Weerkaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een van de eerste weerkaarten van 20 september 1878, waarschijnlijk door Buys Ballot
Een van de eerste weerkaarten van 14 januari 1880, door Buys Ballot

Een weerkaart is een kaart van de land- of wateroppervlakte in een of ander gebied op aarde waarop door middel van isolijnen en meteorologische symbolen het heersende weer op een bepaald tijdstip en op een schematische manier is weergeven. Dit kan op een recent tijdstip zijn, maar ook in de toekomst, waardoor een weerkaart een bepaalde verwachting aangeeft.

De eerste weerkaarten werden ontwikkeld door de Duitser Heinrich Brandes in 1816-1820.

Algemeen[bewerken]

Weerkaarten bestaan er in alle vormen en maten; van een zeer eenvoudige kaart ten behoeve van een weersverwachting, via reguliere weerkaarten die een duidelijk beeld geven van de recente weersituatie in een bepaald gebied tot aan zeer geavanceerde, gedigitaliseerde, nauwkeurige en/of driedimensionale grafische presentaties van recente weergegevens.

De basis van een reguliere weerkaart vormen vrijwel altijd de isobaren die punten verbinden waar dezelfde luchtdruk heerst. Uit deze lijnen kunnen de lage- en hogedrukgebieden afgeleid worden en daaruit de windrichting (wet van Buys Ballot). Uit de afstand tussen de isobaren krijgt men een goed idee van de windsnelheid: hoe dichter de lijnen bij elkaar staan hoe harder het waait.

Een weerkaart is van essentieel belang voor een weersverwachting; op korte-, middellange en lange termijn. Binnen de meteorologie worden naast analyses die een huidig weerbeeld weergeven, ook verwachte weerkaarten getekend op basis van computermodellen. Deze kaarten (prognoses) geven de verwachte verplaatsingen van druksystemen, fronten en troggen aan.

Ook kunnen hiermee eventueel gevaarlijke weersontwikkelingen op tijd herkend worden. Vereenvoudigde weerkaarten, zoals die in een krant, zijn ook geschikt voor mensen die geen of weinig kennis hebben van de meteorologie. In de zomer betekent bijvoorbeeld een stationair hogedrukgebied boven Zuid-Scandinavië een grote kans op zonnig en helder weer met een goede kans op hoge temperaturen. Een naderend lagedrukgebied veroorzaakt in de regel toenemende bewolking met neerslag. Een lagedrukgebied die Nederland 's zomers vanuit Frankrijk nadert, gaat vaak gepaard met buien en een grote kans op onweer.

Het samenstellen van een weerkaart[bewerken]

Om een standaard weerkaart te kunnen samenstellen moeten eerst de luchtdrukmetingen van alle in het gebied aanwezige weerstations worden verzameld. Daarna moeten alle beschikbare gegevens op de juiste geografische positie in de nog blanco kaart worden ingetekend.

In eerste instantie werden de gegevens via de telegraaf verstuurd en later door middel van de telefoon, de telex , fax en radiosignalen. Deze gegevens van bemande en onbemande weerstations worden door middel van de SYNOP-code gecodeerd via de lange golf verspreid en vanaf eind jaren negentig ook steeds meer met behulp van het internet.

De tweede stap is het intekenen van de zogenoemde isobaren. Isobaren verbinden op de kaart de punten van gelijke luchtdruk. Eerst wordt op de kaart het gebied met de hoogste luchtdruk opgezocht en met een H aangeduid. Op gelijke wijze wordt daarna het punt met de laagste luchtdruk met een L aangegeven. Hierop aansluitend worden rondom die H en L de isobaren getekend. Als een bepaald meetstation bijvoorbeeld een luchtdrukwaarde van 1002 hPa heeft en een ander meetstation 1008 hPa dan loopt de isobaar van 1005 hPa er precies tussendoor. In het algemeen tekent men de isobaren op een onderlinge afstand van 5 hPa. Tenslotte kan daarna dan nog; door het meenemen van andere factoren, zoals de omvang van de hoge- en lagedrukgebieden en de absolute waarden en de onderlinge ligging van de isobaren, inschattingen worden gedaan over windrichtingen en windsnelheden. Dit laatste is echter uiteraard niet nodig wanneer men in een bepaald gebied voldoende meetgegevens heeft. Door middel van steeds geavanceerder wordende satellietwaarnemingen en neerslagradars worden de weerkaarten steeds nauwkeuriger, wat een positief effect heeft op de betrouwbaarheid van weersvoorspellingen en klimaatonderzoek.

Weerkaarten werden tot de jaren tachtig met de hand getekend en daarna automatisch geplot. Het plotten is met de opkomst van de computers steeds verder geautomatiseerd en gedigitaliseerd.

Eenvoudige weerkaarten[bewerken]

Behalve de isobaren treft men op een weerkaart (zoals rechts) ook nog andere details aan. De meest belangrijke zijn:

Fronten[bewerken]

Symbolen Beschrijving
Warm front symbol.svg Een warmtefront wordt weergegeven door een aantal rode halve cirkels op een lijn te plaatsen. Dit kan bijvoorbeeld een lang durend regengebied zijn, hetgeen in de meeste gevallen aanleiding is tot een bewolkingstoename en gelijktijdig een langzaam oplopende temperatuur.
Cold front symbol.svg Een koufront wordt weergegeven door een lijn van blauwe driehoekjes. Meestal is er bij het passeren van een koufront sprake van een onbestendig weertype waarbij veelvuldig sprake is van onweer en hevige buien. De luchttemperatuur gaat naar beneden.
Occluded front symbol.svg Een occlusiefront wordt weergegeven door om en om paarse driehoekjes en halve cirkels te plaatsen. Een occlusie ontstaat wanneer een snel bewegend koudefront een langzamer warmtefront inhaalt en ermee samensmelt. Omdat het warmte- en koudefront bij de kern van het lagedrukgebied als een spiraal dichter bij elkaar liggen zal een occlusiefront zich hier het eerst manifesteren. Binnen een occlusie blijft het weer onbestendig met veel regen.
Stationary front symbol.svg Stationaire fronten genoemd worden weergegeven door een lijn met daarop afwisselende aan beide kanten van de lijn blauwe driehoekjes en halve cirkels. Een stationair front ligt vaak tussen twee druksystemen in en verandert daardoor niet of amper van plaats. Het weertype wordt vaak gekenmerkt door dikke bewolkingslagen, lichte of helemaal geen neerslag, weinig of geen wind en/of nevelig weer.
Trog symbol.png Troglijnen worden ingetekend met een onderbroken lijn. Een trog is een gebied met een relatief lage luchtdruk verbonden aan een lagedrukgebied daar waar de isobaren het sterkst gekromd zijn, vaak achter een koufront. Een trog wordt vaak gekenmerkt door buien.

Drukgebieden[bewerken]

Soort Afkorting
Hogedrukgebied H
Lagedrukgebied L

Complexe weerkaarten[bewerken]

Complexe weerkaarten bevatten nog meer informatie over de recente weersgesteldheid. Zij bevatten gegevens over de temperatuur, de windsterkte, de windrichting, de luchtdrukveranderingen, neerslag, wolkentype, bewolkingsdichtheid, laaghangende bewolking, zoals mist en het dauwpunt (luchtvochtigheid).

Daartoe worden de diverse gegevens in een bijzondere vorm aan de kaart toegevoegd. De plek van de gegevens op de weerkaart valt natuurlijk samen met de bekende geografische positie van het weerstation. Afhankelijk van de resolutie van de weerkaart, worden alleen de meest belangrijke weerstations met hun data op de kaart vermeld. Anders zou de kaart met zoveel gegevens worden "overspoeld" en zouden de feitelijk essentiële details verloren raken. Door de verdere automatisering van weerkaarten zijn de gegevens van de minder belangrijke weerstations wel eenvoudig alsnog op de kaart te plaatsen.

Windsnelheid, bewolking en opwaartse of neerwaartse luchtdrukontwikkeling[bewerken]

Windsnelheid
Symbolen Knopen (kn), km/u)
Symbol wind speed 00.svg
0 kn, 0 km/u
Symbol wind speed 01.svg
5 kn, 9 km/u
Symbol wind speed 02.svg
10 kn, 19 km/u
Symbol wind speed 03.svg
15 kn, 28 km/u
Symbol wind speed 04.svg
20 kn, 37 km/u
Symbol wind speed 05.svg
25 kn, 46 km/u
Symbol wind speed 06.svg
30 kn, 56 km/u
Symbol wind speed 07.svg
35 kn, 65 km/u
Symbol wind speed 08.svg
40 kn, 74 km/u
Symbol wind speed 09.svg
45 kn, 83 km/u
Symbol wind speed 10.svg
50 kn, 93 km/u
Symbol wind speed 11.svg
55 kn, 102 km/u
Symbol wind speed 12.svg
60 kn, 111 km/u
Symbol wind speed 13.svg
65 kn, 120 km/u
Symbol wind speed 14.svg
100 kn, 185 km/u
Symbol wind speed 15.svg
105 kn, 194 km/u
Het windsymbool wijst naar de richting waar de wind vandaan komt en de wind waait van het vaantje naar het symbool voor de bewolking (die op de plek van het weerstation ligt).
Bewolking
Symbolen Code Beschrijving
Cloud cover 0.svg
0/8 Geen bewolking
Cloud cover 1.svg
1/8 Zonnig
Cloud cover 2.svg
2/8 Helder
Cloud cover 3.svg
3/8 Licht bewolkt
Cloud cover 4.svg
4/8 Half bewolkt
Cloud cover 5.svg
5/8 Bewolkt
Cloud cover 6.svg
6/8 Zwaar bewolkt
Cloud cover 7.svg
7/8 Vrijwel geheel bewolkt
Cloud cover 8.svg
8/8 Geheel bewolkt
Cloud cover 9.svg
9/8 Hemel niet zichtbaar
Dit symbool wordt tevens gebruikt om de positie van het weerstation aan te geven. De andere symbolen liggen hier om heen en de windvaan zit er aan vast.
Luchtdrukontwikkeling (laatste drie uren)
Symbolen Beschrijving
Symbol atmospheric pressure tendency 2.png
Stijgend
Symbol atmospheric pressure tendency 0.png
Stijgend, daarna dalend
Symbol atmospheric pressure tendency 1.png
Stijgend, daarna stabiel
Symbol atmospheric pressure tendency 8.png
Stijgend of stabiel, daarna dalend
Symbol atmospheric pressure tendency 3.png
Dalend of stabiel, daarna stijgend
Symbol atmospheric pressure tendency 4.png
Stabiel
Symbol atmospheric pressure tendency 7.png
Dalend
Symbol atmospheric pressure tendency 5.png
Dalend, daarna stijgend
Symbol atmospheric pressure tendency 6.png
Dalend, daarna stabiel

Symbolen om de weertoestand aan te geven[bewerken]

De lijst hieronder wordt gebruikt om de gegevens van bemande weerstations door te geven.

Wanneer er staat "in het afgelopen uur" betekent dat dat het weersverschijnsel zich niet op of rond het tijdstip van de waarneming heeft voorgedaan.

Symbolen Nummer Beschrijving
Symbol Cloud 1.png
00 Bewolkingsontwikkeling het laatste uur niet geobserveerd of niet mogelijk om te observeren
Symbol Cloud2.png
01 Bewolkingshoeveelheid en -ontwikkeling het afgelopen uur afgenomen
Symbol Cloud3.png
02 Bewolking het afgelopen uur onveranderd gebleven
Symbol Cloud4.png
03 Bewolking het afgelopen uur toegenomen
Symbol Smoke1.png
04 Zicht door rook verminderd
Symbol Haze1.png
05 Heiig
Symbol Dust4.png
06 Zwevend stof
Symbol Dust1.png
07 Stof of zand door wind in de lucht
Symbol Dust2.png
08 Kleine stof- of zandhoos het afgelopen uur waargenomen
Symbol Dust3.png
09 Stof- of zandhoos het afgelopen uur op het weerstation waargenomen of op het moment van meting zichtbaar
Symbol Mist1.png
10 Nevel
Symbol Fog1.png
11 Grondmistbanken
Symbol Fog2.png
12 Aaneengesloten grondmist
Symbol Lighting1.png
13 Weerlicht zonder donder
Symbol Precipitation3.png
14 Valstrepen (virga) zichtbaar
Symbol Precipitation2.png
15 Neerslag zichtbaar op een afstand van meer dan 5 km,
Symbol Precipitation1.png
16 Neerslag zichtbaar op een afstand van minder dan 5 km, maar niet op het weerstation
Symbol Thunder1.png
17 Onweer of onweer op afstand met hoorbare donder en zonder neerslag
Symbol Squall1.png
18 Rolwolken met zware windstoten het afgelopen uur zichtbaar of een bui van deze orde die het weerstation gaat treffen
Symbol Tornado1.png
19 Waterhoos of windhoos het afgelopen uur bij of in de nabijheid van het weerstation
Symbol Drizzle1.png
20 Motregen of motsneeuw in het afgelopen uur
Symbol Rain1.png
21 Regen in het afgelopen uur
Symbol Snow1.png
22 Sneeuw in het afgelopen uur
Symbol Precipitation4.png
23 Regen en sneeuw, of ijsregen in het afgelopen uur
Symbol Freezing Precipitation1.png
24 Regen met ijzel of motregen met ijzel in het afgelopen uur
Symbol Shower14.png
25 Regenbui in het afgelopen uur
Symbol Shower13.png
26 Sneeuwbui, of regen- en sneeuwbui in het afgelopen uur
Symbol Shower3.png
27 Hagelbui of korrelsneeuwbui in het afgelopen uur
Symbol Fog3.png
28 Mist in het afgelopen uur
Symbol Thunder2.png
29 Onweer in het afgelopen uur
Symbol Dust6.png
30 Lichte of matige zand- of stofstorm in het afgelopen uur in intensiteit afgenomen
Symbol Dust5.png
31 Lichte of matige zand- of stofstorm in het afgelopen uur in intensiteit gelijk gebleven
Symbol Dust7.png
32 Lichte of matige zand- of stofstorm in het afgelopen uur in intensiteit toegenomen
Symbol Dust10.png
33 Zware zand- of stofstorm in het afgelopen uur in intensiteit afgenomen
Symbol Dust8.png
34 Zware of matige zand- of stofstorm in het afgelopen uur in intensiteit gelijk gebleven
Symbol Dust9.png
35 Zware of matige zand- of stofstorm in het afgelopen uur in intensiteit toegenomen
Symbol Snow3.png
36 Lichte of matige driftsneeuw beneden ooghoogte
Symbol Snow2.png
37 Zware driftsneeuw beneden ooghoogte
Symbol Snow5.png
38 Lichte of matige driftsneeuw boven ooghoogte
Symbol Snow4.png
39 Zware driftsneeuw boven ooghoogte
Symbol Fog7.png
40 Mist of ijsmist op afstand, die het weerstation het afgelopen uur niet heeft bereikt. Het zicht is meer dan een duizend meter en de hoogte van de mist op afstand is hoger dan de hoogte van de waarnemer.
Symbol Fog4.png
41 Mistbanken en of ijsmistbanken, waardoor het zicht zeer variabel is
Symbol Fog5.png
42 De hemel is ondanks mist of ijsmist zichtbaar en deze mist is het afgelopen uur dunner geworden.
Symbol Fog6.png
43 De hemel is door mist of ijsmist bedekt en deze mist is het afgelopen uur dunner geworden.
Symbol Fog10.png
44 De hemel is ondanks mist of ijsmist zichtbaar en deze mist is het afgelopen uur qua dikte niet veranderd
Symbol Fog8.png
45 De hemel is door mist of ijsmist bedekt en deze mist is het afgelopen uur qua dikte niet veranderd
Symbol Fog11.png
46 De hemel is ondanks mist of ijsmist zichtbaar en deze mist is het afgelopen uur dikker geworden.
Symbol Fog12.png
47 De hemel is door mist of ijsmist bedekt en deze mist is het afgelopen uur dikker geworden.
Symbol Fog13.png
48 Mist of ijsmist met vorming van ruige rijp met een zichtbare hemel
Symbol Fog9.png
49 Mist of ijsmist met vorming van ruige rijp met een bedekte hemel
Symbol Drizzle5.png
50 Lichte motregen met onderbrekingen
Symbol Drizzle4.png
51 Lichte motregen zonder onderbrekingen
Symbol Drizzle2.png
52 Matige motregen met onderbrekingen
Symbol Drizzle3.png
53 Matige motregen zonder onderbrekingen
Symbol Drizzle6.png
54 Zware motregen met onderbrekingen
Symbol Drizzle7.png
55 Zware motregen zonder onderbrekingen
Symbol Freezing Precipitation2.png
56 Lichte motregen met ijzel
Symbol Freezing Precipitation3.png
57 Matige of zware motregen met ijzel
Symbol Slight1.png
58 Lichte regen en motregen
Symbol Slight2.png
59 Matige of zware regen en motregen
Symbol Rain5.png
60 Lichte regen met onderbrekingen
Symbol Rain6.png
61 Lichte regen zonder onderbrekingen
Symbol Rain3.png
62 Matige regen met onderbrekingen
Symbol Rain14.png
63 Matige regen zonder onderbrekingen
Symbol Rain2.png
64 Zware regen met onderbrekingen
Symbol Rain4.png
65 Zware regen zonder onderbrekingen
Symbol Freezing Precipitation4.png
66 Lichte regen met ijzel
Symbol Freezing Precipitation5.png
67 Matige of zware regen met ijzel
Symbol Precipitation6.png
68 Lichte regen en sneeuw en/of motregen met sneeuw
Symbol Precipitation5.png
69 Matige of zware regen en sneeuw en/of matige of zware motregen met sneeuw
Symbol Snow6.png
70 Lichte sneeuw met onderbrekingen
Symbol Snow11.png
71 Lichte sneeuw zonder onderbrekingen
Symbol Snow7.png
72 Matige sneeuw met onderbrekingen
Symbol Snow10.png
73 Matige sneeuw zonder onderbrekeningen
Symbol Snow9.png
74 Zware sneeuw met onderbrekeningen
Symbol Snow8.png
75 Zware sneeuw zonder onderbrekeningen
Symbol Snow16.png
76 IJsnaalden, met of zonder mist
Symbol Snow13.png
77 Motsneeuw, met of zonder mist
Symbol Snow12.png
78 Enkele geïsoleerde sneeuwvlokken, met of zonder mist
Symbol Sleet1.png
79 IJsregen
Symbol Shower12.png
80 Lichte regenbui
Symbol Shower11.png
81 Matige of zware regenbui
Symbol Shower10.png
82 Wolkbreuk
Symbol Shower7.png
83 Lichte sneeuw- en regenbui
Symbol Shower6.png
84 Matige of zware sneeuw- en regenbui
Symbol Shower16.png
85 Lichte sneeuwbui
Symbol Shower17.png
86 Matige of zware sneeuwbui
Symbol Shower5.png
87 Lichte korrelsneeuwbui, met of zonder regen en/of regen en sneeuw
Symbol Shower4.png
88 Matige of zware korrelsneeuwbui, met of zonder regen en/of regen en sneeuw
Symbol Shower9.png
89 Lichte hagelbui, met of zonder regen en/of regen en sneeuw, en nog zonder donder
Symbol Shower8.png
90 Matige of zware hagelbui, met of zonder regen en/of regen en sneeuw, en nog zonder donder
Symbol Thunder6.png
91 Onweer in het afgelopen uur en lichte regen op het moment van waarneming
Symbol Thunder4.png
92 Onweer in het afgelopen uur en matige of zware regen op het moment van waarneming
Symbol Thunder3.png
93 Onweer in het afgelopen uur en lichte sneeuw, regen en sneeuw, of hagel op het moment van waarneming
Symbol Thunder10.png
94 Onweer in het afgelopen uur en matige of zware sneeuw, regen en sneeuw, of hagel op het moment van waarneming
Symbol Thunder8.png
95 Licht of matig onweer met regen, sneeuw, of regen en sneeuw
Symbol Thunder5.png
96 Licht of matig onweer met hagel of korrelsneeuw
Symbol Thunder9.png
97 Zwaar onweer met regen of sneeuw
Symbol Thunder7.png
98 Onweer met een stof- of zandstorm
Symbol Thunder11.png
99 Zwaar onweer met hagel of korrelsneeuw

Hoogteweerkaarten[bewerken]

Weerkaarten kunnen niet alleen de situatie aan de grond weergeven. Hoogteweerkaarten worden samengesteld met behulp van gegevens die via radiosondes, die met behulp van weerballonnen in de hogere atmosfeer metingen verrichten, beschikbaar komen. Automatische bovenluchtwaarnemingen door vliegtuigen (AMDAR) spelen een groeiende aanvullende rol.

De informatie op hoogteweerkaarten is onmisbaar omdat ze de grondgegevens completeert met dat wat zich in de vrije atmosfeer afspeelt; met name de drukverdelingen en de luchtstromingen. Verstorende elementen zoals bergketens, steden en andere obstakels treft men op die hoogte veel minder of niet aan. Lijnen op een hoogteweerkaart worden isohypsen genoemd en geven de hoogte aan van het luchtdrukvlak die bij de kaart behoort. Deze lijnen hebben in het algemeen een meer regelmatig verloop dan de isobaren die je op een grondweerkaart aantreft. Elke hoogteweerkaart vertegenwoordigt een drukniveau, die men standaarddrukvlakken noemt.

Er is een duidelijke wisselwerking tussen hetgeen zich weertechnisch op de grond afspeelt en dat wat er op grote hoogten afspeelt.

Een hoogteweerkaart kan er heel anders uitzien dan de overeenkomstige weerkaart van de situatie aan de grond. De ontwikkeling van lagedrukgebieden op grondniveau laten zien dat de ontwikkeling in de hogere atmosfeer enigszins traag op de weerssituatie aan de grond reageert.

Bij de interpretatie van hoogteweerkaarten spelen onder meer de hoogtelagen met veelal geïsoleerde gebieden waar zich veel koudere lucht bevindt (koudeputten) een grote rol.

Lage temperaturen hoog in de lucht zijn 's zomers bijvoorbeeld na een periode van gelijkmatige warmte vaak aanleiding van onrustig weer met afwisselende neerslag en onweer.

De volgende soorten hoogteweerkaarten komen het meest frequent voor:

Drukvlak Standaardhoogte
850 hPa 1.457 m
700 hPa 3.013 m
500 hPa 5.574 m
300 hPa 9.164 m
200 hPa 12.000 m

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]