Dubbele nationaliteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Landen die een dubbele nationaliteit toestaan (groen) of niet (rood)
Nederlanders met een dubbele nationaliteit 1995-2008, CBS
Nationaliteit naast Nederlanderschap in 2008, CBS

Men spreekt van een dubbele nationaliteit wanneer een persoon de nationaliteit heeft van twee landen. Dit kan voorkomen doordat men op verschillende manieren een nationaliteit kan verkrijgen, en het verkrijgen van de ene nationaliteit lang niet altijd het verlies van de andere met zich meebrengt. Een staatsburgerschap kan zowel rechten als plichten met zich meebrengen. Dat alleen al is een reden voor een land om iemand niet zomaar zijn nationaliteit af te nemen als hij of zij een andere nationaliteit verkrijgt.

Oorzaken[bewerken]

Er zijn verschillende gronden op basis waarvan landen staatsburgerschap toe kunnen kennen. De belangrijkste zijn de volgende.

Ius sanguinis
(Latijn: Recht van het bloed). Dit is de in veel landen gebruikelijke regel dat als één van de ouders staatsburger is van dat land, diens kinderen dat ook zijn. In sommige gevallen dient een kind dit voor een bepaalde leeftijd te bekrachtigen (bijvoorbeeld Japan).
Ius soli
(Latijn: Recht van de bodem). Een aantal landen kennen staatsburgerschap toe als men in dat land geboren is, ongeacht de nationaliteit van de ouders (bijvoorbeeld Canada). Een bijzonder geval is de republiek Ierland, dat het staatsburgerschap toekent als men op het eiland Ierland geboren is, dus inclusief Noord-Ierland.
Huwelijk
Landen kunnen ook staatsburgerschap toekennen op basis van een huwelijk met een van hun ingezetenen.
Naturalisatie
Ten slotte kan men door naturalisatie een andere nationaliteit verkrijgen, waarbij het niet altijd vereist is de oude nationaliteit op te geven.

Door combinaties van deze oorzaken kan men dus een meervoudige nationaliteit hebben. Zo kan een kind geboren in Canada uit een Engelse moeder en een Japanse vader aanspraak maken op die drie nationaliteiten.

Juridische aspecten[bewerken]

Het hebben van meerdere nationaliteiten (soms zelfs drie) heeft zéér uiteenlopende juridische gevolgen. De aard en omvang van deze gevolgen heeft onder meer te maken met de mate waarin de wetten van de betrokken landen al dan niet sterk verschillende definities geven aan nationaliteit, en aan de (on)mogelijkheid om zijn nationaliteit op te geven (ten voordele van een nieuwe van het land waar de betrokkene zich vestigde). Waar het wel mogelijk is om een vorige nationaliteit op te geven, kan dat voor de betrokkene duidelijke nadelen opleveren, veelal van praktische aard, zoals bij familiebezoek in het oorspronkelijke vaderland. Daarom was de regel bij verkrijging van het Nederlanderschap ook altijd dat opgeven van de oorspronkelijke nationaliteit niet nodig was "als dat in redelijkheid niet kon worden gevergd" van de betrokkene.

Zo zijn er landen die, hoewel zij wel meervoudige nationaliteiten kunnen veroorzaken, deze niet erkennen. De persoon wordt door dat land dan gezien als enkel en alleen een burger van dat land. Daarnaast kennen sommige landen niet de mogelijkheid het staatsburgerschap op te geven (bijvoorbeeld Griekenland en Marokko [1]). Wanneer burgers van deze landen zich elders laten naturaliseren, verkrijgen ze dus − zelfs indien ze dat niet zouden willen − een dubbele nationaliteit.

Dit kan gevolgen hebben voor zaken als militaire dienstplicht, kiesplicht en de belastingen, omdat zelfs een vervulde dienstplicht, kiesplicht voor het ene land de persoon in kwestie niet vrij hoeft te stellen van het vervullen van dienstplicht respectievelijk kiesrecht voor een van diens andere nationaliteiten. En hoewel de meeste landen belasting heffen op basis van waar men woont en werkt, zijn er ook landen die belastingen heffen op basis van staatsburgerschap.

Juridische status in het buitenland[bewerken]

Het bezitten van een dubbele nationaliteit betekent niet dat men bij het reizen door een derde land op basis van beide nationaliteiten rechten kan doen gelden. Volgens internationaal recht kan een vreemdeling in een bepaald land slechts gebruik maken van de rechten die aan één nationaliteit verbonden zijn.

Voor reizen in een land waarvan iemand de nationaliteit bezit, geldt de zogenaamde 'Master Nationality Rule' die door alle landen is geaccepteerd: Als iemand zich in een van de landen bevindt waarvan hij/zij de nationaliteit bezit, dan heeft dat betreffende land jurisprudentie over die persoon. Ofwel: als iemand zich in Nederland bevindt maar ook een andere nationaliteit heeft, kan men bijvoorbeeld bij problemen met de politie geen aanspraak maken op de andere nationaliteit.

Als iemand, die bijvoorbeeld zowel de Nederlandse als de Amerikaanse nationaliteit heeft, een reis maakt naar Australië, dan "telt" het paspoort dat hij of zij bij aankomst aan de grensbewaking laat zien. Voor de wet is deze persoon gedurende zijn verblijf dus of Amerikaan of Nederlander. Normaal gesproken zal iemand bij een grens de nationaliteit gebruiken die hem het makkelijkst toegang geeft tot dat land: met een Turks paspoort heeft een Nederlander bijvoorbeeld geen visum nodig voor Turkije.

Wel is het in theorie mogelijk dat, als iemand met een meervoudige nationaliteit in een ver buitenland in moeilijkheden komt, hij een beroep kan doen op consulaire assistentie van meerdere landen, althans van een land naar keuze.

Dubbele nationaliteit in België[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Belgische nationaliteit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tot 2007 was het bezitten van de Belgische nationaliteit samen met dat van een ander land niet toegestaan. Sinds 2008 is dit gewijzigd en is dit wel toegelaten.

Dubbele nationaliteit in Nederland[bewerken]

Op 1 januari 2011 woonden er in Nederland 1,2 miljoen personen met zowel de Nederlandse als ten minste één andere nationaliteit. Bijna de helft van deze gevallen betreft het mensen met naast de Nederlandse ook de Turkse of Marokkaanse nationaliteit [2]. Het aantal mensen met een dubbele nationaliteit is in tien jaar tijd bijna verdubbeld. De stijging van het aantal Nederlanders met meer dan één nationaliteit kwam tot 2003 vooral door naturalisaties. Bij hun naturalisatie krijgen mensen de Nederlandse nationaliteit maar ze kiezen er meestal voor om ook hun oorspronkelijke nationaliteit te behouden. Wettelijk gezien mogen mensen die kiezen voor naturalisatie sinds 1 oktober 1997 hun oude nationaliteit niet meer behouden. Vanaf die datum geldt in Nederland de hoofdregel dat iemand, die door naturalisatie Nederlander wordt, zijn oude nationaliteit moet opgeven "tenzij dat in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd" . Er zijn daarnaast nog een aantal uitzonderingen [3]. Dit moet de genaturaliseerde persoon zelf regelen. Als men binnen drie maanden na de naturalisatie geen verzoek indient tot afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit bij de IND en bij de autoriteiten van het land van herkomst, dan kan zijn Nederlandse nationaliteit weer worden ingetrokken. [4] Er zijn heel veel uitzonderingen op de hoofdregel, waardoor bijna 80 procent van de genaturaliseerden na 1 oktober 1997 toch de oorspronkelijke nationaliteit kon behouden naast de Nederlandse. [5] Sinds 2003 neemt het aantal Nederlanders met een dubbele nationaliteit vooral toe door geboorte. In 2007 waren er 21.000 kinderen die bij de geboorte automatisch een dubbele nationaliteit kregen, omdat één van de ouders naast de Nederlandse ook een niet-Nederlandse nationaliteit had. [6] Na naturalisatie verliest een genaturaliseerde persoon soms automatisch zijn oorspronkelijke nationaliteit. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen uit China (behalve Hongkong en Macau), Suriname en veel landen in Afrika. Vaak is dat echter niet het geval en moet de genaturaliseerde persoon officieel afstand doen van de oorspronkelijke nationaliteit. Het is echter niet altijd mogelijk om na naturalisatie afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit, omdat niet alle landen dat toestaan. De IND meldt dat er - voor zover bekend - 17 landen zijn die niet toestaan afstand te doen van de nationaliteit van dat land, waaronder Griekenland, Marokko, Tunesië en Algerije.[7]

Op 30 augustus 2013 kwam staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie met een wetsvoorstel dat het mogelijk moet maken dat deelname aan een terroristische organisatie automatisch leidt tot verlies van het Nederlanderschap. Daar de voorgestelde maatregelen niet mogen leiden tot staatloosheid, zullen ze in de praktijk uitsluitend van toepassing zijn op Nederlanders met een dubbele nationaliteit.[8]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties