Complement (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de grammatica wordt met een complement bedoeld een zinsdeel, meestal een bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord of bepaling, dat onmisbaar is om de betekenis van de zin tot stand te brengen. Dat zinsdeel kan dus niet uit de zin worden weggelaten: het hoort tot de kern van de zin. Complementen kunnen zowel de functie hebben van volledig zinsdeel - hun functie is dan gelijkwaardig aan die van het onderwerp of het lijdend/meewerkend voorwerp -, als deel uitmaken van een zinsdeel.

Inhoud

[bewerken] Onderwerps- en objectscomplementen

1. Het onderwerpscomplement kan het naamwoordelijk deel van het gezegde zijn:

  • Zij lijkt in orde (in orde is naamwoordelijk deel van het gezegde en onderwerpscomplement).

2. Het objectscomplement is een bepaling die bij het directe of indirecte object hoort. Dit is meestal een zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord:

  • Hij noemde haar een dwaas (een dwaas is het objectscomplement).
  • We verklaarden hem gek (gek is het objectscomplement).

[bewerken] Bijwoordelijke bepalingen

Een bijwoordelijke bepaling kan soms ook de functie van complement vervullen. Ze is dan niet zoals gewoonlijk weglaatbaar:

  • Hij is in de tuin (in de tuin is bijwoordelijke bepaling en onderwerpscomplement).
  • De burgemeester woont mooi.

[bewerken] Resultatieve werkwoordsbepaling

Dit subtype van de bepaling van gesteldheid kan soms ook de functie van complement vervullen.

  • Het lawaai klonk onheilspellend.
  • Twee kapiteins betekent ellende.
  • Uiteindelijk benoemden we haar toch tot voorzitter.

[bewerken] Predicatieve subjects-/objectsbepaling

Dit subtype van de bepaling van gesteldheid kan soms ook de functie van complement vervullen.

  • Marianne trad op als mentor.
  • Handgeschreven nemen we sollicitaties niet in behandeling.

[bewerken] Bijzinnen als complementen

Een niet-bijvoeglijke bijzin is geen onderdeel van een argument, maar doet zelf dienst als zodanig (zie ook complementeerder). Zo'n bijzin kan ook een complement zijn:

  • Ik vind dat de regering het best goed doet.

[bewerken] Verwante begrippen

Met "argumenten" worden niet-verbale constituenten in het algemeen bedoeld, dus behalve alle complementen ook het onderwerp en het lijdend/meewerkend voorwerp. Daarnaast kan de term "argument" ook nog slaan op iets dat niet expliciet in de zin genoemd wordt.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen