Catacomben van Sint-Calixtus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gang in de Catacomben van Sint-Calixtus

De catacomben van Sint-Cal(l)ixtus bevinden zich in Rome en werden gegraven aan het einde van de 2e eeuw. In 1854 werden deze catacomben ontdekt door de archeoloog Giovanni Battista de Rossi; hij noemde ze "het kleine Vaticaan, het centrale monument van al de christelijke kerkhoven".

Aanvankelijk was de grafkelder aangelegd als privé-crypte. Na schenking van deze ruimte aan de Kerk van Rome werd de crypte herbouwd en omgevormd tot begraafplaats van de pausen. In deze crypte werden negen pausen begraven en acht bisschoppen uit de 3e eeuw. Hun namen zijn in het Grieks geschreven, volgens het officieel gebruik van de Kerk van die tijd. De negen pausen die er begraven liggen zijn Pontianus (230-235), Anterus (235-236), Fabianus (236-250), Lucius I (253-254), Stefanus I (254-257), Sixtus II (257-258), Dionysius (259-268), Felix I (269-274) en Eutychianus (275-283).

In de 4e eeuw veranderde Paus Damasus I de crypte in een onderaards kerkje. Hij liet er een altaar plaatsen, waarvan nu nog de marmeren basis te zien is. In de zoldering liet hij een lichtkoker bouwen. Op de twee kolonnen uit de 4e eeuw werd een architraaf geplaatst, waaraan bronzen lampen hingen ter ere van de martelaren.

Externe link[bewerken]