Aerologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Satellietfoto van aarde

Aerologie is het deel van de meteorologie dat zich bezighoudt met de verschijnselen in de bovenlucht, het bovenste deel van de troposfeer en de stratosfeer. Waarnemingen van de bovenlucht, aerologische waarnemingen, zijn van groot belang om een driedimensionaal beeld te verkrijgen van de atmosfeer en zijn een aanvulling van de waarnemingen op de grond, de synoptische waarnemingen. De omstandigheden in de bovenlucht zijn van grote invloed op het weer aan het aardoppervlak.

Waarnemingen[bewerken]

Waarnemingen werden aanvankelijk vooral gedaan met radiosondes. Deze weerballonnen worden opgelaten met instrumenten om temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk te meten van de hogere luchtlagen. Met de rawindsonde kan ook de windsnelheid en windrichting worden vastgesteld. Aanvullend zijn er vliegtuigwaarnemingen (AIREPS).

Steeds belangrijker wordt remote sensing. Met behulp van weerradars en weersatellieten kan een beeld worden gevormd van de atmosfeer.

Weergave[bewerken]

Om de situatie in de bovenlucht weer te geven, wordt gebruikgemaakt van verschillende methodes. Belangrijk is de hoogtekaart, waarbij die van het 500 hPa-vlak het meest wordt gebruikt. Uit het hoogteverval op deze kaarten kan de geostrofische wind worden bepaald.

Op diktekaarten wordt de dikte van een luchtlaag weergegeven. Dit is een maat voor de heersende temperatuur in die laag. Een warme kolom is dikker dan een koude kolom. Bij een groot verval bevindt zich vaak een front.

Fenomenen[bewerken]

Boven de wrijvingslaag ondervindt de luchtstroming veel minder weerstand, zodat de windsnelheid in het 500 hPa-vlak zo'n tweemaal hoger kan zijn dan die aan het oppervlak. Ook de windrichting wijkt af van die van de grondwind. Een lagedrukgebied is vaak in de bovenlucht niet meer dan een trog, terwijl bij een hogedrukgebied in de bovenlucht niet meer waar is te nemen dan een rug.

Bij het polaire front is een sterke westelijke hoogtestroming, boven de 60 knopen polaire straalstroom genoemd. Aan de begrenzing aan de poolzijde van de Hadleycel zijn de subtropische straalstromen te vinden. In de westelijke stroming zijn verder meerdere Rossby-golven te vinden. Deze en kleinere golven zijn een belangrijke factor in de sturing van de druksystemen aan het aardoppervlak.

Literatuur[bewerken]

  • Ham, C.J. van der; Korevaar, C.G.; Moens, W.D.; Stijnman, P.C. (1998): Meteorologie en Oceanografie voor de zeevaart, De Boer Maritiem.