Ernst Busch (zanger)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ernst Busch in 1946

Ernst Busch (Kiel, 22 januari 1900 - Bernburg, 8 juni 1980) was een Duitse zanger, toneelspeler en regisseur. Vanwege zijn stem en zijn revolutionaire gezindheid werd hij der Barrikaden Tauber genoemd.

Biografie[bewerken]

Busch werd geboren als zoon van metselaar Friedrich Busch en zijn vrouw Emma. Hij volgde van 1915 tot 1920 een opleiding tot monteur en werkte vervolgens op een scheepswerf. In 1917 werd hij lid van de Sozialistische Arbeiterjugend en in november 1918 nam hij deel aan de matrozenopstand in Kiel. In 1919 werd hij lid van de KPD.

In 1920 nam Busch toneel- en zanglessen en was hij verbonden aan diverse gezelschappen. In 1927 vestigde hij zich in de Künstlerkolonie Berlin en vanaf 1928 speelde hij in Berlijn bij de Volksbühne, het Theater der Arbeiter en de Piscator-Bühne in stukken van Friedrich Wolf, Bertolt Brecht en Ernst Toller. In de eerste opvoering van de Driestuiversopera had hij een rol als politieagent en in de verfilming van 1931 zong hij de al snel befaamde Moritat von Mackie Messer. In Slátan Dudows film Kuhle Wampe speelt hij een hoofdrol en zingt hij het "Solidariteitslied" van Brecht en Eisler.[1]

Na de machtsovername door de nazi's probeerde de SA Busch te arresteren. Zijn belagers troffen hem echter niet thuis en een gewaarschuwde Busch haastte zich om Duitsland te verlaten. Hij vluchtte met zijn vrouw, de zangeres Eva Busch, naar Nederland, waar hij onder meer optrad voor de VARA. Hij verbleef vervolgens in België, Zürich, Parijs, Wenen en tenslotte de Sovjet-Unie, waar ook andere bewoners van de Künstlerkolonie hun toevlucht hadden gezocht.

In 1937 ging Busch, zoals duizenden geestverwanten, naar Spanje, waar hij zich aansloot bij de Internationale Brigades. Hij trad in Spanje op voor de vrijwilligers van de Internationale Brigades en werkte voor Radio Madrid. Met liederen als de Thälmann-Kolonne, No pasaran en Bandiera rossa keerde hij zich tegen het fascisme. Na de zege van Franco keerde Busch terug naar België, waar hij in 1938 opnamen maakte voor Radio Brussel, concerten gaf en grammofoonplaten opnam.

In 1940 werd hij in Antwerpen aangehouden en naar Frankrijk gedeporteerd, waar hij tot 1943 geïnterneerd zat alvorens het het hem lukte om naar Zwitserland te vluchten. Hij werd echter opnieuw gearresteerd en aan de Gestapo uitgeleverd. De aanklacht luidde voorbereiding van hoogverraad. Op voorspraak van de bekende toneelspeler Gustaf Gründgens ontliep hij de doodstraf en werd hij veroordeeld tot vier jaar tuchthuis. Bij een geallieerde luchtaanval in 1943 raakte hij in de Berlijnse Moabit-gevangenis zwaargewond.

Gedenkplaat voor Ernst Busch aan het huis aan de Bonner Straße 11 in de Künstlerkolonie Berlin

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd hij door het Rode Leger bevrijd uit de gevangenis van Brandenburg. In mei 1945 betrok hij hernieuwd zijn woning in de Künstlerkolonie, waar hij bleef tot 1946. Toen verhuisde hij naar Pankow (in de Sovjet-sector). Hij werd weer opgenomen in de KPD en werd na de fusie van SPD en KPD lid van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands.

Als toneelspeler trad hij op bij het Berliner Ensemble, het Deutsches Theater en de Volksbühne. Hij speelde veel in stukken van Brecht, maar ook in andere rollen droeg hij bij aan de ontwikkeling van het toneel.

  • 1946 als Satin in Maxim Gorki's Nachtasiel
  • 1947 als Galileo Galilei in Brechts Leben des Galilei
  • 1949 als kok in Mutter Courage und ihre Kinder
  • 1953 als Jago in William Shakespeares Othello
  • 1954
    • als Azdak in Brechts Der kaukasische Kreidekreis en
    • als Mephisto in Goethe's Faust.

Busch werd ook bekend om zijn uitvoering van liederen van Hanns Eisler en van internationale arbeidersliederen. In 1956, 1966 en 1979 kreeg hij de Nationale Prijs van de DDR. Tussen 1963 en 1975 nam hij bij het platenlabel Aurora van de Deutsche Akademie der Künste ongeveer 200 van zijn liederen op. Hij was lid van de Akademie.

In 1961 trok hij zich, officieel uit gezondheidsoverwegingen, terug van het toneel. De werkelijke reden was vermoedelijk zijn herhaalde kritiek op de SED.

Ernst Busch overleed op 8 juni 1980 in Bernburg, 80 jaar oud.

Discografie (keuze)[bewerken]

Chronik in Liedern, Kantaten und Balladen
  • Streit und Kampf
  • Roter Oktober
  • Die goldenen Zwanziger
  • Echo von links
  • Hoppla, wir leben
  • Es brennt
  • Spanien 1936-1939
  • An die Nachgeborenen
  • Ist das von gestern
  • Zu guter Letzt
Lied der Zeit - Originalaufnahmen 1946-1953
  • Wie könnten wir je vergessen
  • Fort mit den Trümmern
  • Fragen eines lesenden Arbeiters
  • Du mußt die Führung übernehmen
  • Eure Träume gehen durch mein Lied
Originalaufnahmen aus den dreißiger Jahren
  • Der rote Orpheus
  • Der Barrikaden-Tauber
Ernst Busch singt und spricht
  • Brecht: Songs, Lieder, Gedichte
  • Tucholsky/Eisler: Merkt ihr nischt!
  • Seemannslieder: Eines alten Seebären Schwanensang
  • Teksten van Villon, Lenz en Goethe: Ernst Busch - verehrt und angespien - Busch
  • Lieder der Arbeiterklasse & Lieder des spanischen Bürgerkriegs
  • Tucholsky, Eisler, Wedekind
  • Ernst Busch singt und spricht Erich Kästner

Literatuur (keuze)[bewerken]

  • Ernst Busch: Solidarität. Das Solidaritätslied (Bertolt Brecht, Hanns Eisler) in den von Ernst Busch gesungenen und gedruckten Fassungen. Albis International Bibliophilenverlag, Dresden 2000, ISBN 80-86067-37-8.
  • Ben Leenders, Bernd Meyer-Rähnitz (Hrsg.): Der Phonographische Ernst Busch. Eine Discographie seiner Sprach- und Gesangsaufnahmen. Albis International Bibliophilenverlag, Dresden 2005, ISBN 80-86067-39-4.
  • Carola Schramm, Jürgen Elsner (Hrsg.): Dichtung und Wahrheit. Die Legendenbildung um Ernst Busch. Trafo Verlag, Berlin 2006, ISBN 3-89626-640-3.

Bron[bewerken]

Dit artikel is een iets ingekorte vertaling uit de Duitse Wikipedia

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties