Carausius
| Carausius | ||||
| Carausius | ||||
| Sterfdatum | 293 | |||
| Tijdvak | Tetrarchie | |||
| Periode | 286-293 | |||
| Voorganger | geen | |||
| Opvolger | Allectus | |||
| Staatsvorm | Dominaat | |||
| Medekeizer | 286–293 (in Britannia en een deel van Gallie) | |||
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Naam bij geboorte | Carausius | |||
| Naam als keizer | Marcus Aurelius Mausaeus Carausius | |||
| Romeinse keizers | ||||
|
||||
Marcus Aurelius Mausaeus Carausius (vermoord in 293) was een Romeinse keizer van 286–293. Hij was de drijvende kracht achter de Carausiaanse opstand en heerser over het noorden van het Gallische keizerrijk en Britannia, dit in oppositie van keizer Maximianus en diens medekeizer Diocletianus. Hij was dus een usurpator.
Inhoud |
Afkomst[bewerken]
Carausius was een Menapiër, die zich tijdens Maximianus' campagne in 286 tegen de Bagaudae-rebellen in het noorden van Gallië had weten te onderscheiden. Dit succes en zijn vroegere beroep van loods brachten hem een benoeming tot commandant van de Classis Britannica, een Romeinse vloot die in het Engels Kanaal was gestationeerd, met de verantwoordelijkheid om Frankische en Saksische piraten, die de kusten van Armorica en Gallia Belgica onveilig maakten, te elimineren. Hij werd er echter van verdacht om buitgemaakte schatten achter te houden en om het deze piraten toe te staan om eerst raids uit te voeren en zich te verrijken alvorens actie tegen hen te ondernemen. Ook zou hij voormalige piraten als bemanningslid op zijn vloot hebben aangeworven. Op basis van deze verdenkingen beval Maximianus zijn executie.
In het najaar van 286 of in begin 287 raakte Carausius van dit bevel op de hoogte. Carausius verkeerde blijkbaar in een positie dat hij niet passief zijn einde hoefde af te wachten. Hij reageerde en riep zichzelf tot keizer van Britannia en Noord-Gallië uit.[1] Hij beschikte over zijn vloot, aangevuld met nieuwe schepen, die hij had laten bouwen, over drie legioenen, die in Brittania waren gestationeerd, over een legioen dat hij in Gallia had geformeerd en over een aantal eenheden buitenlandse hulptroepen. Hij nam ook een deel van de Gallische koopvaardijschepen in beslag. Bovendien deed hij een beroep op barbaarse huurlingen, die werden aangetrokken met het vooruitzicht op buit [2]
De Britse historicus Sheppard Frere vroeg zich af hoe Carausius in staat was gebleken om zich de steun van de legioenen in Britannia te verwerven, als hij zelf een zeecommando voerde. Hij speculeert dat Carausius misschien betrokken was bij een verder niet opgetekende overwinning in Britannia in 285 n.Chr.. Deze overwinning zou verband houden met de aanname door Diocletianus van de titel Britannicus Maximus. Ook heeft men tekenen van vernietiging in Romeins-Britse steden aangetroffen die rond 285 n.Chr zijn gedateerd.[3] De campagne tegen de Bagaudae was overduidelijk landgebaseerd en kan verantwoordelijk zijn geweest voor de populariteit van Carausius bij het leger. Op dezelfde wijze kon Carausius, als de beschuldigingen tegen hem juist zouden zijn, zich misschien hebben kunnen veroorloven om de loyaliteit van het leger te kopen.
Tegenslag[bewerken]
Met de hulp van deze troepen en zijn vloot, aangevuld met de steun van Franken en Britten, had Carausius een sterke positie. In 289 mislukte een invasie van Brittannië met het doel hem af te zetten als gevolg van een storm. Carausius trachtte tot overeenstemming te komen met Maximianus en diens mede-heerser Diocletianus, maar generaal Constantius Chlorus werd gestuurd om de rebellie neer te slaan. Er wordt gespeculeerd (onder meer door de historicus S.S. Frere) dat de rebellie van Carausius een bedreiging was voor Diocletianus' visie van een sterke, gecentraliseerde regering gebaseerd op zijn tetrarchie.
In elk geval, rond 293 had Constantius de macht over Noord-Gallië, en de haven van Boulogne, die voor Carausius van groot belang was. Constantius had echter weer de steun teruggekregen van het Gallische legioen. Door deze tegenslagen verzwakt, was Carausius niet bedacht op de aanslag die zijn rentmeester Allectus pleegde. Hij werd in 293 door Allectus vermoord.
Legende[bewerken]
Geoffrey of Monmouth verhaalt dat Allectus met drie legioenen werd gestuurd om Carausius te vermoorden, en Brittannië weer onder Romeins gezag te brengen. In plaats daarvan nam Allectus het Britse koningschap over. Ook vertelt hij dat Carausius het koningschap over de Britten verkreeg ten koste van Caracalla, die driekwart eeuw daarvoor vermoord was. Toen zou Carausius er in geslaagd zijn de Picten aan zijn zijde te krijgen in de strijd tegen de Romeinen. Caracalla werd gedwongen Brittannië te ontvluchten en het land bleef onder Carausius' bestuur. Hij zou de Picten grote stukken land hebben gegeven in Alba waar zij zich vestigden en huwden met Britse vrouwen. Maar deze fabel berust niet op waarheid.
Voetnoten[bewerken]
- ↑ C.E.V Nixon & Barbara Saylor Rodgers (ed & trans), In Praise of Later Roman Emperors: The Panegyrici Latini, University of California Press, 1994, 8:6; Aurelius Victor, Book of Caesars 39:20-21, Eutropius, Abridgement of Roman History 21, Orosius, Seven Books of History Against the Pagans 7:25.2-4
- ↑ Panegyrici Latini 08:12
- ↑ (en) Sheppard Frere, Britannia: a History of Roman Britain, derde editie , Pimlico, 1987, blz. 326-327
| Zie de categorie Carausius van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |