Duits keizer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kroon van de Duitse keizer 1889 - 1918
Grote wapen van de Duitse keizer 1871 - 1918
Standaard van de Duitse keizer 1871 - 1918
Geromantiseerde afbeelding van de proclamatie van de Duitse keizer op 18 januari 1871[1]

Duits keizer (Duits: "Deutscher Kaiser") was de officiële titel van de drie keizers die tussen 1871 en 1918 over het Keizerrijk Duitsland regeerden.

In 1871 werd het Duitse Keizerrijk als een federatieve staat hersteld. De keizer van dit "Tweede Rijk" was geen "keizer van Duitsland" maar "Duits keizer". Hij was de "eerste onder de bondsvorsten". Deze Duitse vorsten en de regeringen van de drie hanzesteden hadden eigen bevoegdheden en zagen zich als de bondgenoten van de keizer, niet als diens ondergeschikten.

De proclamatie van de Duitse Keizer in 1871[bewerken]

Koning Wilhelm I van Pruisen had zich aanvankelijk fel gekant tegen de invoering van de titel Keizer van Duitsland. Al in de tijd van de Noord-Duitse Bond had de Pruisische kanselier Otto von Bismarck het plan gesmeed zijn koning tot keizer van Duitsland te maken, maar hij had weinig vooruitgang geboekt en zag zijn kans schoon toen Duitse troepen onder Pruisische hegemonie de Frans-Duitse Oorlog hadden gewonnen.

Wilhelm I vond dat hij de keizerlijke waardigheid en titel alleen na goedkeuring van alle bondsvorsten aan kon nemen, maar bleef in eigen ogen in de eerste plaats koning van Pruisen. Hij zou liever president of keizer van Duitsland zijn geworden. De eerste titel, die van president van Duitsland, was om redenen van protocol niet opportuun, omdat de Zuid-Duitse koningen van Beieren en Württemberg alleen de de drager van een hogere titel als hun meerdere zouden willen erkennen.

Het gebruik van de titel Keizer van Duitsland zou Oostenrijk-Hongarije provoceren. De Oostenrijkse keizer was in 1866 na de nederlaag tegen Pruisen en de Noord-Duitse staten dan wel uit de Duitse Bond getreden maar in de ogen van veel van zijn onderdanen behoorde het Oostenrijkse deel van Oostenrijk-Hongarije tot Duitsland. Het gebruik van de titel Keizer van Duitsland zou de indruk wekken dat Pruisen zijn gezag ook in het Duitse deel van de dubbelmonarchie zou willen laten gelden. Kanselier Bismarck verzocht Koning Wilhelm daarom dringend om als compromis de titel van Duitse keizer te accepteren.

Op 17 januari verklaart koning Wilhelm I van Pruisen nog in tranen "Morgen ist der unglücklichste Tag meines Lebens! Da tragen wir das preußische Königtum zu Grabe"[2]. De traditiebewuste Pruis vreesde dat het eigen karakter van Pruisen in het het overwegend katholieke en pluriforme Duitse Rijk verloren zou gaan.

Door diplomatieke druk en de belofte van jaarlijkse subsidies, betaald uit het vermogen van de in 1866 uit hun koninkrijk Hannover verjaagde Welfen, kreeg hij koning Ludwig II van Beieren, koning van de grootste Zuid-Duitse staat, hoofd van de Wittelsbacher, een geslacht dat even oud en aanzienlijk was als dat der Hohenzollern en nazaat van de laatste Keizer van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie die niet tot het Huis Habsburg had behoord, zover dat deze de zogenaamde keizerbrief schreef. In deze brief riep de Beierse vorst zijn standgenoot Wilhelm I op om de titel van Duits keizer aan te nemen. Een andere belangrijke Duitse vorst, groothertog Frederik I van Baden wist tijdens de proclamatie van Wilhelm I, op 18 januari 1871 in de spiegelzaal in Versailles, een diplomatieke tussenoplossing te berde te brengen. Hij riep "Leve Keizer Wilhelm" zonder vermelding van de specifieke titel van de nieuwe keizer.

Wilhelm I verwees in zijn toespraak die hij daarop in de spiegelzaal uitsprak naar het in 1806 ondergegane Duitse keizerrijk. Toch vormden de beide keizerlijke waardigheden geen staatsrechtelijk continuüm.

In 1889 werd een model van de al eerder als heraldische tekening gebruikte kroon van het keizerrijk Duitsland vervaardigd. Deze keizerskroon werd nooit voor kroningen gebruikt en is in de Tweede Wereldoorlog verdwenen. De kroon die qua vorm aan de zogenaamde keizerskroon van Karel de Grote herinnerde, werd op onder andere standaarden, postzegels en afbeeldingen van het wapen van de drie Duitse keizers gebruikt.

Men spreekt in de geschiedswetenschappen sinds 1923 wel van het in 1871 ontstane "tweede Rijk". Het "Eerste Rijk" was dan het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie zoals dat van 800 tot 1806 heeft bestaan. Het "Derde Rijk" was de kortstondige dictatuur van Adolf Hitler.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. {de} [1] DGDB
  2. ({de} Preußenchronik