Jurisprudentie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gavel.png

Onder jurisprudentie (Latijn: Iuris Prudentia, door de bezigheden van prudentes; adviseurs, experts) wordt in het algemeen verstaan de filosofie, wetenschap en toepassing van recht. De term kan echter ook refereren aan (het geheel van) uitspraken van rechters.

Oude Rome[bewerken]

Deze betekenissen had het al in het Oude Rome. Al werd het oorspronkelijk uitsluitend beoefend door het college van priesters. Deze priesters hadden een exclusieve bevoegdheid om te oordelen over de feiten. Hierdoor waren zij de enige experts in het jus of traditioneel recht (mores maiorum). Dit traditioneel recht bestond uit gesproken recht en gewoontes die van vader op zoon werden doorgegeven. Priesters creëerden hiermee indirect een rechtssysteem door hun uitspraken in individuele concrete zaken. Dit rechtssysteem van uitspraken vormt nu nog de basis van het Angelsaksische rechtssysteem, waaronder het common law.

Hun uitspraken waren bedoeld als eenvoudige interpretaties van traditionele gewoontes, maar uiteindelijk leidde deze activiteit, apart van formeel herkennen van iedere zaak wat gebruikelijk was in het gewoonterecht, naar een meer rechtvaardige interpretatie waarmee samenhangend de sociale gebruiken vernieuwd werden.

Na de 3e eeuw werd de Juris prudentia meer een bureaucratische aangelegenheid, met weinig noemenswaardige auteurs. Het was pas tijdens het Byzantijnse Rijk in de 5e eeuw dat er weer bestudering van het recht plaats vond. Tijdens deze culturele omslag (529) werd het Corpus Iuris Civilis door Keizer Justinianus opgesteld.

Engeland[bewerken]

In Engeland en andere Common law-landen is jurisprudentie een belangrijk onderdeel van de wetgeving. In tegenstelling tot de meeste Europese landen, waaronder Nederland, waar het recht grotendeels is vastgelegd in wetboeken, is het Engelse recht een combinatie van statutair recht (statutory law), gewoonterecht (customary law) en jurisprudentie of rechtersrecht (case law).

Nederland[bewerken]

De wetenschap of bestudering van recht noemen we in Nederland rechtsgeleerdheid. Met jurisprudentie bedoelt men in Nederland de toepassing van recht of (het geheel van) uitspraken door rechters. Jurisprudentie geldt als rechtsbron in Nederland. De precedentwerking van Nederlandse jurisprudentie is minder strikt dan de precedentwerking in Engeland.

Bijvoorbeeld bij de interpretatie van wettelijke termen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, kan jurisprudentie van belang zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om termen als redelijk en billijk, binnen een redelijke termijn, of zorgvuldig. Het is dan aan de rechter om te interpreteren (uit te leggen) wat er met zo'n term bedoeld wordt.

Bij de interpretatie van het recht verzinnen rechters niet zomaar iets: ze maken gebruik van interpretatiemethoden en redeneerwijzen. We onderscheiden zes interpretatiemethoden en twee redeneerwijzen.

Interpretatiemethoden:

  1. De grammaticale interpretatiemethode
  2. De wetshistorische interpretatiemethode
  3. De rechtshistorische interpretatiemethode
  4. Systematische interpretatiemethode
  5. Teleologische interpretatiemethode
  6. Anticiperende interpretatiemethode

Redeneerwijzen:

  1. A contrarioredenering: zaken die niet specifiek worden genoemd in de wet, worden uitgesloten. Stel dat een wet alleen gaat over arbeidsovereenkomsten, dan worden bijvoorbeeld freelance overeenkomsten daarvan uitgesloten.
  2. Redenering naar analogie: Zaken die erg veel op elkaar lijken, worden gelijk (naar analogie) geïnterpreteerd.

Jurisprudentielijst[bewerken]

Zie hier een lijst met jurisprudentie, gesorteerd per vakgebied.