Angelus August Eugeen Angillis
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Angelus August Eugeen Angillis (Rumbeke, 8 mei 1830 – Rumbeke, 30 november 1870) was notaris te Rumbeke en archivaris van Roeselare.[1]
Hij vatte het plan op met Edward Van Even Werken der Vlaemsche dichteressen uit den voortijd uit te geven. In 1854 verscheen de eerste aflevering, Liederen eener onbekende kloosterlinge uit de 13e eeuw, voor de eerste mael uitgegeven naer een hs. der Burgondische Bibliotheek. Interesse voor deze uitgave bleek echter beperkt te zijn, zodat het bij deze aanzet bleef.
Alléén gaf hij uit:
- Geschiedenis der Rousselaersche Rederykerskamer ‘de zeegbare Herten’, Thielt, 1854;
- Dry legenden uit West-Vlaenderen, Roeselare, 1856;
- Rumbeeksche Avondstonden, Roeselare, 1856-'58;
- Over de Rederykkamer ‘Altoos doende’ te Leffinghe, Roeselare, 1857;
- Over eenige Zuid-Nederlandsche dichteressen, Antw. 1858.
Verder gaf hij een aantal bijdragen in tijdschriften en dagbladen.[2]
- ↑ Catalogue d'une belle collection de livres composant la bibliothèque de feu monsieur Ang. Aug. Angillis, Gent, 1871, 3.
- ↑ Dit artikel is geheel of gedeeltelijk gebaseerd op een artikel uit het Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde van F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks uit 1888-1891, dat vanwege zijn ouderdom vrij is van auteursrechten.