Alfred Adler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adler

Beluister

(info)

Alfred Adler (Wenen, 7 februari 1870Aberdeen, 28 mei 1937) was een Oostenrijks psycholoog en psychiater.

Hij was evenals Jung een tijdgenoot van Freud. Naast Freud en Jung geldt Adler als de derde stamvader van de psychoanalyse.

Een tweede overeenkomst met Jung is dat ook Adler na enige jaren samenwerking brak met de leer van Freud. Hij deed dat zelfs nog een jaar eerder dan Jung, in 1911. Daarna stichtte hij zijn eigen leerschool, die van de 'Individualpsychologie' of de individuele psychologie, de vlag waar ook Jung zich onder schaarde.

Als psychoanalyticus onderzocht Adler eventuele processen in het bewuste en onbewuste die de persoonlijkheid zouden vormen en beheersen. Hij ontwikkelde het concept van het 'minderwaardigheidscomplex', sterke gevoelens van minderwaardigheid en onzekerheid die voortkomen uit reële of ingebeelde tekorten. Ook geloofde hij dat de sterkste menselijke drijfveer het verlangen naar 'superioriteit' is.

Vanaf 1932 was Adler hoogleraar in New York.

Biografie[bewerken]

Alfred was het derde kind van een Joodse koopman en zijn echtgenote. Vanaf zijn geboorte was hij ziekelijk. Als klein kind kreeg hij de Engelse ziekte (rachitis) die leidde tot verzwakking van zijn beendergestel. [1]

Toen hij 5 jaar oud was, overleed hij bijna aan een longonsteking. In de loop van de jaren ontwikkelde hij een sterke wil om zijn lichamelijke zwaktes te overwinnen en besloot om arts te worden.

Hij ging geneeskunde studeren aan de universiteit van Wenen, waar Freud ook gestudeerd had. Hij had daar veel socialistische vrienden. In deze kringen ontmoette hij ook zijn latere echtgenote, Raissa Timofeyewna Epstein, een sociaal activiste, afkomstig uit Rusland. Zij trouwden in 1897 en kregen 4 kinderen, van wie er twee psychiater werden.

Tijdens en na zijn medische studie bestudeerde Adler de mogelijkheid van het lichaam om een tekort te compenseren. Hij zag een verband tussen waargenomen lichamelijke klachten en de (mogelijke) psychologische gevolgen daarvan. Het artikel dat hij daarover in 1907 publiceerde, trok de aandacht van Sigmund Freud. Adler sloot zich aan bij de psychoanalytische groep van Freud. Maar al spoedig ontwikkelde hij eigen ideeën over de aard van de menselijke motivatie en het menselijk gedrag, die sterk verschilden van Freuds inzichten.

In 1911 verliet hij de groep van Freud en verdiepte hij zijn denkrichting, die hij Individualpsychologie noemde. [2] Tegen 1920 had Adler zijn gedachtegoed systematisch uitgewerkt en praktische toepassingen geformuleerd die mensen uit alle lagen van de bevolking tot steun waren. Hij stond in hoog aanzien als psychiater en kindertherapeut. Tot zijn dood in 1937 ging hij door met het ontwikkelen van zijn theorie en het uitbreiden van zijn professionele invloed.

Individualpsychologie[bewerken]

De naam Individualpsychologie heeft betrekking op het ondeelbare, de eenheid, van iedere persoon. Ieder mens is een “individuum” dat als een geheel functioneert. De term hanteerde Adler in een tijd dat anderen - met name Freud - een verdeelde persoonlijkheid benadrukten. Daarbij werd aangenomen dat delen van de persoon met elkaar in een innerlijke strijd binnen het individu gewikkeld waren. Voor Adler bestond de mens niet uit gescheiden onderdelen.

Minderwaardigheidscomplex[bewerken]

Adler is de geestelijke vader van een aantal begrippen die nu nog in ons taalgebruik verankerd zijn, zoals het minderwaardigheidscomplex. Ook al is er sprake van een positieve opvoeding, toch kan het kind zich minderwaardig voelen. Iemand kan een spraakgebrek hebben of een andere handicap, in armoede belanden enz. Volgens Adler zal iedereen die zich in een achterstandspositie bevindt, proberen om deze weg te werken. Een dergelijk streven om een als minder ervaren situatie om te zetten in een meerwaarde, noemt hij het compensatiestreven. Wanneer dit streven extreme vormen begint aan te nemen, spreekt hij van overcompensatie.

Levensstijl[bewerken]

Een ander begrip dat van Adler afkomstig is, is de levensstijl. Hij bedoelt hiermee de manier die men gebruikt om problemen te overwinnen en die te maken heeft met de identiteit. De één is in staat om met anderen samen te werken, de ander niet. Sommigen proberen de ander te manipuleren, anderen stellen zich collegiaal op. De ene mens probeert de ander te helpen, weer een andere denkt vooral aan zichzelf.

Ook hier zoekt hij de verklaring in de kindertijd: wanneer het kind 4 jaar oud is, heeft volgens Adler zijn gedrag zich al gevormd. Dat komt door zijn roeping. Stemmen in het hoofd bepalen hoe men omgaat met bijv. dreigingen. Hoe men kritiek ervaart, als bedreiging of als groeimogelijkheid, wordt bepaald door de jeugd. Het al genoemde minderwaardigheidscomplex ziet hij dan ook als complex van verkeerd aangeleerd gedrag.

Met het begrip levensstijl bedoelt Adler dat elk mens een eenduidige en unieke richting in het leven zoekt. Levensstijl zoals beschreven door Adler mag niet worden verward met het hedendaags gebruik van die term. Dat geeft namelijk een manier van leven aan (levensstijl) die verandert al naar gelang de tijd en de omstandigheden. Hij bedoelde er de langetermijnoriëntatie van de mens tijdens zijn leven mee. Levensstijl heeft betrekking op de opvattingen die iemand ten diepste heeft over zichzelf, anderen en het eigen levensdoel.

Vrijwilligerswerk[bewerken]

Hoewel hij beweert dat de mens vooral superioriteit voor zichzelf, als individu, nastreeft, ziet hij ook het gevaar dat hij vereenzaamt en koud en wantrouwig in het leven staat. Hij adviseerde zijn patiënten dan ook om vrijwilligerswerk te gaan doen en te ontdekken dat je je sterker voelt door iets voor anderen te doen. Het is geen vaardigheid die je hoeft te leren, je hebt het al in je en het voelt natuurlijk aan om anderen te helpen.

Opvoeding[bewerken]

Alfred Adler onderscheidde twee negatieve soorten opvoeding: [3]

Teveel aandacht is de voornaamste oorzaak van gevoelens van afhankelijkheid. Ouders die vinden dat hun kinderen nooit mogen huilen of van streek mogen zijn maken ze niet weerbaar. Deze kinderen zullen later niet goed in staat zijn om voor zichzelf op te komen.

Verwaarlozing: zonder regels en liefde wordt het kind, volgens Adler, koud en argwanend. Ze kunnen geen liefde geven en ontvangen. Regels, liefde en respect vormen de basis voor een gezonde ontwikkeling.

Kroonjuwelen[bewerken]

De term het creatieve zelf noemt men het kroonjuweel van Alfred Adler. De mens wordt geboren met een aantal kenmerken: man/ vrouw, arm/rijk, vrede/oorlog. Ook ras en godsdienst zijn bepalend voor wie je bent. Adler noemt ze de kaarten die het leven jou gegeven heeft. 'Maar', zegt hij,'je kunt zelf bepalen, hoe je met deze gegevenheden omgaat. Je bent het product van je ervaringen en je kunt zelf je persoonlijkheid vormgeven.'

Ook is, volgens hem, de plaats in het gezin, bepalend voor de persoonlijkheid. De eerstgeborene krijgt teveel aandacht en dreigt verwend te worden. Het middelste kind zal proberen nummer één van de troon te verdrijven. Het derde kind krijgt te weinig zorg en aandacht en loopt de kans een minderwaardigheidscomplex te krijgen.

Een ander belangrijke theorie van Adler is dat elk menselijk gedrag doelgericht is en de betekenis van iemands gedrag alleen maar kan worden begrepen als de doelen van de betreffende persoon bekend zijn. Het gezichtspunt dat gedrag wordt bepaald door doelen is de basis voor therapie en rehabilitatie. Het geeft mogelijkheid voor verandering: men kan de geschiedenis niet veranderen, maar men kan wel iemands bedoelingen veranderen.

Bovenal, vindt Adler, is de mens een sociaal wezen. Menselijke gedragingen kunnen alleen maar ten volle worden begrepen vanuit hun sociale betekenis. Het is deze sociale aard van de mens die de basis vormt voor "de behoefte erbij te horen". Dit wordt door Adler het Gemeinschaftsgefühl genoemd.

Bronnen, noten en/of referenties