Abdij van Mazan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ruïnes van de abdij van Mazan

De abdij van Mazan was een cisterciënzerklooster in het dorp Mazan-l'Abbaye in het département Ardèche in de regio Rhône-Alpes in Frankrijk.

Geschiedenis[bewerken]

De abdij werd in 1120 opgericht als zusterabdij van de Abdij van Bonnevaux waarbij een bestaande groep seculiere kanunniken onderdeel van de Cisterciënzers werden. De abdij van Mazan werd het moerderhuis van de abdij van Le Thoronet opgericht in 1136, de abdij van Sylvanès opgericht in 1136, de abdij van Bonneval opgericht in 1147 en de abdij van Sénanque opgericht in 1148, de abdij van Bonlieu opgericht in 1199 en de abdij van Porquerolles die maar kort bestond. Daarnaast bezat de abdij drieëntwintig uithoven

De abdij werd tijdens de Honderdjarige Oorlog voor het eerst geplunderd en tijdens de Hugenotenoorlogen voor de tweede keer geplunderd. In de achttiende eeuw werd de abdij nieuw leven ingeblazen en vervolgens wederopgebouwd. In 1768 woonden er nog slechts elf monniken in het klooster.

De abdij kwam tijdens de Franse Revolutie in de verdrukking en in 1791 werd de abdij geplunderd. De kerk werd als parrochiekerk gebruikt. Omdat de parochianen de kerk te groot en te koud vonden werd de abdijkerk niet meer als parochiekerk gebruikt. De kloostergang werd hierdoor tot kerkhof verbouwd. In 1843 werden de stenen van de muur rond het complex gebruikt om kleinere moderne kerken van te bouwen die nabij de abdij zijn gebouwd. De kloosterkerk werd in 1847 als Monument historique geclassificeerd, maar de stenen van de gebouwen op het terrein werden gebruikt om gebouwen van te bouwen. In 1923 stortten de gewelven in en in 1966 vonden er werkzaamheden plaats die moesten voorkomen dat het gebouw nog meer in zou storten.

Restanten[bewerken]

Van het klooster staan nog delen aan de westelijke vleugel en de gerestaureerde kloostergang die dateren uit de veertiende en vijftiende eeuw. Van de kerk uit 1140-1150 resteren nog drie halfronde absiden en het transept en het uit drie beuken bestaande schip met in het middenschip staan nog vier vierkante traveeën en grote delen van de buitenmuren nog overeidn. De voorgevel had een groot roosvenster.