hiervoor nu publiek te gaan werd duidelijk afgekeurd. De toenmalige Parlementspresident Pat Cox had liever een interne afhandeling gezien.

Paul Demaegt[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie RTT-schandaal voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ingenieur Paul Demaegt van de Belgisch Regie voor Telegraaf en Telefoon (RTT) bracht in 1973 aan het licht dat de Administrateur-Generaal van de RTT, Germain Baudrin bestellingen voor gebouwen, die de RTT als overheidsinstelling via openbare aanbestedingen moest doen, had overgedaan aan de bouwpromotor Société d’Implantation et d’Investissement Immobiliers (III), waarvan een aantal goede bekenden, aandeelhouder waren. Een andere firma, Equimo, waar Baudrins zoon werkte, kreeg de bestellingen voor meubilair en keukenapparatuur doorgespeeld. Ten gevolge van deze "privatisering" veranderde de winst van 660 miljoen in korte tijd in een verlies van 82,3 miljoen frank. Demaegt probeerde zijn klachten te uiten bij zijn oversten, zelfs bij de ministers, zonder succes. Toen hij ermee naar de krant De Standaard stapte, bracht die het schandaal in de openbaarheid. Vele RTT-ambtenaren volgden Demaegt anoniem door het aanbrengen van nieuw bewijsmateriaal waardoor alle politieke vertakkingen van de corruptie aan het licht kwam. De zaak eindigde met de val van een minister van verkeer (Edward Anseele jr.) en een staatssecretaris (Abel Dubois) en het ontslag en veroordeling van Baudrin. Demaegt werd eerst geschorst en later op een zijspoor gezet.

Erik-Jan Meijboom[bewerken]

De Utrechtse kindercardioloog Meijboom wordt geschorst nadat hij in een brief aan de Raad van Bestuur aan de orde heeft gesteld dat kinderen in zijn ziekenhuis, het Wilhelmina Kinderziekenhuis, een groter risico lopen te sterven ná een hartoperatie dan elders. De schorsing wordt later ongedaan gemaakt door de president van de rechtbank te Utrecht. Die stelde Meijboom in deze zeer bijzondere uitspraak in het gelijk, sprak niet van een verstoring van de arbeidsrelatie, maar gaf partijen opdracht weer met elkaar aan het werk te gaan. De komst van een nieuwe Raad van Bestuur hielp de problemen te verhelpen en de mortaliteit zakte naar een heel laag getal.

Arthur Gotlieb[bewerken]

Senior beleidsmedewerker bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Hij schreef een bezwaarschift tegen zijn negatieve beoordeling. Het dossier van 600 bladzijden bevatte brisant materiaal. Het documenteerde hoe patiëntgegevens en vertrouwelijke documenten niet veilig waren binnen de organisatie. Iedereen die een computer kon bedienen kon ze daar inzien op de onbeveiligde V-schijf. Daar bevonden zich ook van het internet gehaalde boeken en films, waarvoor niet was betaald. Gotlieb had de misstanden meerdere malen kenbaar gemaakt binnen de organisatie, doch vond daar geen gehoor en er werd niets mee gedaan. Op 22 januari 2014 pleegde de 50-jarige Gotlieb zelfmoord. Nadien is NRC Handelsblad in bezit gekomen van dit dossier. De krant heeft contact opgenomen met zijn naaste familie. Die bleek er grote waarde aan te hechten dat zijn verhaal publiek werd. De NZa besloot na kennisneming van het feit dat de NRC ging publiceren tot een onderzoek. Op verzoek van de familie - die bang was voor een doofpot - besloot minister Edith Schippers een onafhankelijke onderzoekscommissie in te stellen onder leiding van Hans Borstlap, oud-topambtenaar en lid van de Raad van State.[5][6]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties