De hut van Oom Tom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf De negerhut van Oom Tom)
Ga naar: navigatie, zoeken
De negerhut van Oom Tom
Uncle Tom's Cabin, Boston editie
Uncle Tom's Cabin, Boston editie
Oorspronkelijke titel Uncle Tom's Cabin; or, Life Among the Lowly
Auteur(s) Harriet Beecher Stowe
Illustrator Hammatt Billings (1ste editie)
Land Verenigde Staten
Oorspronkelijke taal Engels
Onderwerp Slavernij
Genre Roman
Uitgegeven 20 maart 1852 (The National Era (reeks) & John P. Jewett and Company (in twee delen))
Vervolg A Key to Uncle Tom's Cabine (1853)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Simon Legree bedreigt Oom Tom

De negerhut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe is een van de bekendste boeken uit de canon van de Amerikaanse literatuur. Het werd in 1852 gepubliceerd nadat het eerst tussen 1851 en 1852 als serie was verschenen en oefende een enorme invloed uit op de destijds heersende opvattingen over slavernij.

De oorspronkelijke titel is Uncle Tom's Cabin or Life among the Lowly. In het Nederlands is het ook uitgegeven als De Negerhut en als De negerhut van Oom Tom.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het boek vertelt over de lotgevallen van een aantal slaven in en om een plantage in de Amerikaanse staat Kentucky. Onder hen zijn Eliza Harris en Oom Tom, beiden slaven van de vriendelijke maar roekeloze plantagebezitter Arthur Shelby.

Het verhaal begint op het moment dat hun leven ruw verstoord wordt door de financiële situatie van de Shelby's, die zich gedwongen zien Oom Tom en Eliza's zoontje Harry te verkopen aan de slavenhandelaar Haley. Eliza slaagt erin om met haar zoontje te vluchten en ontsnapt over het ijs, waarna ze bij de senator Bird belandt, die haar verder helpt. Intussen vlucht Eliza's man George ook - hij is slaaf van een andere eigenaar en wordt door zijn meester mishandeld. Eliza en George Harris besluiten samen Canada te bereiken, maar worden achtervolgd door Tom Loker, een slavenjager die door Haley is ingehuurd. Na een achtervolging in een ravijn raakt Loker gewond, waarna Eliza en George besluiten over hun hart te strijken en Loker bij een stel quakers afgeven.

Oom Tom wordt bij zijn vrouw Chloe en kinderen weggehaald, maar verzet zich niet tegen de verkoop. Hij wordt meegenomen in een boot over de Mississippi, in de richting van de gevreesde katoenplantages. In eerste instantie komt Tom terecht op de boerderij van de welgestelde familie St. Clare in New Orleans, die hij op de boot heeft ontmoet samen met hun nicht Ophelia die mee is afgereisd uit Vermont om te komen helpen in de huishouding. Bij de St. Clares wordt Tom goed behandeld: hij krijgt een eigen kamer, mag zijn bijbel die hij uit Kentucky heeft meegenomen houden en mag een brief naar zijn familie schrijven. De man die Tom gekocht heeft, Augustine St. Clare, is in feite helemaal geen voorstander van de slavernij maar heeft besloten de slaven die hij van zijn ouders heeft geërfd te houden en ze goed te verzorgen. Hij is in tegenstelling tot de rest van de familie St. Clare ook niet christelijk, maar komt via Tom gaandeweg steeds meer over de Bijbel en het christendom te weten en ondergaat uiteindelijk toch een soort bekering. Ophelia is zelf geen slavenhoudster maar heeft vooral een sterke afkeer van donkere mensen, waarna Augustine haar ogenschijnlijk om te plagen het zwarte dienstmeisje Topsy cadeau geeft. Tussen Ophelia en Topsy ontstaat geleidelijk aan een sterke vriendschapsband en Ophelia overwint haar raciale angst. Tom ontwikkelt inmiddels een zeer hechte band met het dochtertje van Augustine St. Clare, Eva, een erg vrolijk en teerhartig meisje dat net als Tom erg gelovig is en medelijden heeft met alle slaven. Zij heeft er op de Mississippi bij haar vader op aangedrongen Tom te kopen, omdat ze hem meteen aardig vond en hij haar uit het water gered heeft. Eva heeft een zwak gestel en sterft op een gegeven moment door uitputting, waarna Tom zich meer dan voorheen gaat bekommeren om zijn nu zwaar depressieve meester, met wie hij eveneens een goede band heeft opgebouwd. Augustine is door de dood van zijn dochter tot nieuwe inzichten gekomen en belooft Tom snel vrij te zullen laten, maar sterft korte tijd later nadat hij bij een vechtpartij in een café een dolksteek heeft gekregen. Tom en de andere slaven van de St. Clares zijn nu overgeleverd aan Augustines weduwe Marie, een harteloze en onverbiddelijke vrouw die besluit hen allemaal te verkopen. Daarmee is voor Tom alle hoop om snel weer bij zijn familie in Kentucky te zijn dus weer vervlogen. Voordat Tom wordt verkocht wil Ophelia toch nog iets voor hem doen en schrijft daarom een brief aan de Shelby's.

Na de veiling in het slavenmagazijn belandt Tom samen met een meisje genaamd Emmeline bij de zeer wrede plantagehouder Simon Legree, die zijn slaven op de ergst denkbare manieren behandelt. Hoewel Tom een goede kracht is, weigert hij zijn christelijke geloof bij Legree op te geven en te gehoorzamen aan Legrees bevel een andere slaaf af te ranselen, waarna Tom zelf wordt afgetuigd door Legrees knechten Sambo en Quimbo. Later verzwijgt Tom tegenover Legree hoe Cassy - een vrouw die door Tom werd geholpen bij het katoenplukken en die hem verzorgde toen Tom was afgetuigd - en Emmeline de plantage van Legree zijn ontvlucht. Uitzinnig van woede laat Legree Tom deze keer zodanig martelen dat Tom - na eerst al zijn vijanden te hebben vergeven - enkele dagen daarna sterft. Sambo en Quimbo krijgen berouw van hun daden. Inmiddels is George Shelby, de zoon van de inmiddels overleden plantagehouder, naar aanleiding van de brief van Ophelia afgereisd naar New Orleans om Tom te zoeken. Hij is nog net op tijd op de plantage van Legree om Tom levend aan te treffen, waarna George Tom begraaft in een zandheuvel en terugkeert naar Kentucky om het slechte nieuws te vertellen. Nu de plantage van hem is, besluit George al zijn slaven vrij te laten; hij is zo verontwaardigd door wat hij heeft gezien, dat hij zich volledig van de slavernij wil afkeren.

Na hun geslaagde vlucht ontmoeten Cassy en Emmeline op de boot de zus van George Harris, Emily. Met z'n drieën reizen ze naar Canada, waar Cassy ontdekt dat Eliza haar dochter is die vroeger is verkocht. Nu de familie is verenigd reizen ze door naar Frankrijk en vervolgens naar Liberia, waar ook de verkochte zoon van Cassy wordt teruggevonden.

Invloed[bewerken]

Geïnspireerd op de lotgevallen van de prediker Reverend Josiah Henson bij zijn werk voor de Underground Railroad was Uncle Tom's Cabin de eerste grote poging om het brede publiek in de Verenigde Staten en elders te wijzen op de immorele en mensonterende praktijken van de slavernij en slavenhandel in de Verenigde Staten. Het boek werd een internationale bestseller, een standaardwerk van de abolitionistische beweging en vervloekt en verketterd door de slavenhoudende staten in het Zuiden van de Verenigde Staten. Het boek heeft een belangrijke rol gespeeld bij de afschaffing van de slavernij in de VS.

Het boek is een van de eerste voorbeelden van een campagne op grote schaal door middel van een massacommunicatiemedium (de drukpers) door een belangengroepering in de moderne geschiedenis.

Het boek werd in 1852, het jaar van verschijning, in het Nederlands vertaald door C.M. Mensing, onder de titel De negerhut (Uncle Tom's cabin). Een verhaal uit het slavenleven in Noord-Amerika, waarbij moet worden aangetekend dat 'negerhut' al langer een bekend woord was in het Nederlands. Vanaf november 1852 werd het boek eerst, zoals in die tijd vaker gebeurde, in afleveringen gepubliceerd. In 1853 kwamen er in Nederland verschillende drukken en uitgaven van de pers, waaronder een editie voor kinderen: Een kijkje in de hut van oom Tom door Tante Marie, voor hare neefjes en nichtjes; met eene toespraak van de schrijfster, H. Beecher-Stowe, aan de jeugd; uit het Engelsch door A.G. Bruinses. Ook werd het van het begin af aan in het theater als toneelstuk opgevoerd.

Sinds 1852 is het boek vaak herdrukt en bewerkt en zijn er miljoenen exemplaren verkocht. De titel De hut van oom Tom komt sinds 1856 voor en wordt sinds begin jaren tachtig algemeen gebruikt. De versie met het woord 'negerhut' in de titel werd in 1982 voor het laatst gedrukt. In de eenentwintigste eeuw is het boek in Nederland en België zeven maal herdrukt, laatstelijk in 2013 bij Reader's Digest in de serie 's Werelds meest geliefde boeken.

Historische hut[bewerken]

In North Bethesda, een buitenwijk van Washington D.C., staat het Riley-Bolten House. Een van de vroegere eigenaars was Isaac Riley die de slaaf Josiah Henson bezat toen die daar woonde. Henson werkte op de plantage en zijn autobiografie, The Life of Josiah Henson, Formerly a Slave, stond model voor Harriet Beecher Stowe's Uncle Tom's Cabine. Om deze reden wordt het huis lokaal ook wel Uncle Tom's Cabine genoemd. In 2006 kocht het bestuur van Montgomery County voor 1 miljoen dollar het huis om het te behouden voor de toekomst.[1] Er is echter twijfel of het bestaande huis dezelfde is als waar Henson leefde.[2]

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. (en) Jennifer Lenhart. "'Uncle Tom's Cabin' Will Open to Visitors", The Washington Post, 2006-06-15. Geraadpleegd op 2014-02-02.
  2. (en) "After buying historic home, Md. officials find it wasn't really Uncle Tom's Cabin", Washington Post

Externe links[bewerken]